Op zaterdag 2 maart j.l. was er in Nijkerk de dag voor speltherapeuten georganiseerd door de beroepsvereniging NVVS. Deze jaarlijkse bijeenkomst start in de ochtend met de algemene vergadering en in de middag staat er altijd iets met betrekking tot inhoud van het vak centraal.
Spel en hersenontwikkeling
Na de lunch was er een lezing van Heidi Lesscher, neurowetenschapper aan de Universiteit van Utrecht, faculteit dierengeneeskunde. Zij houdt zich bezig met onderzoek naar sociaal gedrag, cognitieve controle en risico op verslaving in combinatie met spelgedrag. Haar interesse ligt op het gebied van spel: Waarom spelen we? En hoe laat zich dat zien in de hersenontwikkeling? Niet alleen wij mensen spelen. In het hele dierenrijk wordt gespeeld waardoor het belangrijk te noemen is. Evolutionair gezien zal het een belangrijke functie hebben. Je leert veel door te spelen. Het is trainen voor wat er in de toekomst gaat gebeuren. Als er niet gespeeld wordt, laat zich dit op volwassen leeftijd zien.
Ook Myrthe Kluin, docent-onderzoeker aan de CHE, hield een lezing over het doen van onderzoek. Bij onderzoek wordt er doorgaans aan iets heel groots gedacht, maar we kunnen ook op verschillende manieren een bijdrage leveren om te zorgen dat er goed onderzoek wordt gedaan. Ze belichtte een overzicht dat er internationaal al goed onderzoek vanuit speltherapie ligt, maar dat we vanuit Nederland nog onderzoek moeten aanleveren. Er is in de afgelopen jaren al hard gewerkt en er zijn een aantal onderzoeken die nu nog lopen.
Workshops
In de middag waren er een viertal workshops die vanuit verschillend perspectief het thema onderzoek bevatten. Ik verzorgde een van deze workshops ‘Hoe onderzoek je spel?’ Bij mij mochten ontdekkingsreizigers even letterlijk in het spel duiken en het spel en het materiaal vanuit het perspectief van een kind ontdekken. In een dag met heel veel informatie was direct te zien wat spelen met je kan doen. Er ontstond een focus op het spel, even bezig zijn in de eigen (speel)wereld (zelfregulatie). Kinderen kunnen op allerlei manieren beginnen aan een spel. Deze verschillen waren ook te zien in alle drie de workshoprondes. De een bedenkt een plan van wat hij wil gaan maken, de andere begint gewoon. Er zijn deelnemers die in het bakje met lego zoeken, anderen kieperen het om. Weer anderen sorteren eerst de onderdelen (ordenen). Na het spelen keken we even als volwassenen naar het spel. Hoe kun je dat onderzoeken? Waar kijk je dan naar? Kinderen laten in hun spel van alles zien. Als het niet lukt of ze het dan opnieuw proberen. Of ze om hulp vragen of samenwerken. Sensopathisch bezig zijn of verbeeldend spel (doen-alsof). Of ze er bij vertellen of niet. Wat ze gaan doen als een onderdeel mist (probleemoplossend vermogen). Enkele reacties: “Wat is het toch eigenlijk fijn om weer even zelf te spelen en nergens rekening mee te hoeven houden!”. “Wat goed om weer even vanuit het spel te ervaren wat het met je doet”. “Inspirerend om even op die manier met elkaar naar het spel te kijken”. “Eigenlijk hadden we te weinig tijd om te spelen”.
foto’s: Lennete Raaijmakers & Petra Span
Recente reacties