Inspiratie
Anders prikkelen
Ik deel graag een interessant fragment uit het radioprogramma Spraakmakers van KRO-NCRV. Hierin is neurobioloog Brankele Frank aan het woord. Tijdens dit gesprek wordt overprikkeling en ontprikkelen besproken.
Overprikkeling ontstaat wanneer we hetzelfde hersengebied (vaak het cognitieve deel) te lang achter elkaar stimuleren. Iedereen is wel eens overprikkeld en hoe zorg je dan voor ontprikkeling?
“Volledige stilte werkt averechts”, vertelt Brankele, omdat de hersenen daaraan wennen en vervolgens juist gevoeliger worden voor prikkels. Daarom is anders prikkelen van belang. Anders prikkelen doe je door minder in je cognitie en meer in zintuiglijke ervaringen bezig te zijn. Denk bijvoorbeeld aan tuinieren, dansen, muziek maken of koken.
Ik merk dat veel ouders hun kinderen als ze uit school komen een scherm (tablet, telefoon) geven. Met de gedachte dat ze dan even kunnen bijkomen van een drukke dag. Helaas is dit een activiteit waarmee het kind het lichaam misschien tot rust laat komen, maar mentaal (cognitief) actief blijft. Terwijl het volle koppie juist even nodig heeft om bij te komen. Dat wordt in dit fragment ook genoemd.
Spelen is ook een vorm van ontprikkelen. Laat ze na school even vingerhaken, spelen met magic sand, kraaltjes rijgen, Playmobil, kleien, lego of tekenen. Zorg daarmee voor een goede balans op de dag.
Op weg: sprookjes en supervisie
Ik ben super enthousiast over mijn ingeslagen weg om mijn praktijk van speltherapie te verrijken met het geven van LVSC supervisie & coaching. Momenteel zit ik middenin de opleiding.
Met de lesgroep zijn we al iets over de helft van leerjaar 1 Post-HBO supervisie & coaching van de CHE. Het is een verrijkende opleiding, het is hard werken, het is leren en reflecteren, verfijnen en ontmoeten.
Vandaag een lesdag met hierin:
- Een boeiende les over narratieve begeleidingskunde
- Een sprookjes-coaching-wandeling in het bos
- Een espresso-tonic met munt en sinaasappel mee de les in
- Een hernieuwde kennismaking met de transactionele analyse
- De middenevaluatie van leersupervisie aan de hand van een 3d beeld
Naast deze lesdagen werken we aan fenomenologisch onderzoek en geven we supervisie aan professionals in het werkveld.
Voor wie mij niet kent: ik werk graag met verhalen. Stukjes eigen levensverhaal, maar ook in een mooie parabel of metafoor zitten schatten verborgen. Doordat het indirect is, is het veilig om te onderzoeken. Bovendien kun je hiermee in het onderbewustzijn aan de slag.
Toelichting op de foto bij dit bericht: Deze gaat over het temmen van de draken die op mijn pad komen. Ooit had ik de neiging ze te willen doden, maar dat lost niets op. Dan komen er nieuwe, misschien wel gevaarlijkere, grotere of nog onvoorspelbaardere voor terug. Het is de kunst ze te temmen en er mee te leren leven. Ze zijn ook een deel van het leven, van mijn leven. Er is moed nodig om je draken te temmen, maar ik weet: het goede overwint het kwade.
Het brein speelt mee – het opdoen van betekenisvolle ervaringen
Op zaterdag 14 maart 2026 was er weer de jaarlijkse algemene vergadering met studiemiddag van de NVVS (Nederlandse vereniging van speltherapeuten). Elkaar ontmoeten is fijn, omdat ons beroep van zichzelf uit nogal solistisch is en we verspreid door heel Nederland aan het werk zijn.
Voor de middag was deze keer Dr. Ingrid Pénzes onze gastspreker. Zij is beeldend therapeut en houdt zich daarnaast bezig met geestelijk gezondheidswetenschap en sociale wetenschap.
Alle belangrijke dingen die hierin genoemd werden kan ik onmogelijk kwijt in een blog, maar ik wil toch een kleine impressie meegeven. Want kijkend vanuit neurowetenschap en wat er nodig is voor een kind met vroegkinderlijk trauma laat zien waarom speltherapie werkt.
Wat doet vroegkinderlijk trauma in het brein? En wat kan speltherapie hierin doen om de situatie te verbeteren? Gezond functioneren is een nauw samenspel tussen neurale netwerken, het immuunsysteem en de hormoonhuishouding van een mens. Dan zijn lichaam en geest in balans. Psyche en lichaam kun je niet van elkaar scheiden.
Kijkend naar drie delen van het brein:
- Hersenstam: Het autonome zenuwstelsel (het lichaam) werkt op onbewust niveau, en vangt allerlei zintuigelijke informatie op.
- Limbische systeem: daar worden emoties waargenomen, verwerkt en zit het emotioneel geheugen. Het limbische systeem is belangrijk bij stress respons.
- Prefrontale cortex: daar zit de cognitie. Daar hoort bij: planning, meta-cognitie, reflectie, analyse, executieve functies. Dit deel heeft ook een regulerende werking op emotieregulatie, impuls- controle.
Chronische stress
Wanneer we te maken hebben met een beetje stress is dat prima. Bij stress wordt een mens alert en geactiveerd. Wanneer er gevoelens van angst en spanning komen, helpt het je zo snel mogelijk reageren. Als je daarna weer kalmeert en tot rust komt, dan is er een goede balans. Echter, wanneer chronisch stress wordt ervaren komt het lichaam onvoldoende tot rust. Kinderen die in een onveilig omgeving opgroeien staan bijvoorbeeld continu onder druk en ervaren veel stress. Het immuunsysteem komt bij chronische stress onder druk te staan (door teveel afgifte van hormoon cortisol) hierdoor kunnen er lichamelijk klachten gaan ontstaan, zoals hoofdpijn, buikpijn en rugklachten. In de spelkamer horen we vaak van ouders dat kinderen allerlei lichamelijke klachten hebben die door een arts niet goed verklaard kan worden.
Een brein bestaat uit allerlei neurale netwerken.
Een neuron is een zenuwcel en iedere zenuwcel legt verbinding met andere zenuwcellen. Zo ontstaat een netwerk. Netwerken die veel gebruikt worden, worden in het brein steeds steviger. Netwerken die nauwelijks of niet meer gebruikt worden verdwijnen. Hoe steviger het netwerk wordt, hoe beter de delen van het brein en lichaam met elkaar samenwerken en zorgen voor een gezond evenwicht. Wanneer we goed kunnen afstemmen op uiteenlopende situaties en (stressvolle) uitdagingen, dan is er sprake van veerkracht/ psychologische flexibiliteit.
Een eenmaal ontwikkelt brein is geen vast gegeven. Er is sprake van neuroplasticiteit en dat wil zeggen dat het brein zich aanpast bij nieuwe ervaringen die worden opgedaan. Dat is een belangrijk gegeven voor kinderen die vroegkinderlijk trauma hebben meegemaakt.
Wat grotendeels helpt is het op doen van betekenisvolle ervaringen. Dat wil zeggen: ervaringen die je verrassen, nieuwsgierig maken en je uit je comfortzone haalt en tegelijkertijd hanteerbaar zijn. En dat is wat wij in speltherapie met de kinderen in de spelsessies doen.
Wij volgen het kind (client-centered) in het spel, de kinderen hebben regie op het spel, ze mogen kiezen wat ze spelen, er worden geen dingen opgelegd, er is geen stappen protocol, er is geen druk. Het opdoen van betekenisvolle ervaringen dat is wat een kind in speltherapie doet.
Ingrid zegt: “Kinderen die opgroeien in een veilige omgeving waarin ze zich gehoord, gezien en gevoeld voelen, uitgedaagd en geprikkeld worden op een manier die hanteerbaar is, ontwikkelen meer en sterkere verbindingen in het brein”. Zij geeft daarbij aan dat er geen one-size fits all is, want ieder brein is uniek. De betrokken neurale netwerken zijn in principe voor iedereen gelijk, maar geprogrammeerd op basis van genen en betekenisvolle ervaringen. Neurale netwerken functioneren niet op talig niveau, ze zijn niet cognitief en niet bewust. Het komt daardoor minder tot uitdrukking via taal, maar meer doordat het lichaam in beweging komt. Met spel in de spelkamer werken we op dezelfde lagen als de neurale netwerken. En je kunt het positief beïnvloeden door betekenisvolle ervaringen. Speltherapeuten sluiten aan op de belevingswereld van het individuele kind, onvoorwaardelijk en op dit moment en zijn getuige van wat zij belangrijk vinden en hebben meegemaakt. Dat is een betekenisvolle ervaring.
Wat is vroegkinderlijk trauma?
- Iets heeft plaatsgevonden dat niet plaats had moeten vinden (bijv. misbruik, (getuige van) huiselijk geweld, ziekte of natuurramp) → dreiging, blootstelling aan gevaar.
- Iets heeft nooit plaatsgevonden dat wel had moeten plaatsvinden (bijv. afwijzing, verwaarlozing, gebrek aan veiligheid) → deprivatie
- Onvoorspelbaar, onhanteerbaar en niet-beïnvloedbaar. Een kind heeft geen invloed.
- Trauma is niet de gebeurtenis zelf, maar de ervaring op de gebeurtenis. En ook of er een steunend netwerk was (buurvrouw of leerkracht) of dat deze juist ontbrak.
- De ervaring verstoort de processen vanuit het brein.
De hippocampus in het brein verzamelt prikkels, die komen binnen en hij verzamelt dit als herinnering. Wanneer deze over-geactiveerd is (bij aanhoudende stress), blijven verschillende onderdelen, verschillende zintuigelijke ervaringen als losse fragmenten bestaan. Het wordt geen geheel en dus ook niet als gehele herinnering opgeslagen. Hierdoor kunnen herinneringen flashbacks worden, een herbeleving in een fragment zonder dat de persoon weet waarom en waar het precies over gaat.
Als we kijken naar kinderen dan weten we dat het brein van kinderen sowieso nog in ontwikkeling is. Hierdoor kunnen zij bepaalde vaardigheden nog niet die volwassenen wel kunnen. Dat is ook iets om rekening mee te houden. Daar komt bij dat door vroegkinderlijk trauma een kind niet bij de prefrontale cortex kan komen. Het kan daardoor zijn emoties minder reguleren en heeft moeite met impulscontrole. Contact met het lichaam maken wordt moeilijker, het voelen, want er is een verstoring van de verbinding met de neurale netwerken.
Tot betekenisvolle ervaringen komen
Bovendien kunnen kinderen kunnen allerlei bijzonder gedrag inzetten om te overleven, dat kan heel lastig zijn voor de omgeving, maar ze doen dit niet om de ander tot last te zijn. Ook hebben ze vaak moeite met het gewaarworden van veiligheid. Dat voelt voor hen ongemakkelijk dat ze het bijna niet kunnen ontvangen. Het komt ook voor dat kinderen niet meer praten en/of niet meer eten, want daar hebben ze zelf controle op (coping). Het is bovendien moeilijk voor een kind moeilijk om bij taal te komen als de prefrontale cortex uit staat. Kortom: als kinderen in de overlevingstand staan is er nog weinig ruimte om betekenisvolle ervaringen op te doen. In speltherapie vinden we openingen bij het kind. We helpen ze met geduld in de relatieopbouw met co-reguleren naar zelfregulatie. We proberen ze te kalmeren en te stabiliseren. Dat doen we door het kind op te halen waar hij is en aan te spreken op wat er wel kan. Door er voor ze te zijn, de sessies te structureren en de regie aan het kind te geven. Zo merkt het kind dat het invloed heeft: “ik kan voorspellen wat hier gebeurt”. We sluiten aan op wat het kind leuk vindt. We spiegelen zodat het kind zich gehoord, gezien en gevoeld vindt. Er is niet één vaste aanpak. Ook helpt het om herhalende ritmische bewegingen te maken. Die werken sterk regulerend. Dat doen we onder andere met sensopathisch spel. We bouwen aan spelplezier, zorgen voor succeservaringen en vertrouwen (tussen zichzelf en de ander). We geven ruimte om gevoelens te gewaarworden, toe te laten, te verdragen en uit te drukken. In de spelkamer mag je het uiten, het mag er zijn, je hoeft niet flink te zijn, we vinden het niet raar. Kom maar.En ook stimuleren we de prefrontale cortex. Dit beïnvloedt ook het gedrag voor buiten de spelkamer op school en thuis. Daar is geen taal voor nodig.
De bitchy kassajuf
We spelen winkeltje. Winkeltje is een klassieker onder de spellen in de spelkamer. Als je niet veel van spel weet zou je denken dat dit altijd ongeveer hetzelfde gaat en misschien ook ‘maar spel is’. Wat wij in speltherapie doen is niet zomaar spel. Ik probeer je aan de hand van een voorbeeld van één spel te laten zien wat er zoal door een kind in speltherapie ervaren wordt.
Draagkracht
Ze is 9 jaar en we zijn in de behandeling al wat verder in het proces. De relatie is opgebouwd. Dit is het moment dat ik zelf wat meer kan toevoegen, dat zij er mogelijk aan toe is om weer wat op te pakken. Ze wil de regie op het spel en dat mag. Dit kan een behoefte zijn aan controle en veiligheid. In de spelkamer heeft een kind de regie op het spel. Dat neemt niet weg dat ik soms vanuit mijn spelrol dingen aanvul of probeer om de beweging in het proces te krijgen. In speltherapie werk je cliënt-volgend, dat wil niet zeggen dat we klakkeloos doen wat het kind letterlijk vraagt. Anders zou het ook geen therapie zijn. We kijken naar wat het kind nodig heeft en of er draagkracht is om kleine toevoegingen te doen.
Benoemen van spanning
Zij heeft de neiging in haar spel dat alles echt volledig tot in de kleinste details op haar manier moet gaan. Mij toevoegen in haar spel, dus dat ik mee mag spelen, is al een heel proces geweest. Vervolgens heb ik volledig opgevolgd wat zij mij heeft opgedragen. Dat wil dus zeggen dat ik voortdurend om elk woord en beweginkje gecorrigeerd werd en dit steeds heb aangepast. Omdat zij dit nodig had en nog steeds heeft om grip te krijgen op de dingen die om haar heen gebeuren. Vandaag is het moment dat ik probeer wat van mijn eigenheid toe te voegen, omdat ik inschat dat zij weer een stapje kan maken. Ze wil bijvoorbeeld bepalen in welke boodschappenmand ik mijn boodschappen doe terwijl ik zeg dat ik ook zelf wel wat dingetjes wil kiezen en ik kies expres een ander mandje. Daar ontstaat spanning bij haar. Ik doe niet volledig wat zij wil. Ik benoem de spanning die ik bij haar zie en leg uit dat we samen spelen en ik ook wel eens wat wil kiezen. Ze gaat akkoord en het spel gaat verder. Dit lijkt subtiel en wellicht weinig zeggend, maar dit is een grote stap. Het spel gaat namelijk door, ze is gekalmeerd en ik krijg met mijn spelrol meer ruimte. Zij ervaart dat het oké is.
Differentiatie
Vervolgens ontdekt ze de weegschaal en daar speelt ze alsof mee. Ze gaat het fruit afwegen. Ze dirigeert dat ik het fruit apart moet leggen als winkelier. Dat doe ik nu weer braaf, want ik kies af en toe een moment om iets te oefenen en toe te voegen, maar dat hoeft niet voortdurend. Daarmee zorg ik voor co-regulatie. Eerst rekent ze het niet- fruit af, zoals ze zegt. Ik moet €14,- betalen voor het ongezonde. Ik betaal geld en krijg wisselgeld met fictieve bedragen. Dan gaat ze het fruit afwegen. De appel weegt acht eende. De banaan weegt vijf derde. Wegen en meten kunnen kinderen in spel doen om orde te scheppen, dingen te vergelijken met elkaar, cognitief en symbolisch differentiatie aan te brengen (eerst/ daarna, gezond/ ongezond, categorieën).
Getetter
Tussendoor verheft ze haar stem wat ervoor zorgt dat ze tegen mij aan schreeuwt op een halve armlengte van elkaar vandaan. Dat getetter doet letterlijk zeer aan mijn oren. Omdat de relatie is opgebouwd en zij openstaat voor mijn suggesties, is dit het moment waarop ik haar terug kan geven, want dan komt het ook bij haar binnen. Ik geef aan dat het bij mij echt zeer doet aan mijn oren en ik doe dat vanuit het spel, dus dat is nog veiliger. Dus ik zeg: “mevrouw, u hoeft niet zo te schreeuwen. Het doet echt pijn aan mijn oren!” Waarop zij zegt: ”oh. Dat had ik niet in de gaten”. Hier begint zij zich bewust te worden van het ik en de ander (ontstaan van mentalisatie). Ze ontdekt hier dat haar gedrag effect heeft en ook dat mijn ervaring anders is dan haar eigen ervaring.
Nog maar twee waarschuwingen!
Verderop in het spel komt haar volgende voorstel. Ze wil twee keer lief en twee keer stout spelen. Dit thema is als een rode draad in haar spelverhalen. We speelden dit nog niet eerder met de winkel. Mijn rol is nog niet duidelijk in wat zij concreet in gedachten heeft. Ik vraag haar dus hoe ik het moet spelen. Het blijkt dat ze een rolwissel wil. Ik word de kassajuf. Zij komt twee keer na elkaar boodschappen bij mij doen. En ik moet twee keer stout zijn. Ik vraag haar mij daar een beetje mee te helpen, zodat ik weet hoe ik stout moet spelen. Hier krijgt zij weer volledig de regie, wat voor dit stukje spel heel belangrijk voor haar is. Op dit thema is ze nog te wankel voor mijn toevoegingen. Met stout zijn bedoeld zij (in mijn beleving) streng zijn. Ik moet op het kattige af instructies geven. Ik moet het drie keer over doen, omdat ik eerst nog te lief ben. Zelf vind ik het behoorlijk heftig, omdat de ‘gradatie van stout zijn’ echt heel flink is, met een beetje mopperen kom ik er niet mee weg. Ik geef terug met mijn hardop denkende regisseursstem dat ik het wel heel heftig en moeilijk vind om dit te spelen. Dat iemand zo tegen je kan doen, dat ik daar verdrietig van word, en benoem dat ik dat ook heel verdrietig voor de winkelier vind. (Ik geef hiermee erkenning aan haar persoonlijke pijn en ik ben getuige van haar pijn). We gaan het verder spelen. Dus ik ga haar corrigeren op haar aanwijzingen als een bitchy kassajuf. Intens spel is dit, ik ben voortdurend afgestemd op haar en er komen veel echte emoties aan te pas. Het vraagt van mij om precisie. Zij speelt een winkelier met een pruillip. Ik moet zeggen dat ze met haar kar beter over de grond moet rollen en dat ze weer opnieuw naar mijn kassa toe moet komen om dat te laten zien, etc. Ik doe haar na in wat ze eerder deed door te zeggen dat ze het fruit apart moet leggen, maar dan op een strenge toon. En ik zeg dat ze zich normaal moet gedragen in mijn winkel. Ze zegt off the record dat ze dat echt een hele goede opmerking van mij vindt. En aan de hand van eerdere spelsituaties zeg ik dat ze nog maar twee waarschuwingen kan krijgen en anders mijn winkel moet verlaten. Dit spel laat experimenteren met macht zien. Gezien haar levensverhaal en haar gedragingen thuis en op school is zij bezig met wat wel of niet mag, gevoel van afwijzing, regels en moraal. Ook het reguleren van spanning, zij bepaalt hoe streng ik moet zijn in het spel. Hierin zit bijvoorbeeld ook grenzen begrijpen, consequenties ervaren, sociale structuur oefenen. Omdat we in het spel blijven, is het niet beschuldigend, maar ervaringsgericht. Als de tijd om is, puffen we even uit. Ze kijkt oprecht blij en zegt: “dit was echt heel goed, jammer dat de tijd om is”.
Kapla Bouwspeelgoed
In november 2020 schreef ik onderstaand bericht naar aanleiding van een krantenartikel in Trouw. Vandaag las ik het droevige bericht dat Tom van der Bruggen, de bedenker van Kapla afgelopen weekend is overleden. Kapla blijft voortleven….
Voor wie het niet kent. Kapla is bouwspeelgoed wat enkel bestaat uit dezelfde plankjes. Juist dat gegeven, de eenvoud, een hele doos vol blanco plankjes, maakt dit tot mooi bouwspeelgoed.
Ze worden gebruikt in mijn spelkamer. Je zou het niet op de eerste plaats zeggen, maar het prikkelt enorm de fantasie. Juist omdat niet alles vooraf is ingevuld. Heel veel plankjes en wat zou je daar allemaal mee kunnen doen? Hele wegennetwerken worden aangelegd, dorpjes met huizen. Of gewoon zo hoog mogelijk bouwen en het bouwwerk dan om laten vallen. Ook voor werkvormen met volwassenen heb ik ze gebruikt.
Interessant is om het verhaal achter Kapla te horen. Want waar komt het vandaan?
Het blijkt een uitvinding van Nederlandse bodem. Het woord Kapla staat voor kabouterplankje met de verhoudingen 1:3:15 en is bedacht door kunstenaar Tom van der Bruggen. “Verbeelding en esthetiek zijn voor mij stuwende krachten”, zo zegt hij.
“Wat mij ook aan het hart gaat is de enorme misvatting dat kunst een koekje bij de thee zou zijn: iets wat niet zo van belang is. Kijk maar naar het onderwijs: tekenen en muziek hangen er een beetje bij”.
Wat nu een succes is, Kapla is over de hele wereld bekend, was het in de beginjaren niet. Voor wie meer wil weten kan dit artikel lezen waarin het verhaal van Tom en zijn Kapla staat.
Grappige uitspraken deel 2
In het werken met kinderen zijn er momenten dat ze verrassend uit de hoek kunnen komen. Vooral wanneer ze zich binnen de relatie en in de spelkamer vrijer gaan voelen. Ze zijn druk bezig zich de wereld eigen te maken. Sommige uitspraken zijn zo hilarisch dat ik ze verzamel, zodat ze niet zomaar verdwijnen.
- “Heb jij je badjas op de kapstok hangen?” Ik: “nee, dat is mijn vest”.
- “Mag ik hier een scheetje laten? Ik vang hem wel op in mijn broek”.
- Hij rommelt tussen een berg met dieren, pakt een varken op en ziet haar onderkant: “Kijk nou, deze heeft een sixpack!”
- “Oh, je hebt hier ook unicorns. Weet je hoe ik die vroeger noemde?” Ik: “nee?” Hij: “eenhoorns”.
- Er wordt met miniaturen oorlog gevoerd waarbij landen betrokken zijn. Luxemburg is heel rijk zegt hij. ‘Ohja…?’, informeer ik, “Hoe weet je dat?’ Hij: ‘Luxe betekend rijk’.
- Zij: “Dit spook is erg geestig!”
- We werken met het Magic Sand en ze wil gaan koken, en dan weet ze het ineens: “Ik ga voor ons wentelweefjes maken!”
- Zij (5): ”welke stiften heb je meegenomen?” Ik: “het zijn jumbo stiften”. Zij: oh, Jumbo die ken ik, ik heb daar met sinterklaas mijn schoen gezet”. (Voor wie niet zo in tekenen thuis is, jumbo stiften zijn extra dikke stiften).
- Zij: “Hoe gaat dit ook alweer open?” Ik: “Kijk zo, weet je nog, van de vorige keer?” Zij: “Ojah! Ik was even vergeteloos!”
- Zij (5) kijkt naar mijn dieren: “Dit is een koekoen, die is niet fijn, die kan je achterna zitten!” (Nieuwe benaming voor Kalkoen).
- Ik oefen in de spelsessies veel met voelen en dit benoemen. Ze (4) wil met het Playmobil zwembad en deze vullen met knikkers, dat stelt het water voor. De barbies mogen er zo in. Ze voelt eerst het water en zegt: “Moet je voelen, dit water voelt heel erg knikkerig!”
Wachten en verwachtingen
In een fragment van de Belgische omroep VRT vertelt Dirk de Wachter (psychiater en psychotherapeut) over het belang van wachten. Het is de moeite waard om dit fragment te bekijken en er eens over na te denken. Het leven is gehaast, niet alleen omdat een werkgever dat vraagt, maar wat leggen ‘we’ onszelf veel op. Overbelasting en burnouts liggen op de loer. We rennen van hot-naar-haar en moeten van alles doen. Er moet direct antwoord op een vraag komen. Het moet direct bevredigd worden.
Vertragen
In verbinding wachten, is wat hulpverleners met patiënten (cliënten) kunnen doen, geeft de Wachter aan, dat is zingeving. In het wachten hoor ik: het vertragen, in het moment zijn, aanwezig zijn. Daar zit een kracht van speltherapie. Dat is soms ook opboksen tegen de verwachting in, weet ik uit ervaring. Speltherapie is een langzaam proces. Soms willen omstanders, (ouders, leerkrachten of gemeenten) een quick fix. Terwijl er onder de waterlijn veel gebeurd is dit niet altijd direct zichtbaar in het gedrag boven de waterlijn. Niet alles wat er gebeurt in de spelkamer is grijpbaar of overdraagbaar. Dan voel je als speltherapeut de druk. In speltherapie worden zaadjes gepland, soms ontkiemen ze, soms niet en soms veel later. Daar is een periode van rust nodig. Afronding van de behandeling, doorgaan met het gewone leven en de gewone ontwikkeling. Niet alles hoeft perfect te gaan. En afwachten dus. Niet door hollen naar een volgende behandeling.
Sit with it
Ook in supervisie, waarin ik supervisie geef aan professionals (vaktherapeuten), ervaar ik het belang van het wachten. Het vertragen. Alleen dan kom je met elkaar in de diepere lagen terecht. De diepere lagen van je overtuigingen, je krachten om tot zelfinzicht te komen en dit later toe te kunnen passen. Een langzaam proces dat plaatsvindt binnen de bijeenkomsten en verder rijpt daarbuiten. Je hoeft niet snel op antwoorden te komen, ook dit is geen quick fix. Ik moet denken aan de Engelse uitspraak ‘Sit with it’ wat staat voor het observeren en gewaarworden van je moeilijke gedachten en emoties. Zonder deze te veroordelen, te vermijden of hier direct op te reageren. Maar ze te erkennen en bij jezelf op te merken wat er komt en met zelfcompassie te verwerken. Ga maar eens gewoon een tijdje zitten en wachten. De supervisor steunt daarbij en doet dit in verbinding met jou.
P.S. De foto bij dit blogbericht daar zie je mij zitten wachten met Pablo Picasso in Madame Tussaud. Hoe rustig Picasso hier met mij zit, staat in contrast met wat zijn karakter was, namelijk een man met een groot temperament, grote expressie, ongeduldig en weinig stilstand. Ik vrees dat wachten en vertragen niet aan hem besteed was.
Dag lieve man!
Wat niet iedereen weet is dat ik heb gewerkt als begeleider binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg. Ik werd even teruggeworpen in de tijd nadat ik deze week het droevige bericht ontving dat Karel is overleden. ‘Karel v d V. van de Amerpoort…’, Jacco had dit lied voor hem gemaakt en dat komt zo weer voorbij dwarrelen. Karel was een markante bewoner die als kleine jongen in de tijd van de nonnen op Nieuwenoord kwam wonen. Hij heeft geschiedenis gemaakt en is door de tijd met alle ontwikkelingen in de zorg meegevaren.
Ik mocht een tijdje mee oplopen in zijn leven. In 1999 kwam ik in de zorg te werken op Nieuwenoord bij de Rakkers, een woning met wat men noemde ‘sterk gedragsgestoord, ernstig verstandelijk gehandicapten’. Al gauw werd ik op Klavertje vier ingewerkt op Karel, zodat ik hem ook kon begeleiden. Mijn eerste indruk in de kennismaking met Karel was schokkend. Niet om Karel zelf, maar om zijn beperkte leefruimte. Een rechthoekige sfeerloze kamer met als zijn bed als een kookeiland gepositioneerd. Zijn toilet, wastafel, alles zat als open ruimte in deze ene kamer. Met grote gordijnloze ramen er omheen. De inspectie noemde dit destijds een aquarium.
Vertragen
Van Karel hebben wij geleerd te vertragen en in het hier-en-nu te leven. Wat sensitief-responsief zijn werkelijk is. Als ik naast Karel liep, voelde ik me veilig, maar wel klein duimpje. Het was een grote kerel. Mede door zijn spitsvoeten, opgelopen in zijn jeugd door ‘s nachts met enkelbanden op bed te slapen waren zijn achillespezen vergroeid. Buiten wandelen kon destijds alleen met Karel vast gebonden op een soort fiets met dik matras en hij kreeg twee op één begeleiding in alle dagelijkse handelingen.
Co-regulatie
We gingen concreet aan de slag met het herstel van het gewone leven. Van Karel leerde je dat kleine stappen in ontwikkeling reuze stappen zijn. Je kunt niet van de een op andere dag zeggen: “wij leggen jou ‘s nachts niet meer vast. Of we gaan maar gewoon één-op-één wandelen. Of jij gaat niet meer vastgebonden in je eentje eten, maar los aan tafel met groepsgenoten er bij”. In populaire taal hoorde ik deze week een kind over haar moeder zeggen “er zijn momenten dat ze een error in haar hoofd krijgt”. Dat kon bij Karel ook in een splitsecond gebeuren, waarbij hij flink kon uithalen. Niet om de ander pijn te doen, maar vanuit verwarring en onveiligheid. Karel had de relatie met jou als begeleider nodig om de dag door te komen en om zich te ontwikkelen. Dat co-regulatie vanuit hechting zo essentieel is, heb ik bij Karel geleerd als geen ander.
Het gewone leven
Herstel van het gewone leven ontstond door met elkaar te dromen, een plan te maken en deze voorzichtig stapsgewijs uit te voeren. Dromen ging over “Wie is Karel? Wat is belangrijk voor hem? Wat is veiligheid voor hem en voor ons? Wat heeft hij nodig? Wat zou een volgende stap kunnen zijn?”
Karel verhuisde naar de woning Robijn en kreeg een normaal appartement waarin badkamer, slaapkamer en woonkamer gescheiden waren. Het is ons destijds gelukt de familie weer ter herenigen. Dat contact is in verbinding hersteld. Daar was heling voor nodig en wij waren daar een schakel in. Hij kreeg een dagprogramma waarin hij ging sporten, zwemmen en muziek maken. We werkten aan het wandelen. Van het vastgebonden op zo’n enorm matras buiten, naar twee-op-één wandelen en vervolgens naar één-op-één wandelen. We gingen met hem kleding kopen, buiten het instellingsterrein in een gewone kledingzaak. We maakten uitstapjes, zoals meevaren op een botter en een visje eten en hij ging voor het eerst van zijn leven op vakantie. Herstel van het gewone leven. Hij kon genieten van zoveel kleine dingen.
Ergens een kopje koffie drinken, een stukje appeltaart met slagroom, in het zonnetje zitten, fietsen, etc. Hij zei ‘ej kijkû’ en gebaarde in de richting waar iets te zien was.
Nadat ik ben weggegaan bij Robijn heb ik de ontwikkelingen niet meer gevolgd, maar ook nu weer merk ik dat hij een plekje in mijn hart heeft. Ik kan niet bij het afscheid zijn. Ik zal mijn glaasje op je heffen Karel. Dag lieve man!
Glimmers, kleine lichtpuntjes in je dag herkennen
In de spelkamer wordt gespeeld en geeft een speltherapeut psycho-educatie aan kinderen. Psycho-educatie is nodig om op een begrijpelijke manier uitleg te geven over hoe psychische klachten, gedachten, gevoelens en gedrag werken. Hierdoor begrijpen kinderen beter wat er met hen gebeurt en zoeken we samen naar hoe hiermee om te gaan. Het geven van psycho-educatie kan op allerlei manieren.
Zo breng ik de afgelopen weken in de spelkamer expliciet glimmers onder de aandacht. Door er over te praten, maar ook door er over te tekenen en te spelen. Glimmers zijn kleine lichtpuntjes in je dag. Het zijn van die momenten waardoor je je warm, rustig of blij voelt vanbinnen. Soms zijn ze heel klein, maar toch geven ze een goed gevoel. Glimmers zijn het tegenovergesteld van triggers.
Waarom zijn glimmers belangrijk?
Als je glimmers herkent, kan je lichaam zich makkelijker ontspannen (reguleren). Het helpt je om je meer op je gemak te voelen, vooral als je je druk of gespannen voelt. Door kinderen bewust te laten worden van glimmers, herkennen ze deze ook sneller in de dag zelf. Ze kunnen ze oproepen met hun verbeelding op momenten van spanning. Hoe vaker ze dit doen, hoe meer dit bijdraagt aan hun veerkracht. De glimmers die ik deze week heb gehoord: mijn vriendin die mij een knuffel geeft, mijn kat als ik thuis kom, een mevrouw zei dat ik mijn haar mooi had, ik heb een hele zachte deken daar zit ik graag mee op de bank, als ik aan het vlechten ben, een vriendin zei “zet hem op!” vlak voordat ik aan een wedstrijd meedeed. Op het moment dat je zo’n glimmer deelt ontstaat er voelbaar iets moois in het contact.
Hoe kun je glimmers vinden?
De eerste keer wanneer ik het introduceer moeten kinderen er nog aan wennen. Ik leg ze uit even proberen stil te staan bij wat hen goed laat voelen. Soms duurt zo’n moment van een glimmer maar een paar seconden, maar dat is genoeg. Door er vaker naar te vragen “wat was jouw glimmer vandaag?” en die van mijzelf of een ander kind te delen, gaan ze er steeds meer zien en wordt het een positieve gewoonte. Door het met ouders en/of steunfiguren van het kind te delen beperkt het zich niet alleen tot de spelkamer.
Bij mijn uitleg over glimmers kan Nicole niet op een glimmer komen. “Dat geeft niet, dat komt vanzelf”, zeg ik haar. Ik heb voor haar een schelp die ze mag beschilderen voor in haar schatkistje. Ze neemt de schelp aan en bekijkt hem goed. “Die ga ik niet beschilderen?! Die is al mooi van zichzelf!!”, roept ze helemaal blij. Wat prachtig symbolisch, want ik ben met haar bezig aan ‘ik-versterking’, zij is ook al mooi van zichzelf. Het is even stil, ze denkt na en zegt dan, “dit is hem…dit is mijn glimmer vandaag!”
Secundair trauma: waarom vaktherapeuten alert moeten blijven
Tijdens een van de webinars van Vaktherapie Nederland sprak Lianne Janssen (Trauma Company) deze week over secundair trauma: de emotionele en psychische belasting die ontstaat wanneer je veel hoort over het leed van anderen. Voor speltherapeuten is dit een reëel risico, omdat zij dagelijks werken met intense verhalen en emoties.
Wat is secundair trauma?
Trauma gaat over emotionele en psychische verwonding. Vaak denken we aan directe ervaringen, maar je kunt óók getraumatiseerd raken door het horen van het leed van een ander. Dat noemen we secundair trauma. Vooral wanneer je sterk meeleeft of zelfs gaat meelijden kan het raken aan je eigen gevoel van veiligheid: “Dit had mij of mijn kind kunnen overkomen.” Waardoor secundair trauma kan ontstaan.
Factoren die het risico vergroten
- Alleen rondlopen met verhalen: Delen met collega’s, intervisie en supervisie zijn essentieel. Verbinding beschermt en reguleert stress.
- Controleverlies: Een volle caseload, tijdsdruk en emotioneel belastende sessies zorgen ervoor dat je alarmbel sneller afgaat.
- Emotionele overweldiging: Stress is besmettelijk. Wie de hele dag co-reguleert, raakt zelf sneller uitgeput.
Wat gebeurt er in je brein?
Bij stress gaat de amygdala (alarmbel) harder werken.
De hippocampus (ordner) is ons geheugen die functioneert minder goed en informatie raakt versnipperd.
De prefrontale cortex (het wetboek) is verantwoordelijk voor impulsen, keuzes en plannen. Dat werkt tijdelijk minder.
Je merkt dit bijvoorbeeld aan: minder woorden hebben om jezelf uit te drukken, prikkelbaarheid,
chaotisch denken of handelen, “niet helemaal jezelf” voelen. Dit zijn normale reacties, maar belangrijk om te herkennen.
Wat helpt?
- Verbinden: Collega’s, vrienden, intervisie, natuur of dieren – alles wat je helpt om te ontladen.
- Structuur: Vast ritme, op tijd eten, bewegen, wandelen. Ook als je geen zin hebt.
- Kleine herstelmomenten: Ademhalen, iets drinken, een korte pauze na een heftig verhaal.
- Glinsteringen zoeken: Positieve, zintuiglijke prikkels in je werkruimte die rust geven.
Dan denk je nog aan mij
De vader van Finn (7) zit in detentie, zijn moeder doet haar best om de boel draaiende te houden. Er is veel gebeurd binnen het gezin. Finn zit niet lekker in zijn vel en komt naar mij voor speltherapie. In mijn spelkamer hangt een mobile, daar hangen verschillende schatten aan. Hij kan er verwonderd naar kijken. Soms, als de zon schijnt, dan fonkelt een kleine discobal met mini spiegeltjes de kamer door. Hij draait eraan. We kijken.
Schatten
Finn neemt vaak schatten mee die hij vindt onderweg naar mijn spelkamer. Een steentje, een slak. Een stapel takken die hij buiten neerlegt en na de sessie mee naar huis neemt. Op een bepaald moment neemt hij een groot herfstblad mee. Die geeft hij mij cadeau. Ik bedank hem en zeg dat ik erg van de natuur hou en er heel blij mee ben. Symbolisch kan een herfstblad staan voor verandering, loslaten, vergankelijkheid. Met een geïmproviseerde knijper hang ik het aan de mobile. In de weken daarna krult het blad ineen want het droogt op. Hij kijkt er elke week naar. Doordat hij mij iets geeft wat hij buiten gevonden heeft, verbindt het kind zijn wereld van buiten de therapie met de wereld binnen de therapie.
Via de blik van een ander
Finn is gek op tekenen. Het liefst met de jumbo stiften. Na een tweede tekening vraag ik hem of hij misschien zijn naam op zijn tekening wil schrijven. Deze vraag blijkt voor hem een schot in de roos te zijn. Hij maakt vervolgens iedere week een compleet andere tekening die hij afsluit met zijn naam. Zijn naam wordt dan door hem in grote sierletters geschreven in de stijl van de tekening. Monsterlijke letters met ogen, snelle letters met vuurschoenen, etc. Als therapeut ben ik getuige van dit proces, ik ben er bij, ik bevestig. Een groot deel van hoe een kind een zelfbeeld ontwikkelt, gebeurt via de blik van de ander — vooral van een betekenisvolle volwassene zoals de therapeut. Daarbij ondersteunt deze werkvorm kinderen met een kwetsbaar zelfbeeld (bijv. door afwijzing, faalangst of weinig bevestiging) kan het opschrijven van hun naam juist helpen om zichzelf letterlijk en symbolisch een plaats te geven.
Ben ik belangrijk genoeg?
De afrondingsperiode van zijn behandeling breekt aan. Bij de laatste sessie vraagt hij: “laat je het blad hangen als ik weg ben? Dan denk je nog aan mij…” Dat is een teken van hechting en de waarde van de therapeutische relatie. Ik blijk op dat moment in zijn mapje met tekeningen die hij mee krijgt per ongeluk een tekening van mijzelf te hebben gedaan. Een van de vele tekeningen die ik naast hem heb gemaakt. Hij vraagt of hij mijn tekening mag hebben, want dan kan hij ook aan mij denken. Dat mag natuurlijk.
Door eerder in de sessies het herfstblad te geven en bij het eind te vragen of ik het laat hangen en aan hem blijf denken, onderzoekt hij (onbewust): “ben ik belangrijk genoeg om herinnerd te worden?” Dat raakt direct aan het zelfbeeld, het gevoel van eigenwaarde en bestaansrecht. Door het op te hangen aan de mobile bevestig ik hem: “jij bent iemand die indruk maakt. Jij hebt betekenis.” Dat versterkt een positief zelfbeeld: “ik doe ertoe, ik word gezien”. Het traject is afgerond, het is goed zo, hij stapt veerkrachtig de buitenwereld in.
Dit blog is geschreven voor de week van de vaktherapie 2025. Het thema van deze week is zelfbeeld. Het doel van deze week is om meer bekendheid te geven aan vaktherapie. Speltherapie is een van de vormen van therapie die onder de paraplu van vaktherapie valt.
Ik ben een speltherapeut. Wat is jouw superkracht?
Ik schrijf, teken en fotografeer graag over het vak van Speltherapie. Vandaag weer een nieuwe tekening. De afbeelding spreekt voor zich.
p.s. Je mag mijn tekening best gebruiken bij een presentatie o.i.d. maar dan wel graag met bronvermelding en zonder commerciële doeleinden.
Hejjû oew mooie ploatjes wir bie?
Riek (81) zwaait al bij het raam als ik op de fiets aan kom. Ik mag mevrouw, Riek noemen. “Hejjû oew mooie ploatjes wir bie?”, vraagt ze. “Jazeker, Riek! Fijn dat je er weer bent!”, zeg ik. Ik kan haar dialect niet napraten, maar we verstaan elkaar en dat is het voornaamste.
Ik ga met Riek aan een tafeltje zitten en haal de stapels Verbeeltenis Vertelkaarten uit het doosje. Meneer Andreas komt bij ons zitten, hij woont hier nog niet zo lang. Hij is niet zo spraakzaam, maar geniet er toch van om bij ons te zitten.
Op tafel spreid ik de stapel met beelden uit. “Riek, doen we er ook een vraag bij?” Dat wil Riek wel. Ze trekt een kaart en ik lees hem voor, dat wil ze graag. “Waar geniet je echt van?”, staat er. “Zo samen proaten”, zegt ze. Ze bedoelt o.a. met mij, maar geeft ook aan dat ze nog steeds contact heeft met een vriendin van vroeger en daar ook graag mee praat.
“Is er een afbeelding te vinden die past bij waar we van genieten?”, vraag ik. En terwijl wij praten wijst meneer Andreas een afbeelding met een boom aan. “Houdt u erg van bomen meneer Andreas?” Hij knikt en zegt heel zacht “de natuur is mooi”. En Riek bevestigd dat zij hier ook van houdt. Ze geeft aan dat hier vlakbij een hele grote boom staat, die ziet ze elke keer als ze een rondje loopt. “Zullen we straks samen dat rondje lopen en dat je mij de boom laat zien?” En zo sluiten we de ochtend af. Riek behendig met de rollator. We zwaaien nog even naar meneer Andreas. Hij wilde niet mee lopen, maar heeft zich naar het raam gewend, zijn ogen volgen ons en hij zwaait terug.
Wil je ook met de Verbeeltenis Vertelkaarten werken? Je kan de kaarten hier bestellen.
Jubileum dag 30 jaar NVVS
Vrijdag 26 september 2025 was het groot feest. We vierden in Amersfoort het 30 jarige jubileum van de NVVS. De NVVS is de Nederlandse Vereniging voor Speltherapie. De beroepsvereniging waarmee je als geregistreerd speltherapeut aan het werk kunt.
Iedere speltherapeut is een parel
De symboliek van 30 jaar samenzijn is die van parels en daar konden we tijdens de jubileum dag niet omheen. We zijn in de watten gelegd. Wat zijn wij speltherapeuten toch een mooie club mensen bij elkaar. Iedereen is een parel. Het was een weerzien met oud studiegenoten, stagebegeleiders van toen, werkgroep collega’s, cursisten, mensen die je online had ontmoet maar nog nooit in het echt en kennismaken met nieuwe collega’s.
Er was een terugblik van de eerste doelstellingen van de NVVS. Per doel mocht je staan als je vindt dat deze nog steeds van toepassing is. Het verrassende is dat we erg gegroeid en ontwikkeld zijn en tegelijkertijd nog steeds naar hetzelfde streven.
Roze gouden parelmoer
Het congrescentrum was rijkelijk versierd met roze gouden parelmoeren decoratie. Wat hebben we genoten van mooie inhoudelijke praktische speelse workshops. Er was een high tea, theater en een heuse prijzenbingo waarmee je onder andere knetterzeep, pastelkrijt en werkmaterialen kon winnen. Ook was er een markt met spelvormen waar ik zelf nog met een kraam stond met Verbeeltenis Vertelkaarten. Het leuke daaraan was ook de persoonlijke ontmoeting. Dat ik het verhaal achter de kaarten kon vertellen. Er zijn weer een paar setjes verkocht die in spelkamers gebruikt worden.
Wat was het een feestelijke dag, NVVS 30 jaar, Shine on!
Er de vinger niet op kunnen leggen
Elke speltherapeut heeft ermee te maken. Situaties met kinderen en/of het systeem waar je de vinger niet helemaal op kunt leggen. Het geeft een soort van onbehaaglijk gevoel. Ergens zit het scheef, maar waar precies? En wat betekent dat? Het is anders dan wanneer je gewoonlijk dingen overdenkt waar je nog bij puzzelt.
Ballast bij de ouder
Vader komt naar de evaluatie. Een evaluatie waarbij ik denk: “bah, wat ben ik veel aan het woord”. Het is passief, vlak en eenzijdig. Ik probeer door te vragen naar voorbeelden, maar krijg amper een reactie. Er kan tussendoor geen lachje vanaf. Hij gunt zijn kind toch de therapie. Dat merk ik wel in het gesprek. En soms krijg ik een voorbeeld als ik doorvraag. Hoewel ik het gevoel krijg dat ik informatie eruit moet trekken, komt vader wel altijd zijn afspraken na. Hij is aanwezig, hij luistert wel oprecht met aandacht. Hij reageert op mails. Hij stelt soms vanuit zichzelf een praktische vraag op de mail. Hoewel het kind zelf naar therapie komt, wordt hij wel gestimuleerd vanuit huis naar mij toe te gaan. Dat zijn signalen die ik oppik. Ook krijg toestemming om met de leerkracht te overleggen. Het lijkt dus erg gesloten, maar toch ook weer niet. Zoals bij kinderen die in de spelkamer komen, hebben ook ouders hun ballast die ze meedragen.
Ook bij het kind heb ik het gevoel dat ik de vinger er niet op kan leggen. Hij heeft hobby’s en vertelt erover, zoals paardrijden, buitenspelen met vrienden, knutselen. De jongen komt elke keer met iets wat half werkt. Een geleende fiets, een kapotte paraplu, een scheur in zijn trui en hij doet of dat oké is. En misschien is het ook oké. Is dit onverzorgdheid vanuit de ouders? Is dit het karakter van de jongen?
“Gewoon”, zegt hij schouderophalend
Ik merk dat speltherapie passend is. Hij bloeit op. Hij is 11 en kan gevarieerd spelen. Regelspel, verbeeldend spel en knutselen. Het lijkt te zitten in zijn zelfbeeld, eigenheid. Niet stevig staan. Mij willen pleasen. Toch mee willen helpen met opruimen terwijl dat in speltherapie niet hoeft, maar wat is dat dan? Om de relatie (binding/hechting) goed te houden? Om voor mij te zorgen (parentificatie)? Om aan te geven dat hij het echt heel fijn vindt hier? Om de tijd te rekken dat hij niet terug naar school of thuis hoeft? Bij het regelspel Monopoly junior heeft hij zoveel geld verdient dat hij dat voor mij zielig vindt en ik krijg een kwart van zijn geld geschonken. Terwijl ik niet blut ben, ik heb eigen biljetten. Bij een Schleich Riddergevecht krijg ik van hem, mijn tegenstander, een extra paard als geschenk van de koning. Zonder addertje onder het gras. “Huh?! …maar we zijn toch elkaars vijanden?”, roep ik. “Gewoon”, zegt hij schouderophalend, op een manier zoals zijn vader dat kan doen. Soms kun je er dus (nog) niet de vinger opleggen en het is maar goed ook dat je dan niet te snel conclusies trekt. Zoeken naar hypothesen. Werken aan onderlinge relaties met het kind en met zijn ouder(s). En dat je ondanks dat het nog niet helder is het kind en het systeem blijft volgen en wel het therapeutische spel speelt wat zich ontvouwt.
Stagiaire speltherapeut bij Verbeeltenis
Welkom Marcha. Vanaf september zal de praktijk verrijkt worden met een stagiaire, zij stelt zichzelf voor:
Hoi kinderen, beste ouder(s)/verzorgers(s),
Vanaf september 2025 kunnen jullie mij tegenkomen in en rondom de Praktijk Verbeeltenis. Daarom stel ik mij graag even aan jullie voor. Ik ben Marcha Hirdes, student aan de Christelijke Hogeschool Ede. Met veel plezier volg ik de Master Speltherapie. Naast dat ik mijn tijd en energie stop in het leren van het vak tot speltherapeut, ben ik getrouwd met Arnold en moeder van drie kinderen van 8, 7 en 5 jaar. Ook werk ik als leerkracht van groep 5/6. Mensen omschrijven mij als open, betrokken en toegankelijk.
In mijn werk en thuis ervaar ik dat de mooiste momenten ontstaan wanneer ik een sprankeling zie in de ogen van een kind. Het moment dat een kind weet, voelt en ervaart dat het er helemaal mag zijn, met zijn rugtas van ervaringen op zijn rug.
Ik zie uit naar wat het komende jaar mij gaat brengen bij Verbeeltenis. Graag ontmoet ik jou en wil ik je beter leren kennen tijdens het spel dat we spelen. Graag ontmoet ik ook u, omdat ik geloof dat juist in de verbinding tussen kind, ouder(s)/verzorger(s) en speltherapeut ruimte ontstaat voor groei en heling.
Hartelijke groet,
Marcha Hirdes
Ontwikkelingen praktijk Verbeeltenis eerste helft 2025
De eerste helft van 2025 is voor de praktijk een intensieve tijd geweest. Allereerst bestaat een praktijk in speltherapie uit het ontvangen van veel kinderen en hun gezinnen voor spelsessies en het begeleiden van deze processen. De vraagstukken waren zeer divers. Ouders die met moed hun (levens)verhalen delen en kinderen die er met mij over durven te spelen. Met als resultaat mooie spelverhalen, kinderen die veerkrachtig zijn geworden en ouders die met tips weer verder kunnen. Daarnaast – wat niet zichtbaar is – is de organisatie er omheen. Dat kost veel tijd en energie, maar zorgt tevens voor een gezonde bedrijfsvoering. Hierbij even opgesomd:
Raamovereenkomst gemeente
Onlangs is het contract (raamovereenkomst) van Verbeeltenis met de gemeente Apeldoorn verlengd waardoor ook vanaf januari 2026 behandeling met speltherapie voortgezet kan worden. Het blijft nog steeds afwachten wat ontwikkelingen doen m.b.t. jeugdzorg en vaktherapie in de gemeente. We blijven dit op de voet volgen en hier actief in mee doen.
Visitatie praktijk
De praktijk heeft in juni een visitatie ondergaan waarbij de onderneming op uiteenlopende onderdelen is gescreend. Denk hierbij aan processen, naleving van wetgeving met juridische kaders, veiligheid en hygiëne, etc. Het resultaat is dat de praktijk voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen.
Vakregister
Om als geregistreerd speltherapeut werkzaam te zijn worden er eisen gesteld. Deze eisen bestaan onder andere uit het volgen van intervisie, erkende supervisie en (bij)scholing. Het gaat erom dat je jezelf blijft ontwikkelen en een actieve bijdrage levert. Het behalen van deze gestelde eisen moeten worden aangetoond met geldige bewijsstukken. Ook dit register is ingediend en voor de komende vijf jaar erkend. Waarbij het doorontwikkelen uiteraard niet stilstaat.
Overige activiteiten
We hebben een magazijn gebouwd voor spelmateriaal en methoden. Netwerken met andere ondernemers en collega (spel)therapeuten blijf ik belangrijk vinden. Daarnaast heb ik scholing gevolgd over speltherapie & hechting. En heb ik vakboeken gelezen over onder andere spel, spelontwikkeling en trauma. Ook heb ik een aantal workshops verzorgd over Verbeeltenis Vertelkaarten, spel en spelontwikkeling en creatieve werkvormen. En als laatste wat ik nog even benoem is dat ik graag mijn spelmateriaal op orde hou. Hetzij om materialen te vervangen of te repareren, maar ook zelf maak als aanvulling op wat er is. Denk daarbij aan poppenluiertjes van stof, of – zoals op deze foto- badlakens voor Barbies.
Grijp in, bemoei je er wel mee!
“Al jong wist ik dat het bij ons thuis anders was.” Ik kwam een interview door Christien Jansen tegen uit Libelle editie 28, 2025. Hierin vertelt Frieda van den Hoeven haar levensverhaal. Zij groeit op in een gezin met verstandelijk beperkte ouders. Ze vertelt over het ontbreken van veiligheid, structuur en zorg. Over eenzaamheid en schaamte, maar ook de acceptatie die na een lange weg verderop in haar leven ontstaat. Het geeft een beeld van hoe het voor een kind kan zijn om in een dergelijke situatie op te groeien. Deze beelden zijn belangrijk, omdat een kind gewoon zijn leven leeft, zich niet bewust is en/of er niet over kan, wil of mag praten. Het zijn de kinderen die om ons heen opgroeien.
Frieda zegt: ”Het had zóveel verschil gemaakt als iemand tegen me had gezegd: ‘Het ligt niet aan jou.’ Dan zou ik me gezien hebben gevoeld”. Wat ik graag wil aanhalen uit het interview is de zin: “grijp in. Bemoei je er wel mee”.
Deze taak ligt er voor omstanders. Want wanneer ‘wij’ dit niet doen, wie doet het dan wel? Wie komt er op voor dit kind? Omstanders in brede zin van het woord, die niets doen, geven de boodschap ‘we accepteren in onze maatschappij dat dit gebeurt’.
We weten vanuit trauma dat dit bij een slachtoffer kan werken als een intense nadreun of het naschokken van gebeurtenissen op zichzelf.
Het interview sluit af met: Zo’n 23.000 kinderen in Nederland groeien op zoals Frieda. Kijk voor meer informatie op oudervanmijnouders.nl.
Beeld: Petronellanitta
Boek: Wikkelkind
We zitten halverwege het jaar. De zomerperiode is aangebroken, tijd voor ontspanning. Ik wens al mijn collega’s toe om het even wat rustiger aan te doen. Dat is nodig, omdat de spelsessies met de kinderen intens zijn. Het vraagt 100% aanwezigheid wanneer wij met kinderen aan de slag zijn om goed afgestemd te zijn en de juiste responsen te geven in het spel en in het contact.
Drie verhaallijnen
Ik vind mijn ontspanning onder andere in het lezen van boeken. Hoe leuk is dat ik nu tijd heb gehad om het boek Wikkelkind van Diane Busink te lezen. In deze roman is speltherapeut Noor aan het werk, waardoor ik uiteraard nieuwsgierig was naar de inhoud van dit boek. Extra bonus is een verhaallijn die zich afspeelt in de 17e eeuw. Ook is er nog een 3e verhaallijn, hierin komt de ziel aan het woord. Misschien is dit voor sommige lezers wat te zweverig, voor mij was dit prima om me te verbeelden in andere werelden. Speltherapeuten houden van verhaallijnen, we weten dat het doen-alsof is met een beetje magie.
Het kind spreekt geen woord
Het boek begint met een 4 jarige meisje dat gevonden wordt en door niemand wordt vermist. Het kind spreekt geen woord en komt bij Noor in de spelkamer terecht. Noor gaat aan het werk met het meisje. Haar werkwijze is erg herkenbaar voor de speltherapeut, dat is genieten om te lezen. Maar je hoeft geen speltherapeut te zijn om het boek te lezen. Het is spannend en neemt je mee in de zoektocht van Noor naar puzzelstukjes, zoals we dat in de praktijk herkennen. Bijvoorbeeld door vanuit het perspectief van het kind te kijken, gelaagdheid te onderzoeken en naar meerdere generaties te kijken. Diane heeft een plezierige schrijfstijl en houdt je nieuwsgierigheid vast tot aan het eind van het boek.
Zelfstandig spelen
Ik krijg vaker de vraag van ouders waarom hun kind niet zelfstandig kan spelen. Samen onderzoeken we dan waar dit mee te maken kan hebben. (bijv, kindfactoren en ouderfactoren). Ook kijken we naar wat ouders beter wel of niet kunnen doen om af te stemmen op wat het kind nodig heeft.
Het is fijn wanneer een kind zelfstandig kan spelen, het laat zien dat een kind lekker in zijn vel zit. Maar wat we niet moeten vergeten is het belang van samen spelen. Dat is namelijk band-versterkend. Het kan er door omstandigheden nogal eens bij inschieten om tijd te maken dit met de kinderen te doen.
Ik vond een interessant artikel van Ouders voor nu door Karin Broeren over dit onderwerp.
Lezing primaire reflexen van kinderen
In de spelkamer kijken speltherapeuten breder dan naar het spel en de therapeutische relatie. Een speltherapeut kijkt onder andere naar lichaamshouding en beweging van een kind. Op vrijdag 4 juli j.l was ik aanwezig op het afstudeersymposium en werkvelddag van de Master Speltherapie in Ede (CHE). Daar woonde ik o.a. een lezing van Hendrieke Gorte-Slot bij. Zij is een gespecialiseerd baby osteopaat en had het over primaire reflexen van kinderen. Ik deel in dit blog een klein stukje uit haar verhaal.
Wat zijn primaire reflexen?
Primaire reflexen zijn een onderdeel van je overlevingsreflexen. Deze ontwikkelen zich al in de baarmoeder, in het eerste trimester. Reflexen zijn nodig om buiten de baarmoeder te overleven. Ze werken instinctief en verdwijnen over het algemeen vanzelf, behalve wanneer ze niet goed zin geintegreerd. Stress tijdens de zwangerschap en bevalling kan grote invloed hebben op de ontwikkeling van primaire reflexen en deze verstoren. Dit kan leiden tot gedrags-, ontwikkelings- en leerproblemen. Een voorbeeld van niet goed ontwikkelde primaire reflexen is al te zien bij baby’s: Heel veel overstrekken, huilbaby’s, onrust, veel krampjes. Maar ook later in het leven terug te zien. In het eerste levensjaar maken de hersenen en ruggenmerg een grote ontwikkeling door, hierdoor is het ervaren van stress in die periode van grote invloed. Stress op latere leeftijd kan de primaire reflexen weer opnieuw hyperactief maken. Hoe het leven wordt ingericht heeft ook te maken met ontwikkeling van deze problemen. Een kind dat in de box op de rug ligt, met boven zich een mobiel, ligt alleen maar naar boven te kijken en wordt niet uitgedaagd zich motorisch te ontwikkelen. Speelgoed wat aan de zijkanten van de box wordt bevestigd is veel beter, omdat het kind daar naartoe moet draaien. Met geboorte via de keizersnee komt het voor dat primaire reflexen onvoldoende geïntegreerd worden. Doordat het aantal keizersneden toeneemt, neemt deze problematiek ook toe.
W-zit (STNR-reflex)
In speltherapie ontvangen wij kinderen waarbij ook rekening gehouden moet worden met primaire reflexen. Dat zie je onder andere terug in kinderen die in een W-zit zitten. Dit zijn ‘billenschuivers’. Deze kinderen zijn minder mobiel. Het ontvangen en verwerken van informatie gaat moeizaam. Het kind is heel rigide in romp en hoofd bewegen. Doordat ze niet goed naar links- en rechts kunnen kijken hebben is er minder sociale belastbaarheid. Dit zijn ook kinderen waarbij de zwemlessen moeizaam gaan. Dit komt doordat heupen en tegelijkertijd de nek strekken bij de schoolslag moeilijk is. Bijzonder is dat zij wel onder water kunnen zwemmen. Billenschuivers hebben meestal niet gekropen. Zij bewegen hun hoofd van boven naar beneden. Ze kijken niet steeds van links naar rechts. Hierdoor ontwikkelen de hersenen zich minder goed. De lateralisatie komt onvoldoende op gang. Lateralisatie wil zeggen, het proces waarbij linker- en rechterhersenhelft zich specialiseren in aansturen van specifieke functies en motorische taken. Kruipen en tijgeren heeft invloed op de lateralisatie. Door oefeningen en beweegspelletjes kan lateralisatie alsnog ontwikkeld worden. Het advies van Hendrieke is om kinderen uit de w-zit te halen. Bij de intake kan gevraagd worden of het kind heeft gekropen en getijgerd of het naar beide kanten heeft gerold. (bron: foto kindje in w-zit, ai)
Moro-reflex (schrik-relfex)
Het Moro-reflex is te herkennen als een schrik-reflex bij een baby die dan armen en benen strekt bij plotselinge prikkels zoals een hard geluid. Deze reflex verdwijnt binnen een aantal maanden na de geboorte, maar bij sommige mensen blijft het actief. Dit kan leiden tot angstgevoelens. Te zien aan kinderen is dan dat er slaapproblemen ontstaan. Als voorbeeld wordt gegeven wanneer je bijna in slaap valt dat je dan ineens het gevoel kunt hebben dat je voorover valt en daarvan schrikt. Bij een volwassene is je cortex ontwikkeld. Hierdoor kun je bedenken dat dit maar een droom of gedachte was in plaats van werkelijk te vallen. Je laat dit los en valt in slaap. Voor kinderen kan een dergelijke situatie beangstigend zijn, omdat zij dit onderscheid niet kunnen maken. Hierdoor kan het inslapen steeds voor problemen zorgen en/of bij elke slaapcyclus kan het kind wakker worden. Daarnaast zijn deze kinderen gevoelig voor geluid/ licht/ temperatuur. Ze zijn hyperalert en hebben moeite met veranderingen en aanpassingen. Het afschermen van prikkels lukt moeilijk. In een schoolklas is het voor deze kinderen prettiger wanneer zij achterin de klas zitten, zodat zij alles kunnen overzien in plaats van dat er achter je onverwachte dingen gebeuren. Het zenuwstelsel schrikt van elke kick.
Galant-reflex (rugreflex)
Kinderen die niet stil kunnen zitten, de zogenaamde wiebelkinderen. Zij hebben een hekel aan labeltjes in kleding en dragen bijvoorbeeld graag naadloze sokken, anders voelen zij dit de hele dag. Deze kinderen zijn bekend met zindelijkheidsproblematiek. De rusteloosheid kan lijken op ADHD, opletten dat deze niet verkeerd gelabeld wordt. Je kunt het zien aan hoe deze kinderen op hun stoel zitten. Het liefst op het puntje, zodat de rugleuning niet geraakt wordt want dat is niet fijn. In de klas kan de leerkracht vervolgens zeggen dat het kind rechtop tegen de rugleuning moet gaan zitten, dus wordt dat steeds een trigger. Bijzonder is dat meer jongens dan meisjes problemen hebben met Galant-reflex. Een osteopaat kan reflexintegratie therapie geven door middel van een manuele behandeling en oefeningen voor thuis. Om de hersenen te leren dat je niet bij elke prikkel tegen het plafond aan hoeft te zitten. Daarnaast zijn er werkvormen die je met de kinderen kunt doen, zoals een rug oefening tegen de muur waarbij het bovenlichaam van links naar rechts schuift tegen de muur. Hendrieke benadrukt om te gaan bewegen in plaats van allerlei hulpmiddelen in te zetten zoals drukvesten en kussen, dat zijn symptoombestrijders.
Bonding-reflex (basisreflex)
Als laatste wordt de bonding-reflex genoemd. Een hele belangrijke, omdat veiligheid de basis is voor groei, om te kunnen ontwikkelen en leren. Als de bonding-reflex niet goed integreert kan het kind moeite hebben met zichzelf en anderen te verbinden, zichzelf te reguleren en zichzelf veilig en geborgen te voelen. Door deze reflex te integreren wordt de hechting bevorderd. Door diepe druk in het contact/aanraking krijgt de hersenstam een seintje dat je veilig bent. De receptoren hiervan zitten op de pees-spier welke ervoor zorgen dat bewegingen gereguleerd worden en overmatige spierspanning wordt voorkomen.
Het mag in elk geval duidelijk zijn: hup, in beweging met de kinderen! Dat is op allerlei manieren goed voor kinderen en voor onszelf.
Bezuinigingen jeugdzorg gemeente Apeldoorn: de brede bodem van speltherapie staat onder druk
Het is weekend. Ik zit achter de naaimachine en kijk terug op mijn week. Ik ben van twee herbruikbare boodschappentassen een nieuwe tas aan het maken, want er is een bredere bodem nodig. Zodoende past een specifieke bak met speelgoed gemakkelijk in de tas voor op de dagen dat ik speltherapie op school geef. Door zo praktisch en met de handen bezig te zijn, maak ik mijn hoofd leeg. Dat is voor een speltherapeut wel nodig. Zo dwarrelt het begrip ‘bredere bodem’ door mijn gedachte.
Bezuinigingen op de jeugdzorg
In de gemeente Apeldoorn wordt er te veel geld uitgegeven aan jeugdzorg. Op de dag dat jeugdzorgaanbieders zich kunnen inschrijven voor de nieuwe aanbesteding van 2026, komt er een nieuw voorstel met pakket aan bezuinigingsmaatregelen binnen. De eerste twee fasen van bezuinigingen blijken nog onvoldoende. Op dit aanvullende voorstel moet nog gestemd worden. Maar in dat voorstel staat speltherapie (vaktherapie) onder druk, waarbij het aanbod voor een groot deel (50%) van hulpvragen zal worden wegbezuinigd.
Speltherapie niet onderschatten
Het is begrijpelijk dat een aantal zaken anders geregeld moeten worden om zorg betaalbaar te houden. Maar het wegbezuinigen van speltherapie (vaktherapie) gaat hier niet helpend in zijn. Speltherapie is een specialistische vorm van behandeling die niet moet worden onderschat. Kinderen praten wel, maar kunnen doorgaans niet praten over de stress die zij ervaren. Ze hebben geen idee waar het mee samenhangt, omdat zij cognitief nog niet zover zijn ontwikkeld. Of omdat het veel te direct is en te dichtbij komt. Zij uiten dit in gedragingen waarvan het niet werkt dit met sancties of beloningen ‘de kop in te drukken’. Wat kinderen wel doen is spelen. Spel is de taal van het kind.
Bredere bodem
Kijkend naar de uitdrukking van een ‘bredere bodem’ creëren binnen speltherapie, dan staat dit voor het creëren van een veilig fundament. Het symboliseert de psychische ruimte en ondersteuning waar een kind zich veilig voelt. Veilig om emoties, ervaringen en problemen samen met de speltherapeut te verkennen. Met aandacht voor dieper gewortelde hechtingservaringen. Psychoanalyticus D. Winnicott heeft het over de ‘holding environment’ die cruciaal is voor de emotionele ontwikkeling van het kind. Psycholoog en pionier speltherapie Axline geeft aan dat een kind zijn innerlijke belevingswereld pas durft te laten ontstaan als die veiligheid in die brede bodem er is. De veiligheid ontstaat aan de hand van de therapeutische relatie.
Erger voorkomen
In het voorstel van de gemeente Apeldoorn mogen bepaalde hulpvragen niet meer worden behandeld en wil men deze met goedkopere inzet oplossen. Voorbeelden hiervan zijn faalangst- en emotieregulatieproblematiek. Als je niet onderzoekt wat de oorzaak is – en dat is bij iedereen verschillend – dan lost er niks op. Sterker nog, de problemen gaan stapelen en worden op termijn alleen maar erger. Zoeken naar die lagen en oorzaken is specialistisch werk. Dat kun je niet verwachten van mensen, zoals een buurvrouw of de vrijwilliger bij de sportvereniging. Dit zijn absoluut zeer belangrijke mensen. Voor het ervaren van positieve relaties, leren van vaardigheden, plezier maken en activiteiten doen. Maar zij kunnen een therapeut niet vervangen.
Hoorzitting
Bij de hoorzitting van donderdag 26 juni in de afgelopen week hebben twee collega-speltherapeuten en ik gereageerd op het voorstel van de nieuwe bezuinigingsmaatregelen. Ieder met een eigen verhaal. Hier kun je mijn ingesproken boodschap terugkijken.
Het terugdringen van kosten in jeugdzorg is een complex probleem. Apeldoorn is een grote stad waar veel gebeurt. Daar waar een kind hulp nodig heeft is doorgaans meer aan de hand wat aandacht verdient om de gezinnen sterker te maken. Ik hoop dat straks in september de juiste keuzes gemaakt worden. Niet alleen gebaseerd op financiële keuzes maar ook dat de inhoud van behandelingen en de resultaten goed worden meegenomen.
Zien gaat verder dan kijken
In mijn vrije tijd bezoek ik graag musea. Vaak is het pand alleen al erg indrukwekkend, laat staan de collecties die er tentoongesteld worden. Kunst, met name schilderijen van oude meesters, vind ik fascinerend. Een kunstwerk kan je meenemen naar een andere wereld. Je overgeven aan wat je ziet en ervaart. Het zorgt voor zingeving in het bestaan. Daar zitten voor mij overeenkomsten in wat kinderen mij laten zien in de spelkamer.
Werken met kinderen en hun gezinnen vraagt om nauwgezet analyseren. Dat doe je als speltherapeut op verschillende manieren. Spelen is de taal van het kind. Hoewel ze best een lekkere babbel kunnen hebben, zijn kinderen vaak niet in staat om te vertellen waar ze mee zitten en wat er nodig is. Zij kiezen materiaal en spelen hun spel. Hun binnenwereld presenteert zich op die manier naar buiten.
De meeste kinderen hoeven niet naar een therapeut, zij verwerken gebeurtenissen gewoon door te spelen. Wanneer kinderen vastlopen, kunnen speltherapeuten hen via de therapeutische relatie en via het spel weer in beweging krijgen. Het spel van een kind is doorgaans dynamisch (beweging in het spel), ook speelt de therapeut mogelijk mee en verwoordt handelingen van het kind.
Zien van een spelbeeld
Als therapeut vraag je je af: “Wat laat dit kind mij zien?” en “Wat kan ik vandaag bijdragen om dit kind te ondersteunen?” Bij kinderen waar je er nog niet helemaal uit bent, “wat wil dit kind mij nou eigenlijk zeggen?”, helpt het juist om die momenten de focus te leggen op een stilstaand spelbeeld. Los van de beweging, het verhaal wat al dan niet verteld wordt, de therapeutische relatie, de informatie die je van de ouders en de leerkrachten hebt, maar door enkel te kijken naar het (spel)beeld, als fragment, als schilderij.
Om je te bekwamen in het zien (dat gaat verder dan kijken), is het bezoek aan een museum zeer de moeite waard. Daar kun je naar hartenlust oefenen. Boeken met kunstwerken zijn zeker ook interessant om te gebruiken. Maar om voor een echt schilderij te staan, dat prikkelt meer de zintuigen. Je voelt het. Voor een imposant werk te staan en te bedenken hoe een schilder dit in die tijd heeft kunnen maken. Je ziet van dichtbij de penseelstreken.
Schat aan informatie
Kies bij een bezoek een of twee schilderijen uit en ga er eens echt voor staan. Betekenis van symboliek is op te zoeken, maar voor spelbeelden en het werken met kinderen geldt dat die niet een-op-een over te nemen zijn. Naast een ‘collectieve betekenis’ bijvoorbeeld vanuit een doelgroep (cultuur, religie), geven mensen individueel betekenis aan wat zij vormgeven en verbeelden. Ik zou dus zeggen, laat dit opzoeken los en kijk en ervaar. Wat roept het werk bij je op? Wat zegt dit tafereel? Hoe staan de mensen ten opzichte van elkaar geportretteerd? Wie staat er op de voorgrond? Hoe zijn de mensen gekleed? Welke attributen worden afgebeeld? Welke kleuren worden gebruikt? Wat staat er in de omgeving? Wat is weggelaten? Hoe gedetailleerd is het werk? En welke betekenis geef je eraan? Op die manier kun je ook spelbeelden analyseren. Kijkend naar dingen die opvallen, tegenstrijdigheden, speelt het vroeger of nu af, is het realistisch of fantasierijk, zijn er problemen te zien of is het een paradijs? Het geeft een schat aan informatie.
Als ik een stoel zou zijn
Bij dit bericht zie je onder andere het schilderij de stoel van Van Gogh. Hij heeft zichzelf geportretteerd: ‘Als ik een stoel zou zijn, wat voor een soort stoel ben ik dan?’ Zoals een kind in de spelkamer een dier-metafoor voor zichzelf kan kiezen. Fantastisch dat Van Gogh dit soortgelijk al deed in 1888. Dit schilderij hangt in National Gallery Londen. Hij maakte overigens ook een stoel voor Gauguin, een Franse schilder waar hij mee bevriend was. Veel sierlijker en overdadiger dan zijn eigen eenvoudige boerenstoel.
Ook toegevoegd aan dit bericht, twee schilderijen waarmee je kunt oefenen in het zien.
Portret van een onbekende familie, ca. 1530 (maker onbekend) Deze hangt in het Groninger museum.
The Ambassadors, in1533 door Hans Holbein. Een tipje van de sluier van dit schilderij is dat die ‘vlek’ op de vloer, een vervormde schedel. Wanneer je hier op een juiste manier voorstaat en dus van perspectief verwisselt is het te zien. Hier is dit het symbool van sterfelijkheid. Deze hangt in National Gallery in Londen. Maar er is nog meer te zien op dit schilderij.
Een terugblik: workshop Verbeeltenis Vertelkaarten bij praktijk De Spiegel
Ooit begon ze haar praktijk vanuit het onderwijs, eerst in een schuurtje van 2 x 3 m. Later in een ruimte bij een gezondheidscentrum. En nu in een grotere eigen praktijkruimte. De Spiegel is de bloeiende praktijk voor speltherapie van Marjon Dubbeldam in Culemborg. Er werken 6 speltherapeuten, waarvan 1 stagiaire die bijna is afgestudeerd. Je ziet bij binnenkomst direct de persoonlijke touch van de aankleding van de ruimtes. Het geeft een behaaglijk gevoel. Er zijn 2 spelkamers aanwezig. Dit jaar bestaat haar praktijk 10 jaar en dat vieren we met deze workshop: werken met Verbeeltenis Vertelkaarten in de spelkamer.
Na een voorstelrondje aan de hand van de kaarten gingen we in 2 groepjes uiteen om verschillende werkvormen te proberen vanuit het thema ‘emotieregulatie’. De Verbeeltenis Vertelkaarten hebben geen vastomlijnde manier van werken. Het heeft juist veel mogelijkheden in zich, zodat je het kunt koppelen aan je eigen manier van werken. En bovendien aanpast aan het kind dat je voor je hebt. Dat is iets wat heel erg past bij cliëntgerichte speltherapie.
Het is fijn met zo’n workshop om met elkaar aan de slag te gaan en het zelf te ervaren. Dan kun je een beetje proberen zonder al daadwerkelijk in een sessie te zitten. Daarnaast is het plezierig om al spelend en ontdekkend de liefde voor het vak met elkaar te delen. Vraagstukken over een huidige cliënt bijvoorbeeld en hoe je daarbij de Verbeeltenis Vertelkaarten kaarten kunt inzetten. En ook waar je als speltherapeut zelf ´op aan gaat´. Voor de een is dat Playmobil en voor de ander sensopathisch spel. De kaarten zijn een mooie toevoeging op het overige spelmateriaal.
Zo maak je zelf een droom in een potje
We kunnen een droom in een potje maken. In het potje zit een beetje magie. Als je het schudt zie je hoe alles begint te dwarrelen. Alles is in beweging. Net als soms in jouw hoofd, wanneer je zegt dat hij vol zit.
Als je dan even wacht en kijkt naar het potje wat er gebeurt, dan zie je de glitters langzaam naar beneden zakken en wordt het weer rustig. Het helpt je herinneren dat rust altijd weer terugkomt.
In dit potje wonen jouw dromen, gedachten & gevoelens, jouw kracht. Je kunt er naar kijken als je een beetje magie nodig hebt.
Hoe maak je dat?
Het leuke aan een droom in een potje maken is dat het heel eenvoudig is, met eenvoudige materialen die snel voor handen zijn.
Dit heb je nodig:
- Een leeg en schoon glazen potje met schroefdeksel
- Zonnebloemolie
- Water
- Glitters en eventueel kleine kraaltjes of versieringen
- Een paar druppeltjes ecoline of voedingskleurenstof
- Eventueel secondelijm om de deksel vast te lijmen.
Werkwijze:
- Vul het potje ¼ deel met water.
- Doe een theelepeltje glitters, kraaltjes, versieringen bij.
- Voeg een paar druppeltjes ecoline of voedingskleurvloeistof naar keuze toe.
- Vul het potje voor de helft met zonnebloemolie.
- Schroef de deksel erop.
- Optioneel: lijm het deksel met 1 secondelijm vast.
Je droom-in-een-potje is klaar.
Schudden maar en kijken hoe de vloeistof zich beweegt, kleurt en mengt.
Tijd om even lekker mee weg te dromen!
Magneten ordenen
Ik haal hem op uit zijn klas, groep 4 van speciaal basisonderwijs. Zijn half lange haar zit verward op z’n hoofd, zijn kleding hangt in flarden om zijn lichaam. Ik denk even terug aan toen mijn kinderen klein waren, waarbij ik dan zei: “kom, het lijkt wel of je een vogelnest op je hoofd hebt, laten we je haren even borstelen”. Maar niet ieder kind krijgt dit als vanzelfsprekend in ondersteuning, warmte en structuur mee. Ik zeg er niets van, hij is goed zoals hij is en mag bij mij komen spelen.
Hij heeft het niet gemakkelijk
Met zijn vingers trekt hij een spoor op de muur naast hem de gang door, de trap af, en de volgende gang door totdat we in het lokaal zijn voor speltherapie. Thuis heeft hij het niet gemakkelijk met een oudere broer met agressieproblemen, een vader met P.T.S.S. die op een wachtlijst voor behandeling staat en een moeder die overbelast is.
Hij kiest de magneten uit om mee te spelen. Ik heb er meerdere soorten van. Deze zijn met gekleurde vormen. Toevalligerwijs kiezen veel kinderen deze week voor de magneten. Het is zo mooi om te zien wat ze ermee doen allemaal totaal verschillend. Van platte patronen leggen en hier een bloemenveld in zien tot aan het bouwen van een winkelcentrum in 3D en een raket met speciale uitrusting. Alles komt voorbij.
Vorm bij vorm en kleur bij kleur
Ik ben benieuwd wat hij ermee gaat doen en wacht af. Hij krijgt de regie op het spel. Dat is zo belangrijk, want er wordt in zijn leven al zoveel voor hem bepaald en dat heeft doorgaans geen prettige uitwerking. In plaats van bouwen wil hij ze sorteren. Eerst wil hij de vierkanten op kleur zoeken en dan gaan tellen, zegt hij. Uit de chaotische berg magneten die voor ons op tafel ligt, zoeken we samen de vierkanten. Ik geef de vierkanten die ik vind aan hem. Hij sorteert ze in stapeltjes op kleur. Zo assisteer ik hem in zijn spel en ontstaat er een samen, maar ligt de regie bij hem. Ik werk al wat langer met hem. Thuis wordt weinig gespeeld. Hij lijkt hier soms een soort van honger in te hebben, van samenspelen en plezier beleven. In het begin kwam hij nauwelijks tot spel. Daar is absoluut geen sprake meer van.
Blijven proberen
Mijn tempo vertraag ik, anders ontneem ik hem het zelf kunnen zoeken. Hij wil er een grote stapel van maken en ervaart dat dit niet even snel gedaan kan worden. Soms stoten de vierkanten af en hij heeft toch echt bedacht dat het een grote stapel moet worden die op alle hoeken aan elkaar kleeft. Hij laat zich niet van de wijs brengen. Hij probeert en probeert net zo lang tot de stapel staat. Eigenlijk wil hij de stapel tellen, maar hij zegt dat hij niet verwacht had dat de stapel zo groot zou zijn. Dat tellen is dan nog niet gemakkelijk. Hij bedenkt dat hij door stapeltjes van vier neer te leggen en keersommen wel kan uitrekenen hoeveel het er zijn. Hij legt ze neer en vervolgens is dat rekenen nog best pittig. Ik moet hem een beetje helpen daarbij en we komen op 39 vierkanten. Eén vierkant is van ander materiaal, die hoort er niet bij en wordt door hem aan de kant gelegd.
Tevreden
Zijn houding wordt steeds opener en zijn gezichtsuitdrukking wordt zacht. Dat is wat het doet om letterlijk samen te ordenen, van alle chaos in zijn hoofd. Door het voelen en ervaren, het in beweging zijn en het ‘samen’ reguleert hij. Hij wil na het tellen de stapel opnieuw neerzetten. Na de vierkanten volgen de andere vormen. Hij merkt op dat er soms vierkanten zijn aan beide kanten een andere kleur hebben. Met zijn eigen opmerkzaamheid en probleemoplossend vermogen plaatst hij ze op een juiste manier in de stapel. En op het eind zegt hij: “het ziet er zo mooi geordend uit” en kijkt tevreden naar het resultaat.
Cursus Hechting, een samenspel
Gisteren de laatste cursusdag van de cursus ‘Hechting, een samenspel’ bij Erna van Dijk en Masha Bos gevolgd. Met deze nascholing de verdieping in gegaan om nog meer finesse te krijgen in wat ik al doe. Ik werkte al met het bouwstenenmodel van Truus Bakker, maar ik kan het nu nog beter koppelen aan de casuïstiek in mijn praktijk.
Fijn aan deze cursus is dat het aansluit op speltherapie. Hoe kun je hechtingsvraagstukken herkennen binnen het spel? In welke fase van het hechtingsproces is er trauma in hechting ontstaan? Wat doet de therapeut om de cliënt te helpen met helen? Wat is er nodig bij een breuk in de hechting in verschillende fases? En hoe wijs je ouders daarin de weg om op te pakken wat nodig is? Een interessant vervolg na de cursus ‘Trauma, speel het klaar’, want ook rondom het werken met hechtingsvraagstukken spelen persoonlijkheidsdelen een rol (delentheorie van Janina Fisher).
Tijdens de cursus komen de eigen hechtingspatronen en persoonlijkheidsdelen van de therapeut ook aan bod. Het is belangrijk om dit goed bij jezelf te blijven onderzoeken, omdat het werk als speltherapeut vraagt om een psychisch gezonde professional. De cursus is afgerond, maar mijn zelfstudie en ontwikkeling als therapeut is volop aan de gang.
In de vierde versnelling
Tijdens de spelsessie schiet zijn verhaal alle kanten op. Hij speelt: “Amerika heeft een vliegende oorlog tegen Nederland. Hier is Amerika – hij wijst op de tafel- en hier is Nederland. Er kwam een Oekraïense wagen op visite bij allemaal Amerikaanse wagens. Hij werd beschoten, maar veranderde in een tankwagen. De Nederlandse wagens botsten op elkaar en vlogen in de fik, maar de passagiers gingen mee in het vliegtuig met de twee bommen. Verderop rijdt een wagen rakelings langs een andere wagen”. Hij gebaart hoe kort (3 mm) op elkaar. En ik kijk mee. Dan gaan er twee straaljagers de lucht in en hij doet zijn vinger tegen zijn mond en zegt dat ik niks mag zeggen, ook niet fluisteren. Dus mijn verwoorden stopt en ik zet nog explicieter mijn ogen en mimiek in om in de lucht te volgen wat er gebeurt. ”Deze mensen gingen ook ‘joinen’ “, zegt hij. En de oorlog verandert ineens in een oorlog met Italië. Waarbij ik mij nog aan het afvragen ben wie de andere partij dan is, is dit Nederland of Amerika? Of beiden? Maar ik heb geen tijd om dat te rijmen in mijn hoofd of een vraag te stellen. Er vliegen twee nieuwe vliegtuigen in de lucht, met twee auto’s op de vleugels, die zo uit de lucht komen vallen op de aarde. “De auto’s waren beschadigd, dus moesten ze op de takelwagens”. Dan ineens zijn er drie witte auto’s op een rij en er is een baby van lego. De derde auto heeft een laadbak waar de baby concreet in past, dus daar gaat hij in. Dan ineens is er de robotwagen verderop. Die kan ook letterlijk veranderen in een ander pantser, dat gebeurt nu. Er wordt geschoten op deze wagen en met mijn speelstem in het verhaal vraag ik: “wie deed dat? Wie begon te schieten!?” Omdat ik geen idee heb waar dit vandaan komt. Hij zegt: “dat is van de man zelf, hij is zijn eigen wagen aan het uittesten”. De wagen blijkt niet goed en er ontstaat een vuurzee. De man nam een andere auto. We zijn blijkbaar weer terug bij de baby. Die gaat in de brandweerwagen liggen om te slapen. Dat is ook een wonderlijk gegeven, dus ik vraag hardop of de baby eigenlijk wel veilig is steeds in zo’n omgeving. ”Hij ligt niet in een lekker warm bedje…”. Ik krijg geen antwoord, het spel gaat verder. En verandert na verschillende voertuigen en files en verkeersborden in een koning die de handschoenen en helm van de politieman afnam. De mensen dachten dat dit de politieman op de troon was….
Geen touw aan vast te knopen
Nu lijkt het bovenstaande stukje spelverloop nog best te volgen, zo uitgetypt in dit verhaal. Dan nog zijn het flink wat flarden en is het de vraag of het allemaal op elkaar aansluit of om meerdere verhaallijnen gaat. In werkelijkheid is er een vervolg en gaat dit verhaal nog minuten lang door in allerlei contexten. Een lezer van dit blog, zou dit rustig in eigen tempo kunnen lezen en uitpluizen.
Soms heb je kinderen die spelen hun spel in de vierde versnelling. Ik kan geen touw meer vastknopen aan de logica van dit verhaal. Soms kan ik verwoorden en even ergens bij stilstaan, maar uitgebreid stilstaan dat is nog te vroeg in het proces bij dit kind. Het verhaal moet gespeeld worden, het is belangrijk, het moet eruit. Dus ik laat los dat ik het niet begrijp en ik ga in het hier en nu in op wat er gebeurt.
De verwarring en het niet weten
Tijdens en na een dergelijke sessie draaien mijn hersenkwabjes overuren die alle prikkels nog door de trechters van mijn brein moeten laten gaan. Flarden van het spel, de bewegingen, de emoties, het flitst alle kanten op en ik denk “Waar ging dit nou eigenlijk over?” En die verwarring, het niet weten, dat is voor mij als therapeut een graadmeter in het proces.
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom kinderen hun spel in de vierde versnelling spelen. Het kan een beeld geven over hoe ze hun leven ervaren. Ongeordend in flarden. Mogelijk vanuit trauma dat zich in verschillende laagjes kan presenteren. Door de versnelling in te zetten, kun je ook snel voorbij gaan aan de dingen die te pijnlijk zijn. Het kan om onmacht gevoelens gaan, die ze projecteren op de therapeut om jou te laten ervaren hoe het voelt. Soms zetten kinderen hun hele verhaal al in de eerste sessie neer, zo van ‘zo, nou weet je het!’. Het samen verder onderzoeken moet dan nog (later) gebeuren wanneer het kind er aan toe is. Soms gaan kinderen dan alsnog terugschakelen van versnelling 4 naar 1. Anderen blijven op die manier spelen versneld en met veel details spelen. Verderop in het proces kan ik het zelf beter bijbenen, omdat de therapeutische relatie dan is opgebouwd en ik patronen begin te herkennen.
De superhelden werken samen
Zijn verhaal ontstaat tijdens het spelen. Het is een verhaal met een happy end. Het heeft enige tijd geduurd voordat zijn verhaal helemaal rond is en een happy end heeft. Het is zijn zoektocht geweest en ik mocht mee op avontuur in zijn spelverhalen. Lees zijn laatste verhaal maar, vol met hoop, niet alleen zijn en samenwerken, elkaar kunnen vertrouwen, gebruik maken van elkaars verschillen, gewaarworden en lichaamsgericht ervaren, oplossingen bedenken en inzetten en oefenen op een veilige plek in de spelkamer. En dat voor een jongen van 8 met een negatief zelfbeeld, die dacht dat hij nergens toe in staat was.
Stampen
Hij heeft superhelden uitgezocht en zet ze op een rij op de grond. We bekijken ze en vragen ons een aantal dingen af. “Wat zouden de superkrachten van deze zijn? en van die?” Hij zegt: “we hebben heel veel vragen over onze superhelden”. Eentje bekijkt hij en dan van zegt hij: ”ik denk dat deze veel in de sportschool zit dat hij daarom zoveel spieren heeft…….en dit is Rob en hij is heel slap”. “Waar is Rob goed in?”, vraag ik. “Ik weet het niet”, zegt hij. We bekijken de rest. Hij zoekt een paar huizen uit en dan pakt hij ineens Rob weer op en zegt: “Ik weet het, hij kan heel goed stampen op de grond en dan stampt hij alles los”. Hij doet het voor in de spelkamer en ik doe ook mee en benoem wat we horen en voelen trillen. “Dan hoor je hem dus al van verre komen, bijvoorbeeld als je in je bed ligt”. Ik: “en is het dan fijn om dat te horen? Of word je dan bang als je hem hoort?” Hij: “Dat is fijn, hij komt je helpen”. “Ohhh…dat je dan misschien eerst denkt, ik voel het trillen, zou het onweer zijn, maar dan is het Rob!”. “Ja, zo gaat dat dan”, zegt hij.
Uitkijktoren
“Zijn dat eigenlijk allemaal vrienden van elkaar?”, vraag ik. “Ja”, zegt hij, deze met die spieren, die kan bijvoorbeeld heel veel optillen en zo kunnen ze allemaal iets bijzonders”. “Dan werken ze misschien wel samen”, vraag ik me hardop af. “Deze niet”, zegt hij. Het is een robotachtige. Hij bekijkt hem van alle kanten en vraagt of ik het ook wil zien. Dat wil ik ook en ik bestudeer de robot. “hmmm…”, zeg ik en non-verbaal vraag ik mij af wie dit is. Hij antwoordt zonder dat ik de vraag stel: “Dat is een slechterik. Hij is in zijn eentje, maar hij is wel heel sterk…hij heeft niemand om mee samen te werken…”. We zwijgen even, daarna vertelt hij dat hij denkt dat er toch wel iemand is die de slechterik met slecht-doen mee wil helpen”. Hij speurt de spelkamer af en het wordt een grote Spinosaurus. “De dino is namelijk boos dat de superhelden de wereld willen redden.” De slechterik-robot blijft niet staan en valt steeds om. Hij bedenkt een oplossing en vindt een uitkijktoren waar hij tegenaan kan leunen.
Zachte landing
Aquaman begint te vechten tegen de slechterikken, maar zijn magische krachten helpen niet. Hoe kan dat? En dan ontdekken ze dat het alleen maar helpt als ze samenwerken en ieder iets doet waar hij of zij goed in is. De drietand van Aquaman doet zijn werk wanneer het piratenvrouwtje hem gebruikt. “Haha, ik ben misschien wel klein, maar ik ben niet alleen en ik heb de drietand van mijn vriend”. Ze geeft de dodelijke steek aan de robot, ze valt nog even onder de robot, maar wordt bevrijd door een sterke goeierik. En dan trilt de aarde, want Rob waarschuwt daarmee dat ze weg moeten gaan voor de Spinosaurus. De vrienden schuilen achter de huizen en bedenken een plan. De dino steekt boven de huizen uit, en hij wordt gedood met zwaarden en bliksemschichten van de andere helden. Spinosaurus is dood. De vrienden maken met elkaar een toren zodat ze allemaal een zachte landing maken en niet van de huizen af hoeven te springen. Het goede overwint het kwade!
Vaktherapie mag niet verdwijnen uit het jeugdzorgaanbod
´Het gaat niet goed met de jeugdzorg, zowel inhoudelijk als financieel. Momenteel ontvangt 1 op de 7 Apeldoornse jeugdigen een vorm van zorg. Dit aandeel is de afgelopen jaren gestegen. Hoe kunnen we jeugdigen uit de jeugdzorg houden en toewerken naar 1 op de 10 Apeldoornse jeugdigen in de jeugdzorg? Ook om de financiële houdbaarheid te waarborgen, is het noodzakelijk actie te ondernemen.´
Met deze boodschap werden wij – jeugdzorgaanbieders- uitgenodigd voor een bijeenkomst op 9 januari in het gemeentehuis van Apeldoorn. Hierbij werd het AEF-rapport ‘Grip op uitgaven Jeugdhulp – Flitsonderzoek gemeente Apeldoorn’ gepresenteerd. Met voorstellen om de financiële inzet van jeugdzorg terug te dringen.
Later in januari volgden bijeenkomsten van de Politieke Markt Apeldoorn (PMA) waarin het debat op dit onderwerp werd gevoerd. We waren hierbij aanwezig met vrijgevestigde vaktherapeuten, waaronder een aantal speltherapeuten. Ons doel daarbij was om vaktherapie een gezicht te geven en het belang van spel- en vaktherapie over te brengen. Juist omdat het rapport geen beeld geeft over de inhoud en kwaliteit van vaktherapie.
Inhoud van het rapport
Het rapport toont 9 suggesties in oplossingsrichtingen. Er worden diverse onderdelen benoemd, maar een daarvan is het uitsluiten van zorgvormen als geheel. En het is een kwalijk idee om dit als oplossing te zien. Opvallend is dat er bij dit onderzoek niet werd gekeken naar de inhoudelijke kant en kwaliteit van de geboden zorg. Tijdens de bijeenkomst werd vaktherapie als ´losstaande behandeling´ genoemd, maar vaktherapie kijkt juist breder naar de problematiek. De vraagstukken van kinderen zijn te ingewikkeld om dit losstaand aan te bieden. Het is in samenwerking met de context.
Gelukkig zijn de wethouder en alle aanwezige raadsleden het erover eens dat alle kinderen die zorg nodig hebben, deze ook moeten krijgen. Dat vinden we belangrijk in Apeldoorn. Drie vaktherapeuten spraken om uitleg te geven over het vak. Dit was een welkome inbreng voor de beeldvorming rondom de inhoud van ons aandeel in de jeugdzorg. Er werd met interesse geluisterd en er werden vragen gesteld.
Vaktherapie is en blijft heel hard nodig
We willen niet dat vaktherapie, uit het zorgaanbod verdwijnt. Kinderen en hun ouders die bij ons komen hebben onze hulp hard nodig. Het gaat om specialistische zorg. De problematiek bij de gezinnen zal verergeren. En daardoor zullen de kosten om dit op te lossen op langere termijn nog meer oplopen. Los van de kosten denk ik aan een menswaardig bestaan. Wat doet het met een mensenleven wanneer je de passende hulp niet biedt?
Vaktherapie is een overkoepelende naam voor onder andere speltherapie, beeldende therapie en psychomotore therapie. De nadruk van deze therapieën ligt op het doen en ervaren en minder op het praten. Vaktherapeuten zijn aangesloten bij een beroepsregister om hun vak te kunnen uitoefenen.
Vaktherapie Nederland ondersteunt ons hierin ook. Zij stuurden de gemeenteraad eerder al een brief om uitleg te geven over het belang van vaktherapie.
Vanuit mijn eigen praktijk als speltherapeut wil ik een aantal punten aanstippen:
Samenhang
Problemen rondom een kind staan nooit op zichzelf. De context is belangrijk en daarom wordt er systemisch gekeken. Ook met ouders en opvoeders wordt besproken wat het kind nodig heeft en wat zij hierin zelf (anders) kunnen doen. We gaan dan samen op zoek naar hoe we het kind kunnen helpen. Soms is het nodig dat ouders bijvoorbeeld een eigen hulpverleningstraject ingaan. Dit wordt bespreekbaar, doordat je parallel aan het kind ook in verbinding gaat met de ouders. Wanneer er vertrouwen wordt opgebouwd, staan zij meer open.
Specialistisch
Speltherapie is een behandelvorm met specialistische kennis en kunde. Bijvoorbeeld op het gebied van hechting en trauma. Het is heel goed te combineren met andere vormen van hulpverlening waarin bijvoorbeeld ouders opvoedondersteuning krijgen, of naast trajecten op school.
Multidisciplinair
Samenwerken met andere betrokkenen is belangrijk om met elkaar af te stemmen wat er nodig is voor het kind. Zo heb ik als speltherapeut overleggen met pleegzorgbegeleiders, ambulante gezinsbegeleiders, medisch specialisten, leerkrachten, ib’ers, schoolmaatschappelijkwerkers, etc. Dit zorgt voor het verbeteren van de kwaliteit van hulpverlening. Dat betekent soms ook: tot de conclusie komen dat een traject afgerond kan worden of dat er minder of andere zorg nodig is.
Preventief
Speltherapie heeft een preventieve werking. Het is een behandelvorm die vroegtijdig ingezet kan worden. Het voorkomt in veel gevallen dat een kind in zwaardere zorg terechtkomt (ggz).
Normaliseren
Soms is het nodig om te normaliseren. Niet alles is een hulpvraag waarvoor behandeling nodig is. Sommige problemen gaan vanzelf over. Ouders vinden het soms spannend wanneer een behandeling wordt afgesloten en hebben hier uitleg bij nodig. Dat is wat ik als speltherapeut ook meegeef. Afwijken is niet direct een probleem, dat hoort erbij in het leven.
Ervaringsgericht
Speltherapie is gericht op kinderen die nog in ontwikkeling zijn. Zij beschikken nog onvoldoende over taal, moeten nog leren reflecteren en zijn cognitief nog in ontwikkeling. Daardoor is ervaringsgerichte therapie belangrijk. Spelen is de taal van het kind en dus een manier om tot uiting te brengen wat een kind bezighoudt. Via het spel is het mogelijk om af te stemmen op het kind en de ontwikkeling weer op gang te brengen. Spel is indirect, waardoor een kind zich gemakkelijker openstelt.
Kosteneffectief
Verder is het aanbod van kleinere zorgaanbieders een pluspunt ten opzichte van grote organisaties. Veel taken en administratie die gedaan moeten worden gebeuren in eigen tijd en vallen buiten de beschikkingen. Wanneer ik een week ziek zou zijn, heb ik geen inkomsten, omdat de kinderen niet daadwerkelijk bij mij geweest zijn. Ik heb geen onnodige vergaderingen, geen ontvangstbalie en maak zelf mijn praktijkruimte en speelgoed schoon. Als speltherapeut sta ik ingeschreven in het vakregister. Daarvoor moet ik scholing blijven volgen, supervisietrajecten doen, deelnemen aan intervisie. Dit doe ik in eigen tijd en op eigen kosten. Dat is anders dan in grote organisaties. Verder zijn ‘de lijntjes’ met ouders kort, is de zorg persoonlijk en dicht bij huis van het kind en gezin.
Eind maart 2025 volgt de besluitvorming over welke maatregelen er genomen worden om de financiële inzet voor jeugdzorg terug te dringen. Naast deze besluitvorming zijn er ook ontwikkelingen rondom de nieuwe aanbesteding die vanaf januari 2026 ingaat.
Wat belangrijk is, komt bovendrijven
Voor Spelenderwijs, vakblad voor speltherapie, wintereditie 2024 schreef ik een artikel over het werken met de Verbeeltenis Vertelkaarten in de spelkamer.
Voor wie op zoek is naar meer ideeën om de Verbeeltenis vertelkaarten in te zetten deel ik het artikel.
Mocht je vragen over de kaarten hebben, neem dan contact met mij op. Ik help je graag op weg!
Jij stond toch op Marktplaats?
Wanneer je te maken hebt met kinderen dan weet je dat er momenten zijn waarop ze verrassend uit de hoek kunnen komen. Vooral juist wanneer de relatie is opgebouwd en ze vrijer kunnen zeggen en doen wat er in ze opkomt. Omdat ze weten dat ze dat mogen doen zonder door jou veroordeelt te worden. Ze staan nog aan het begin van hun leven en druk bezig om de wereld om zich heen eigen te maken.
Soms is die ene zin zo hilarisch, dat het zonde is als het verdwijnt. Dus ik ben ze gaan opschrijven en deel daarom vandaag met jullie dit luchtige blog om 2025 mee te beginnen. Hopelijk zorgt het voor een glimlach op je gezicht:
- Hij ziet een auto en roept dat die ook mee moet doen, “die is van ‘wijksraterstraat’”.
- “Ik zou graag lekker ruikend rijk willen zijn (ipv stinkend rijk)”.
- Over de zeemeerminnen zegt ze: “de meesten worden rijkloos, dus ik heb een huis voor hun gekocht”.
- In het spel zegt hij als elf tegen mij als draak: “ik schiet jou dood omdat je mijn moeder hebt dood-gegeten”.
- Tegen mij als speltherapeut: “Jij stond toch op marktplaats? Hoe duur ben ik als ik bij jou ben?”
- Ik bij het winkelspel: “Welke groente lust je wel graag?” Zij: “uhm….patat en pannenkoeken”
- Zij tegen mij: “Horen die gaten in je vest of is hij stuk aan het gaan?” (Gehaakt vest)
- “Dit spel is echt heerlijk!!” Als het bij het dierenpoepkwartet geoorloofd is om synoniemen te zeggen rondom stront.
- Bij de laatste sessie: “ik ga hierna gewoon heel moeilijk gedrag vertonen, dan kom ik weer bij jou terug”.
Bestelling Verbeeltenis vertelkaarten voor kerst
Sinterklaas is alweer het land uit. Ik heb net een kerst- en wintertafereel neergezet in mijn spelkamer. En zojuist ontvang ik weer een bestelling van drie setjes Verbeeltenis vertelkaarten. Het is een kerstcadeautje voor een (zorg)team. Daar word ik super enthousiast van! Ze komen op plekken terecht waar mensen met elkaar verbinden, want dat gebeurt als je (stukjes) levensverhaal met elkaar deelt.
De laatste dagen van het jaar komen er weer aan, heb het goed met elkaar!
Veel liefs, Gwen Stücklschwaiger
PS Voor wie het niet weet, ik geef op verzoek ook workshops over het werken met de Verbeeltenis vertelkaarten.
Wil je ook een of meer setjes Verbeeltenis Vertelkaarten bestellen? Dat kan hier.
Jij moet raden: wie is de echte Sint?
Hij zit in groep 8. Ik mag niet kijken en hij zegt wanneer dat wel mag. Ik wacht geduldig af. Dan mag ik kijken en zegt hij: “Jij moet raden, wie is de echte Sint?”. Deze vraag laat zien hoe belangrijk mijn opmerkzaamheid voor details is. Ik zie drie Sinterklazen die op elkaar lijken. Ik verwoord dit en kijk met aandacht naar het beeld. Dat wil zeggen dat ik vertraag en dingen uitvergroot. Mijn interesse is oprecht, want anders voelt hij wel aan dat ik ‘gemaakt doe’, maar ik zet wel bewust wat dingen in.
Details zien
Waarom zijn de details in de spelkamer zo belangrijk? Om allerlei redenen. Als je ze ziet en aanvoelt welke details echt belangrijk zijn, dan kun je ze opmerken en er actie op uit zetten. Als in, vanuit je spelfiguur benoemen of hardop denken als een regisseur wat je ziet en wat je je afvraagt. Of vanuit je spelfiguur een spelhandeling doen. Als je ‘precies in de roos zit’, dan zie je dat terug in het contact met het kind. Het kind kan aan de hand van zijn spelbeeld (dat wat hij neerzet tijdens het spelen) checken of het veilig is om bij jou te spelen. Hij checkt onbewust je opmerkzaamheid, je interesse en wordt bijvoorbeeld bewust van zijn eigen verhaal en spelhandelingen doordat hij het teruggekoppeld krijgt.
In de roos
Soms ken je een kind nog niet genoeg en moet je wat dingen uitproberen om terug te koppelen. Soms zegt een kind gewoon dat je het mis hebt, “Nee, dat is geen slechterik, dat is een goeie!”. Dan kan de speltherapeut zichzelf corrigeren -wat ook weer voor iets goeds geeft aan het kind en de situatie. Namelijk dat wederzijds contact iets oplevert, dat er naar je geluisterd wordt en dat je belangrijk genoeg bent dat de therapeut zijn visie aanpast aan jouw visie. Soms ‘haakt een kind af’ van het spel. Dat kan verschillende redenen hebben, maar een van de redenen kan zijn, omdat de therapeut niet opmerkzaam genoeg is. Mag je een keer wat ‘missen’ als therapeut? Ja, wat dat betreft zijn kinderen erg vergevingsgezind, ook zeer beschadigde kinderen die het moeilijk vinden om volwassenen te vertrouwen. Je krijgt meerdere kansen, maar hoe opmerkzamer je bent, hoe beter je bent afgestemd en afgestemd raken dat is nodig voor het therapeutische proces.
Weet jij het al?
Weet jij al wie van deze drie de echte Sint is? Ik zal het verklappen. Het gaat niet om het boek van Sinterklaas die de linker in zijn hand heeft. Het gaat niet om het paardenhoofd, dat het dichtste bij de rechter Sint is. Alle mijters, tabberds, schoenen, staven, brillen en baarden zijn hetzelfde. Maar de echte Sint is de middelste. Hij is rechtshandig en draagt zijn staf in de rechterhand.
Koken voor de knuffels
“Een meisje van 9 bijna 10, zoals ze zelf zegt, komt naar mijn spelkamer. Ze is enig kind, heeft het ziekenhuis veel van binnen gezien vanwege haar medische problematiek. Dat is nu stabiel. In ‘Coronatijd’ heeft ze weinig kunnen oefenen en ervaren in sociale contacten met leeftijdsgenoten. Het lijkt erop dat ze dit nog moet inhalen, maar dat is op het moment van het intakegesprek nog niet duidelijk. Ouders weten niet goed wat er aan de hand is, maar de vrolijkheid van hun kind is grotendeels verdwenen en medisch is momenteel alles uitgesloten. Op die manier zijn ze doorverwezen naar mijn praktijk.
Parallelspel
Ze komt inmiddels al een tijdje. We spelen een door haar gekozen spel. Daarbij koken we voor de knuffels naast elkaar met een stuk magic sand en de speelgoed potten en pannen. Opvallend is dat het paralellspel is. We spelen naast elkaar het zelfde soort spel. Ik krijg mijn eigen bordjes, pannen en bestek, mijn eigen stuk magic sand, net als zij. Er wordt geen pan of bestek gedeeld. Paralellspel zie je bijvoorbeeld veel bij jonge kinderen (leeftijd rond 2 jaar) die samen in de zandbak spelen. Ieder met hun eigen spel bezig. Er kan onenigheid ontstaan doordat ze dezelfde schep willen gebruiken.
Sensopathisch spel
Ook heeft dit spel componenten van sensopathisch spel met het magic sand en speelgereedschappen, waarbij we ieder kneden en vormen, al dan niet met de handen of plastic speel bestek. Ook de verbeelding van het doen-alsof spel doet mee, want we koken en bakken en weten dat het alsof is. De therapeut benoemt het zintuiglijk waarnemen: “Wat ruikt dat heerlijk uit jouw pan”. Hier reageert ze op, door ook zogenaamd te ruiken. Ze bepaalt de regels van dit door haar verzonnen spel, neemt hier flink de leiding in en zegt achter elke bedachte regel er steeds kort achteraan ‘oké?’ Maar ik krijg de kans niet om te zeggen dat het niet oké is en dat ik aanvullende ideeën heb. We zijn al een tijdje op weg in de behandeling en begeven ons in de middenfase. Ik besluit in het tegenspel wat variaties aan te brengen in mijn eigen spel. Ik maak bijvoorbeeld iets heel anders klaar dan wat zij mij opdraagt om te doen. Ik maak een stokbrood, terwijl zij wil dat ik een taart maak. Ze wil dit tegenhouden en bepalen. “Nee, dat moet je niet maken?! Je moet een taart maken, dat zei ik toch?!” Daarmee is ze nog drukker met wat ik aan het doen ben dan met haar eigen spel. Wat ik op dat moment voel is dat er niks aan is om een spel te spelen waarbij de ander echt alles bepaalt. Daar is geen ‘samen’. Wat ik haar teruggeef is: “Het is niet zo leuk voor mij om te spelen als jij echt alles kiest, ik wil ook wel eens kiezen wat we spelen”. Ze schrikt zichtbaar en stuurt zichzelf bij. Vervolgens vraagt ze mij een paar keer welke handeling of voorwerp ik wil kiezen en ik mag dan ook echt kiezen. De weken die volgen oefenen we hiermee, zonder dit direct met haar te bespreken, maar via het spel oefenen we dit in. Ze begint steeds beter te herkennen wanneer ze teveel doorschiet in alles naar zichzelf toetrekken, waardoor ze het steeds beter zelf goed kan afstemmen op mij in plaats van dat ik dit terug spiegel. Ze ervaart dat het spel veel meer plezier oplevert door het samen te doen. We delen soms pannetjes, geven elkaars knuffel wat te eten en ook elkaar. Het doen-alsof spel krijgt meer verdieping. Zo wordt het spel van naast elkaar, steeds meer samen.
Inhalen
In een evaluatie met de ouders hoor ik dat het nu met vriendinnetjes en in de klas veel beter gaat om samen te spelen. Ook worden haar prestaties in de klas beter. Ze zit veel lekkerder in haar vel dan op het moment waarop ik de ouders voor het intakegesprek sprak. In de spelkamer is vaak te zien dat kinderen bepaald type spel nog ‘in te halen heeft’ als iets wat nog niet gedaan is in hun ontwikkeling met de verschillende vaardigheden die daarbij ontwikkeld worden. Dan is te zien dat kinderen ‘verderop in hun leven ’vastlopen’ in hun ontwikkeling. Het is mooi om hier door middel van het spel en vanuit de therapeutische relatie op aan te sluiten en de ontwikkeling weer op gang te brengen.
Een duurzame paarse krokodil
Regelmatig kijk ik het speelgoed in mijn spelkamer na. Waar wordt veel meegespeeld? Wat wordt totaal niet gebruikt? Wat zou nog een mooie aanvulling kunnen zijn? Zodoende had ik een tasje vol met speelgoed wat weg kon. Meestal breng ik dat naar een weggeefkast of naar de kringloop. Dit keer stuitte ik op een nieuw concept: een speelgoedruilbeurs. Als onderdeel van de Zero Waste Winter Week in Apeldoorn 2 t/m 9 november 2024. Deze staat in het teken van verspillingsvrij en afvalvrij leven.
Gisteravond was het zo ver. In het buurthuis leverde je eerst je oude speelgoed in. Daar kreeg je waardepunten voor terug. En na een kopje koffie kregen we toegang tot tafels vol met speelgoed waar je met de waardepunten kon uitzoeken. Dit alles gerund door vrijwilligers. Al het overgebleven speelgoed gaat naar de kringloop. Een prachtig duurzaam initiatief.
Samen maak of breek je volgens mij de sfeer op zo’n evenement. Mijn wens was dat deelnemers onderling een beetje schappelijk zouden zijn, de ander wat te gunnen en niet te gaan graaien of duwen. Gelukkig heb ik die gemoedelijke sfeer wel gevonden. Je weet van te voren niet of je wat van je gading vindt, dat vond ik dan ook niet erg. Des te verrassender dat ik weer met een tasje vol leuke items op huis aan kon.
Eén ervan is dat ik eindelijk mijn eigen paarse krokodil heb. Ik snap wel dat mensen die weg hebben gedaan, want wie wil er een paarse krokodil? Tijdens intervisie benoem ik hem nog wel eens, de paarse krokodil waar je als ondernemer mee te maken hebt. De paarse krokodil staat voor bureaucratie, overdreven regels en een klantonvriendelijke benadering. Het is een typisch Nederlandse uitdrukking en komt van een reclame van OHRA uit 2004. Ik wil met mijn praktijk zoveel mogelijk uit de buurt van die paarse krokodil blijven. Met gezond verstand kwaliteit leveren, regels hanteren die daarvoor nodig zijn om je te kunnen verantwoorden, maar jezelf daarin niet verliezen en uiteraard bovenal de mens centraal stellen.
Nederlands onderzoek naar speltherapie van start
Er is te weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van speltherapie. Hierdoor is er soms onvoldoende bekendheid en onderbouwing over het effect van speltherapie waardoor kinderen bijvoorbeeld niet worden doorverwezen. In de praktijk is te merken dat speltherapie werkt, maar daarmee wordt het vak van speltherapie onvoldoende serieus genomen. Om die reden is er in Nederland een grootschalig onderzoek opgezet. Het onderzoek wordt geleid door Dr. Heidi Lesscher, hieronder kun je een kort filmpje van haar zien. We hopen dat veel speltherapeuten en ouders mee doen aan dit onderzoek. Ook ik doe mee met mijn praktijk Verbeeltenis en zal ouders bij aanvang van een nieuwe behandeling enthousiasmeren om mee te doen.
Hieronder een stukje tekst overgenomen van de Nederlandse Vereniging van Speltherapeuten:
17-10-2024
“Onderzoek naar het effect van speltherapie door NVVS, UU en CHE van start
In een samenwerking van de Nederlandse Vereniging Voor Speltherapeuten (NVVS), de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en de Universiteit Utrecht (UU) wordt er momenteel onderzoek gedaan naar de invloed van speltherapie op het gedrag van jonge kinderen.
Dat spelen essentieel is voor de ontwikkeling van kinderen is evident.
Dat spel in therapie kinderen met emotionele en psycho-sociale moeilijkheden helpt, is voor ons als therapeuten ook zonneklaar.
In de praktijk is merkbaar dat het spelen in een veilige en positieve omgeving, samen met de gerichte persoonlijke aandacht van de speltherapeut, helpt bij het uiten van gevoelens en bij het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen. Ook ouders en verwijzers merken dat.
Toch is er in Nederland tot nu weinig kwantitatief onderzoek dat het effect van speltherapie kan aantonen. Daarom is in samenwerking tussen de Universiteit Utrecht, de CHE opleiding Speltherapie en de NVVS een omvangrijk effectonderzoek opgezet. Daarin wordt via voor- en nameting gekeken of het gedrag van kinderen door speltherapie verandert. Ook wordt gekeken naar de verschillende effecten van speltherapie bij kinderen die in hun leven veel of weinig ingrijpende ervaringen (ACE’s) hebben meegemaakt.”
Cursus speltherapie en trauma
De afgelopen maanden zijn collega speltherapeut Heleen van Roekel en ik bezig geweest met de cursus Trauma? Speel het klaar! Bij Erna van Dijk. Om samen met andere speltherapeuten nog meer de verdieping in te gaan voor wat betreft traumabehandeling in onze spelkamers. De cursus omvat een flinke theoretische onderbouwing welke je bestudeert en waarna je de vertaalslag maakt in het werken met de kinderen en hun netwerk.
Trauma is iets wat je diep weg kunt stoppen, omdat het pijnlijk is, vernederend, schaamtevol, etc. We proberen het te negeren en gewoon door te leven. Hoe langer het wordt weggestopt, hoe meer het gaat broeien. Mensen noemen het ook wel eens de beerput die ze liever niet open maken met alle gevolgen van dien. Hoe eerder je bezig gaat met het aanpakken van je trauma (verwerking) hoe beter het is omdat het minder lang ligt te broeien. Daarom is het zo belangrijk om niet te wachten tot de volwassen leeftijd waarin de loden last al jaren is gedragen, maar zo vroeg mogelijk in gang te zetten in de kinderleeftijd. De spelkamer is een speciale plek waar dit aan de hand van de therapeutische relatie wordt uitgespeeld.
Verbeeltenis vertelkaarten voor…
- als je iets origineels zoekt om cadeau te doen.
- als we straks weer richting de feestdagen gaan.
- iedereen die met mensen werkt.
- iedereen die van mooie afbeeldingen houdt.
- als je van verhalen delen houdt.
- Als je de ander wilt horen en zien.
- als je een lootje hebt getrokken en hij/zij al van alles heeft.
- het lerarenteam, je intervisie clubje, de teamcoach, je werknemers, de therapeut, de mantelzorger, de schoolmaatschappelijk werker, de ambulant begeleider, de creatief vrijwilliger, het dagbestedingsteam, de activiteitenclub, de jeugdzorgprofessional, de ouderenbegeleider…..
Voor als je ze wil bestellen en als je meer informatie wil:
Delentheorie en trauma
In de spelkamer komen uiteenlopende kinderen die trauma hebben opgelopen. Zij worden aangemeld met klachtgedrag (hulpvraag). Binnen de therapeutische relatie gaan we niet direct in op dat klachtgedrag. We kijken naar wie we voor ons hebben, versterken de veerkracht door de regie in het spel bij het kind te laten, we geven aandacht aan de dingen die goed gaan. Ook gaan we pijnlijke dingen niet uit de weg. Het is maatwerk, hypothetisch kijken en uitpluizen.
Innerlijke zelfvervreemding
Onder het klachtgedrag zit met regelmaat een traumatische ervaring verborgen. Een of meerdere ervaringen waar een kind niet over kan praten en zich ook niet altijd bewust van is. De gebeurtenis kan zodanig vroegkinderlijk zijn dat een kind nog niet eens kon praten tijdens de gebeurtenis(sen). In spel spelen kinderen van alles (onbewust) uit waarbij ze door middel van de therapeutische relatie hun verhaal kunnen delen. Op deze manier kan verwerking ontstaan. Een van de theorieën waar ik mee werk is de delentheorie van Janina Fisher (Boek: Innerlijke zelfvervreemding overwinnen na trauma). Deze theorie is gebaseerd op actuele neurobiologische kennis over trauma, dissociatie en gehechtheidsproblematiek. Ik wil in dit blog een klein stukje vertellen over deze theorie.
Blootstelling is te pijnlijk
Door (traumatische) gebeurtenissen kan een mens gefragmenteerd raken. Dit gebeurt door afstand te nemen van overweldigende gebeurtenissen en dit weg te stoppen. In de hersenen wordt dit afgesplitst, omdat het niet lukt deze onder ogen te zien. Zo kan iemand het gevoel van een ‘goed ik’ behouden en dagelijks blijven functioneren. Door het weg te stoppen lijkt het erop dat het ‘weg is’, maar dit is niet het geval. Zo ontstaan er (onbewust) verschillende persoonlijkheidsdelen. Deze delen hebben een functie, namelijk om te zorgen dat een mens kan overleven en moeilijke situaties kan doorstaan. Het beschermt tegen de pijn. Blootstelling aan het trauma is te pijnlijk. (Vernedering, afwijzing, verwaarlozing, mishandeling, etc.)
Persoonlijkheidsdelen
Elk mens heeft deze persoonlijkheidsdelen. Een deel komt na een bepaalde (vaak onbewuste) trigger opzetten om je te beschermen (coping). Soms worden deze delen ook sub-personen genoemd. Denk maar aan verschillende stemmetjes binnenin jezelf. Deze ‘stemmen’ kunnen het onderling ook nog eens oneens zijn met elkaar. Een paar voorbeelden van persoonlijkheidsdelen kunnen zijn: een pleaser, autonome ik, innerlijke kind, perfectionist, zwartkijker, drijver, etc. Elk deel met eigen overtuigingen, gedachten en uitspraken.
Het is dus heel menselijk om verschillende persoonlijkheidsdelen te hebben en deze af te wisselen in een andere context. Echter, kan het in de weg gaan zitten wanneer deze persoonlijkheidsdelen doorschieten door continu waakzaam en actief blijven. Zelfs op momenten dat er geen gevaar meer dreigt. In dat geval kan het de verdere ontwikkeling doen stagneren en voor verschillende problemen zorgen.
Erkenning aan de delen
Herstellen van trauma kan door erkenning te geven aan alle delen. Doordat ze er allemaal mogen zijn. In speltherapie wordt deze erkenning gegeven door het ‘hele’ kind te accepteren en alles wat er gespeeld wordt. Dus aan spelfiguren binnen het spel. Je sluit daarbij aan op de belevingswereld van het kind. Dat kan op allerlei manieren, maar het gaat om maatwerk en het volgen van het kind. In het werken met volwassenen gaat dat op een iets andere manier. Een prachtig voorbeeld van het werken met de delentheorie is te zien in deze uitzending van De Verwondering , waarbij Francien Oomen in het kort laat zien hoe zij expressie geeft aan (een aantal van) haar delen (vanaf 7.03 minuten). Haar boek ‘Hoe overleven we?’ is ook een aanrader om meer te begrijpen over trauma.
Bron illustratie: Francien Oomen.
Nieuwsgierig aagje
Over het proces van mentaliseren in de spelkamer. Ik zit met Max (7 jaar, een jongen met ASS) aan tafel. “O, wacht ik weet iets”, zegt hij tijdens het tekenen. Ik kijk op en zeg tegen hem: “oeh, daar word ik nieuwsgierig van wat jij gaat maken”.
“Jij wordt altíjd nieuwsgierig als ik iets maak. Dat doe je al vanaf dat ik hier kom!” “Dat is waar”, zeg ik. En als ik later reflecteer, moet ik er aan denken dat kinderen van volwassenen nog wel eens te horen krijgen dat ze een “nieuwsgierig aagje” zijn. Nieuwsgierigheid kan een negatieve lading hebben. Zelf denk ik van niet. Het wil namelijk zeggen dat ik open sta voor de ander en de dingen om mij heen. Je hebt het nodig in een onderzoekende houding. Wie is die ander? Wat gebeurt er in het spel? Wat gebeurt er in het contact?
Verrassingen
“Oh, wauw, je hebt een cape getekend!”, roep ik enthousiast. Hij zegt: ”maar, ik ben nog niet klaar. Ik heb zo nog een verrassing voor jou….” even is het stil terwijl hij tekent. Dan vraagt hij: “hou jij eigenlijk van verrassingen?” “Ja, ik hou wel van verrassingen”, zeg ik, “ze maken mij blij. Maar hoe zit dat bij jou? Hou jij van verrassingen?”
Hij: ”nee, ik vind dat moeilijk. Ik hou niet van verrassingen. Ik word daar heel druk van. Dat vind ik niet fijn” Ik: ”wat goed zeg, dat je dat van jezelf weet. Dat dit bij jou zo werkt”.
Voor allebei fijn
“Kijk”, roept hij, “raad maar wat ik heb gemaakt. Dan is het voor jou een verrassing want jij wist het nog niet. En voor mij is het geen verrassing want ik wist wat ik ging maken.” “Dan is het voor ons allebei heel fijn!”, geef ik als respons. “Ja”, antwoordt hij. “Laat mij eens kijken. Heb je een kasteel getekend?” En hij glundert.
Geheimhouding
Onthullingen
Een kind kan spelenderwijs of verbaal onthullingen doen. Onthullingen kunnen over van alles gaan. Over maaltijden die overgeslagen worden, een kind dat iets gestolen heeft, een kind dat stemmen hoort, een ouder met een verslaving, een verjaardagscadeautje wat al gezien is in de kast, een pester in de klas, seksueel misbruik door de oppas, etc. Soms voel je spanning op het beroepsgeheim. Je kunt namelijk niet bij alles geheimhouding garanderen. “Ik wil je iets vertellen, maar je mag het aan niemand doorvertellen”. Dat is zo’n uitspraak.
Fijn en niet fijn
Voor kinderen kan iets kleins al zwaar wegen. Dat neem je uiteraard serieus. Soms is psycho-educatie nodig over fijne en niet fijne geheimen. En ook over wat jij als speltherapeut gaat doen met een geheim. Zoals ik het hier schrijf klinkt het allemaal logisch, maar in de praktijk vraagt het precisie in de afstemming. Je kunt niet quasi nonchalant zeggen: “Vertel mij alles maar”. Je wilt de vertrouwensrelatie in stand houden, zodat het kind ervaart dat er mensen zijn waar je op kunt rekenen. Een kind kan benauwd zijn van angst dat iets naar buitenkomt. Niet wetende wat er daarna gaat gebeuren (loyaliteitsconflict).
Delen is helen
Om het gesprek met een kind aan te gaan heb ik deze praatplaat gemaakt. De woorden die erop staan, daar ga je over in gesprek. Een kind weet soms niet dat iemand hem pijn doet en dat het gestopt kan worden. Spelen of praten over een geheim geeft lucht. De verwerking kan daarna beginnen en het helpt bij versterking van de weerbaarheid van het kind.
De ophaalbrug
Onlangs heb ik een heel mooi tweedehands Schleich kasteel op de kop getikt. Heel blij mee. Stond nog op mijn wensenlijstje voor mijn spelkamer. Ik vind hem zelf fantastisch met al die muren die qua verbeelding net echt zijn. De ophaalbrug moest nog even nieuwe kabels hebben, er miste er een. Stad en land afgezocht in bouwmarkten en crea-winkels daar waren de schakels veel te groot of gewoon niet aanwezig. Totdat ik op het idee kwam om een ketting te zoeken uit de kringloopwinkel. En met wat ringetjes en tangen heb ik de ophaalbrug weer gerepareerd. Gelukkig maar, want het is belangrijk in symbolisch spel. Het kasteel vertegenwoordigt de binnenwereld van een kind. Wat doet een kind met de ophaalbrug? Wie laat hij wel of niet binnen?
p.s. Ik zit ook nog met Batman en zijn verloren been, daar moet ik nog een oplossing voor bedenken.
Een zalmpje smeren
Lucia (8) is aangemeld vanwege boze buien. Er is binnen het gezin veel gebeurd. Ze heeft huiselijk geweld gezien vanuit vader naar moeder. Moeder is met de kinderen gevlucht en vader is na detentie naar Spanje vertrokken. Lucia was volgens moeder een echt papa’s-kindje, maar Lucia wil nergens over praten. In de spelkamer sluit ik aan op de belevingswereld van Lucia. Door te snappen wat voor haar belangrijk is en hier actief en adequaat op te reageren. Speltherapie als traumabehandeling. Hoe ik dat doe is te zien in deze spelsessie:
Echte pleisters
“Ik weet niet wat ik moet spelen”, zegt Lucia. Ze staat bij mij in de spelkamer en ik geef haar de tijd. “Dokter”, zegt ze. En we pakken het speelgoed erbij. Daarbij geeft ze aan dat ik de dokter moet zijn. De dokter krijgt instructies wat die moet doen. Ze wil bijvoorbeeld een echte pleister. Ik heb echte pleisters – die knip ik in kleinere reepjes zodat er meer speelplezier is. Het is van pleisters die in een E.H.B.O. koffer zijn afgekeurd, omdat de datum voorbij is. Echte pleisters zorgen voor een ‘wauw’ effect bij kinderen in het spel. En ik geniet van zoiets eenvoudigs wat voor kinderen veel betekent.
Overal moet betaald worden
De patiënt komt bij de dokter en ze seint met haar ogen naar mijn kassa. Die ik van haar heb gekregen – want overal moet er betaald worden. Kennelijk moet de patiënt eerst betalen, voordat de dokter überhaupt kijkt naar wat het probleem is. Dus ze krijgt een vette rekening van mij, maar haar portemonnee is zo dik met het speelgeld dat dit geen probleem is. Ze speelt haar ervaringen uit en oefent om straks stappen te zetten in het echte leven. Bij de speelmuntjes benoemt ze nog even terloops dat één van die muntjes hetzelfde is als op school. Ik vraag of dit voor het rekenen is. “Ja”, zegt ze en ik zie dat haar hoofd wegzakt. “Hoe vind je het om te rekenen?”, vraag ik. “Niet leuk, ik ben er niet goed in”. “Nou, dan zit je hier bij de dokter goed, want hier hoeven wij niet te rekenen”. Als reactie zie ik haar lichaamshouding veranderen, haar hoofd gaat weer rechtop, ogen worden groter en ze kijkt opgelucht. “We spelen gewoon alsof en alles wat we hier betalen en teruggeven is goed”, zeg ik.
Een ‘grote’ spin
Hierna wil ze de rollen omdraaien. Ze wil wel graag op dezelfde plek blijven zitten. Dat is prima. Als ik bij de dokter kom, zeg ik dat ik een zere knie heb. Ze vraagt of ik ook nog ergens anders pijn heb. “Mijn vinger doet ook pijn”, verzin ik. Die gaat ze eerst behandelen. “Als ik u niet kan helpen met uw vinger, dan krijgt u een verdoving en dat is niet zo best”. Ze doet haar taak zorgvuldig. Eerst kijken of uw vinger het nog doet”, zegt ze, “nee, ik zie het al, u heeft een beschadiging”. Ze zal een ‘zalmpje smeren’ en smeert zogenaamd uit een flesje wat zalm op mijn vinger. Het valt haar op dat ik warme handen heb en dat die van haar koud zijn. Heel strak krijg ik drie pleisters om mijn vinger. Dan is ze even uit haar spel en in paniek, want er is een hele grote spin in een houten huisje, daar. Ondanks mijn varifocus bril moet ik goed speuren naar de ‘grote’ spin, wat ik uiteraard met verve doe. En ik zet de spin buiten, niet direct om de hoek, maar helemaal verderop. Hierdoor neem ik haar serieus en kan zij weer verder spelen.
Dit ene moment
Er gaat een verband om mijn vinger, die veel te lang is voor 1 vinger en ze doet hem strak. Ze zegt dat de vinger dik gaat worden. Ze rolt het verband net zo lang tot het op is en maakt hem vast door het hoekje van het uiteinde in het verband te stoppen. Dan is mijn knie aan de beurt, maar moet er eerst een kaart ingevuld worden met mijn gegevens. De dokter vult hem in en vraagt soms wat er staat, omdat het in het Engels is. Bij het onderdeel ‘leeftijd’ zeg ik: “50”. Ze vraagt of ik dat echt of net-alsof ben. ‘Echt’ zeg ik. En dan zegt ze: ‘mijn vader is 51’ en dit ene moment is een cruciaal moment tijdens de therapie, want voor het eerst krijgt haar vader letterlijk een plekje in de spelkamer.
Zo maak je zelf een sticker
Onlangs kreeg ik een leuk knutselidee van collega speltherapeut Laura Venema om zelf stickers te maken. Zij kreeg dit idee op haar beurt weer van een meisje die in haar spelkamer kwam.
Ik heb dit meerdere keren voorgelegd aan kinderen in mijn eigen spelkamer en het blijkt een echte hit te zijn. Ik denk dat dit komt doordat het eenvoudig is om te maken, met huis-tuin-en-keukenmaterialen die iedereen in huis heeft. Bovendien zorgt het resultaat voor verwondering.
Dus voor wie in de zomervakantie nog een leuk knutselideetje zoekt leg ik hieronder uit hoe je zelf een sticker maakt.
Dit heb je nodig:
- Plakband
- Bakpapier
- A4 papier
- Stiften
- Schaar
- Maak een tekening op het A4 papier en knip de tekening uit.
- Knip een stukje bakpapier dat iets groter is dan de tekening.
- Plak het stukje bakpapier vol met plakband. Doe dit aan de kant waar het bakpapier omhoog krult.
- Leg de tekening op het plakband van het bakpapier.
- Plak weer plakband, maar dan over de tekening heen zodat hij vast blijft zitten aan het bakpapier.
- Knip de tekening uit, zorg dat je een randje om de tekening over laat.
- De sticker is klaar. Haal het bakpapier eraf om hem te kunnen plakken.
Fijne zomer allemaal!
Bouwspeelgoed
Een van de vele soorten spelvormen die er zijn is het constructiespel. De blokkentoren als begin van deze spelontwikkeling, kennen we wel. Vaak wordt dit geïntroduceerd bij een kind en kan het zelf nog niet stapelen, maar is de nieuwsgierigheid gewekt. De ontlading die komt wanneer de toren omvalt. En vervolgens wil een kind het opbouwen en omgooien eindeloos herhalen. Later kan het constructiespel worden uitgebreid tot hele eigenzinnige bouwwerken aan toe. Er zijn zelfs bouwsets voor volwassenen.
Tot het plafond
Sommige kinderen willen de hoogste toren tot aan het plafond. Dat kost flink wat moeite want je moet boven je macht werken en wil de toren niet laten omvallen. Andere willen het bouwen verbinden met allerlei andere materialen. Voor sommigen blijft het een toren, voor anderen ontstaat er verbeelding van een huis, kasteel of een hele stad. In de spelkamer mogen kinderen kiezen wat ze willen spelen. Vaak kiezen jongens voor dit spel, maar soms ook meisjes. Kapla, lego, houten blokken, Knexx, stenen, van alles kan gebruikt worden.
Regulerend
Soms laat ik een kind mij een techniekje leren, ´Hoe zou dit nou werken?’ en dan krijg ik een voorbeeld en doe ik dat na. Andersom doe ik ook wel eens wat voor en wordt dit overgenomen. Bouwen is iets wat je eindeloos kunt doen. Blokjes worden gezocht en geordend, het werkt regulerend. Ook heeft het sensopathisch spel in zich, doordat zintuigen worden geprikkeld.
De trots als een bouwwerk lukt. Afgelopen week had ik een meisje, die heel moeilijk samen kan werken met anderen. We gingen een dorp bouwen van magneten. Samen kijkend naar het bouwwerk riep ze ineens: “Dat is ons samen gelukt!” Dat zijn fantastische succeservaringen. Het lijkt iets heel kleins, maar is van grote waarde voor het kind.
Ik kwam nog een leuk artikel tegen uit ‘Ouders van nu’ over wat een kind leert met bouwspeelgoed.
In de put zitten
Ik heb zo mijn vaste structuren bij de wekelijkse spelsessies (waar ik overigens van af kan wijken omdat het beter past in een bepaalde context, bij een kind). Daarnaast ontstaat er bij elk kind een eigen ritueel. Bij de een is dat ‘eerst even vertellen hoe school was’ om voor zichzelf ruimte te krijgen om zich over te kunnen geven aan spel. Bij dit meisje (10) is het dat ze graag wil beginnen met een plaatje kiezen uit mijn Verbeeltenis vertelkaarten. Wat we vervolgens met het gekozen symbool gaan doen is wisselend. Vaste structuren, rituelen geven houvast zeker bij kinderen die het nodig hebben om grip te houden. Ook hersenen houden van voorspelbare, terugkerende elementen. Daar hoef je geen hulpvraag voor te hebben. Het helpt kalmeren (reguleren).
Samen op onderzoek
Dit keer kiest ze een plaatje waarover ze aan mij vraagt: “wat is dat eigenlijk?” Waarop ik naar het plaatje kijk en me samen met haar afvraag wat het is. “Weet jij het?” Vraag ik. De reden dat ik mij zo opstel is dat kinderen hierdoor ruimte krijgen om zelf na te denken. Sommige kinderen zeggen als eerste reactie: “ik weet het niet”. Bijvoorbeeld uit angst het fout te doen, bang voor een reactie. En als ze geen idee hebben – wat net zo goed kan- dan gaan we samen op onderzoek, in plaats van dat ik vanuit mijn beter-weten-want-veel-meer-jaren-levenservaring wel even invul wat het is. Daardoor kunnen er meerdere opties ontstaan wat eventueel de betekenis is. Dus, in dit geval, zeg ik “laten we samen nog eens goed kijken…” En ineens roept ze enthousiast “ik weet het!” En met dat enthousiasme springt ze omhoog. “Je hebt dat met ganzenbord ook”, zegt ze, “de put!” “Hé, ja!”, roep ik enthousiast terug, “Hoe gaat dat dan?”, mezelf hardop afvragend. Zij: “Het is niet leuk, je valt in de put en moet heel lang wachten”. ”Nee, dat is niet leuk!”, bevestig ik.
Huilen in de put
Vervolgens mag ze kiezen wat we gaan spelen en ze wil spelen in het zand met Playmobil. Ze speurt rond wat ze nodig heeft voor haar verhaal. Uit een hoekje komt de put tevoorschijn. Hij wordt geplaatst naast een zogenaamd huis van houtjes. Vandaag krijgt haar gekozen symbool een doorwerking in haar verhaal. Ik krijg de rol van een meisje. En ik moet in de put zitten en huilen en roepen en niemand komt mij redden uit de put. “Niemand doet iets”, “niemand komt”, roept ze met haar figuren. En het werd nacht en de mensen gingen slapen in hun huis en jij zat daar. Ik verplaats mijzelf in een meisje wat in een put is gegooid. Ik krijg er beelden bij van een klamme donkere put met van dat glibberige groen aan de binnenkant, het heeft een bepaalde geur, ik kan er niet uitkomen en verplaats me in het gevoel van dit kind. Ik ben getuige. Ik verwoord vanuit mijn spelfiguur dat ik me heel erg alleen en verdrietig voel. Ik doe dit om erkenning te geven aan wat deze figuur moet doorstaan waarop ik wellicht erkenning geef aan het meisje in mijn spelkamer. In het gehoord en gezien voelen van het verdriet en de pijn. Het spel kent (voor vandaag) geen happy-end. Het meisje wordt niet bevrijd. En ook dat is oké in de spelkamer. Het verdriet en de machteloosheid moet op dit moment prominent een plek hebben. Ik sluit de sessie wel met wat luchtigs af, want dat gaat niet vanuit een grote piek van spanning in zo’n verhaal. ik zorg ervoor dat zij zo weer huppelend de spelkamerdeur uit kan, haar dagelijkse leven in.
Bestel hier de Verbeeltenis vertelkaarten als je er ook mee wilt werken.
Bergjes zand
Jody (5) vliegt van het ene spel naar het andere. Hij heeft niet echt speelplezier. Er vindt geen diepgang in het spel plaats. Ik onderzoek of ik deze jongen iets kan bieden, zodat er wat meer rust en overzicht komt. Zoekend in waarmee ik hem kan helpen reguleren.
Onderzoeken van spel
Enerzijds kijk ik naar ‘wat is gezond spel?’ Gezien de leeftijd kan het nog zo zijn dat een kind van de ene associatie in de andere valt. Zodoende vindt een kind dit leuk en ook dat is leuk om mee te spelen. Anderzijds denk ik aan zijn levensverhaal van veel onduidelijkheden rondom de scheiding van zijn ouders. Er zit bijvoorbeeld geen duidelijk ritme in wanneer hij bij papa en wanneer bij mama is. De regels bij beiden zijn zeer verschillend.
Binnenwereld
Hij zit op de grond middenin de chaos van al het opentrokken speelgoed. Het laat wellicht zijn binnenwereld zien waarin hij chaos ervaart en daardoor niet tot spel komt. Als speltherapeut verwoord ik kalm de situatie: “Wat ligt er veel speelgoed om ons heen. Jemig wat een drukte is dit, alles zit door elkaar”. En wanneer ik dat doe, zie ik hem samen met mij om zich heen kijken. Ik heb hem als het ware gespiegeld wat de situatie is.
Zwijgzaam genietend
Een week later komt hij weer voor een spelsessie. Ik heb een la met zand staan. Hij mag kiezen waar hij mee gaat spelen. Er is iets verandert ten opzichte van de vorige keer. Hij gaat namelijk rustig staan en kijkt eerst om zich heen. In plaats van dat hij alles wil pakken lukt het hem om voor dit moment echt te kiezen voor een spel. Hij kiest voor het zand. Ik ben benieuwd hoe lang we hiermee aan de slag gaan, maar ik vind dit al een bijzonder mooie stap. En wat gebeurt er vervolgens? We zijn de hele sessie lang alleen maar bezig met dit zand. Soms zeggen we iets, maar het grootste deel van de tijd spelen we zwijgzaam genietend. Het enige wat we doen is steeds opnieuw bergjes zand strooien. En kijken en voelen wat het zand doet. We benoemen het soms om de beurt en er komt een enorme rust over hem heen.
Blikopener coach
De afgelopen weken ben ik bezig geweest met de basiscursus Blikopener Coach van Blauwprint. Vandaag heb ik deze afgerond. Naast het werken met kinderen werk ik ook graag met volwassenen. Spelen is voor alle leeftijden. Alleen ziet het spelen er iets anders uit. Om deze processen nog beter te kunnen begeleiden deed ik deze cursus om mijn technieken te verfijnen.
Symboliek
Ik werk graag met uiteenlopend spelmateriaal. Dat doe ik op locatie of in mijn spelkamer. Een van de dingen waar ik graag mee werk is met spelbeelden in het zand. Aan de hand van een vraag zetten deelnemers zowel bewust als onbewust miniaturen neer. Deze miniaturen bevatten veel symboliek en zorgen aan de hand van mijn begeleiding bijvoorbeeld dat er inzicht en verwerking tot stand komt.
Bezinning
Voor ieder mens zijn er momenten van bezinning. Dat kan uiteraard het hele jaar door, maar de lente is uitermate geschikt. Mensen openen weer hun deuren, op straat is er daardoor meer contact. Er komen weer knoppen aan de bomen en het frisse lentegroen laat zich zien. Kinderen spelen automatisch meer buiten. Voor sommige mensen is dit stilstaan vanzelfsprekend vanuit hun geloof. Mijn bezinning bestaat eruit dat ik mij afvraag of dat wat ik gedaan heb, werkelijk bijdraagt aan het helpen van een kind, van dit kind. Dit is iets wat ik mij voortdurend afvraag waarop ik mijn handelen probeer aan te passen. Heb ik dit kind werkelijk ontvangen? Heb ik deze sessie iets kunnen geven wat hem of haar sterkt?
Regulerend
Bezinnen kan ik goed door zelf met mijn handen bezig te zijn. Dat werkt niet alleen voor kinderen regulerend, maar voor alle mensen. Vandaag heb ik aandacht voor mijn spelmaterialen. Veel materiaal heb ik mogen ontvangen of tweedehands overgenomen. Ik zag deze week dat er wat smoezelige plekjes op de poppenkleertjes uit de spelkamer zaten. Zorgvuldig heb ik ze gewassen. Ze hangen buiten in de zon te drogen. En als ze straks droog zijn, dan loop ik ze na. Met naald en draad zal ik reparaties aanbrengen. Reparaties waar alerte kinderen mij op gewezen hebben. Op die manier geef ik (indirect) een boodschap mee aan de kinderen. Over de schoonheid van materialen en dat je hier zorgvuldig me om kunt gaan. In poppenspel worden door kinderen veel situaties en relaties uitgespeeld. Verzorging is hier een onderdeel van en ook heling (reparatie). Bovendien laat ik zien dat ik hun aanwijzingen serieus neem.
Voelen
Veel kinderen zijn piekeraars. Ze hebben een hoofd vol met prikkels en informatie. Voor deze kinderen is voelen en het gebruiken van zintuigen moeilijk. Voelen begint ‘aan den lijve’ door letterlijk materialen te voelen. Poppenspel is te zien als doen-alsof spel (verbeeldend spel), maar de materialen werken sensopathisch mee. (Sensopathisch is het voelen en ervaren van materialen zonder dat het ‘iets’ moet worden). Een van de prettigste geuren voor mij is gewassen kleding die gedroogd is aan de buitenlucht. Je neemt een stukje van buiten mee naar binnen. Ik weet zeker dat er kinderen zijn die dit ook ruiken aan de poppenkleding.
Afname van vrij spel funest
Om zich te kunnen ontwikkelen heeft een kind het nodig om te kunnen spelen. We hebben het dan over ´vrij spelen´. Dit vrije spelen staat maatschappelijk gezien onder druk. Er wordt minder gespeeld. Gemiddeld krijgen kinderen al heel jong een beeldscherm onder ogen. Het vrije spel ligt aan de basis voor emotionele ontwikkeling, cognitieve ontwikkeling, motorische ontwikkeling en sociale ontwikkeling.
Ervaring opdoen
Spelen doen kinderen vanuit intrinsieke motivatie. Gewoon om te doen, plezier maken, dingen ontdekken en daarmee vaardigheden ontwikkelen. Soms alleen, soms samen met je vader en/of moeder of leeftijdsgenoten. En daarbij is het nodig om veel te herhalen en ervaring op te doen. Maar daartoe is het wel nodig dat een kind de gelegenheid krijgt om dit te doen. Dat het bijvoorbeeld lekker vies mag worden van spelen of dat er tijd wordt ingeruimd om te mogen spelen. Dat de omgeving uitnodigend is, etc.
Vakblad Vroeg schreef hier een interessant artikel over (opent in nieuw tabblad).
Een leuk geheimpje
Ik kan verklappen dat er een leuke verrassing aan zit te komen met de Verbeeltenis Vertelkaarten. Wat dat is blijft nog even een geheimpje. Dit weekend zijn we daarvoor druk bezig met het maken van foto´s. Dat gaat uiteraard gepaard met veel creativiteit en veel lol.
Blijf me volgen…..
Het kind en het badwater
Ik deel graag de documentaire Het kind en het badwater (2024) van Johannes Kooreman. Het gaat over jonge kinderen in het onderwijs die het beste gedijen door ze vrij te laten spelen en ze niet vanuit opgelegde doelen dwingend stuurt.
Helma Brouwers, pedagoog en onderwijskundige zegt hierin het volgende: “Kinderen ontwikkelen van heel concreet naar steeds abstracter die moet je daarin volgen. Zeker niet denken dat het gaat om doelen halen – wat nou eenmaal maatschappelijk van belang is (schoolse vaardigheden)- in plaats van wat je ziet wat kinderen belangrijk ziet vinden. Dan ben je niet goed bezig. Jonge kinderen daarbij werk je heel concreet wat op dat moment van belang is, door daar op aan te sluiten bij het kind”.
Fascinaties van kinderen
“Op dit moment is de directe instructie methode heel populair in het onderwijs. Als ik 26 keer herhaal, dan kunnen ze het. Je kunt ze op leren zitten en pootjes leren geven. Dat kan allemaal, maar of de motivatie er dan nog is, is de vraag. Wanneer gaat het leren een stuk sneller? Het moet betekenis hebben en dicht blijven bij waar kinderen zelf fascinaties voor hebben”.
Speelachterstand
“Kleuters zijn uit zichzelf in staat dat te doen wat goed voor ze is. En thuis is het ook heel stimulerend, maar juist daar waar het niet zo goed gaat moet het onderwijs compenseren. Door de kinderen te leren om te spelen. Kinderen die niet kunnen spelen hebben een speelachterstand. Daar maak ik mij grotere zorgen om dan om een taalachterstand, want met spelen doen ze ervaringen op. Dan is het heel concreet als ik zelf een ziekenhuis heb gecreëerd en ik ben zelf de dokter en dan spelen kinderen daarover. Daar komen woorden bij, daar komt rekenen bij. Er komt van alles aan te pas maar op een concrete betekenisvolle manier”.
Responsief
Laura Batstra, hoogleraar orthopedagogiek geeft aan dat veel leerkrachten graag onderzoek willen naar een kind: “Ze denken dat dat hen gaat vertellen wat er aan de hand is. Het is een misvatting te denken dat een label als ADHD, ADD of ODD dat verklaart waarom dingen niet goed lopen of waarom prestaties achterblijven. Die misvatting is echt heel erg hardnekkig. Je kan gedrag ADHD noemen, maar dan weet je nog niet waardoor die concentratie problemen zijn ontstaan. Het kan door slaapgebrek of problemen thuis, trauma in de achtergrond, aanleg, overvraging of ondervraging. Je weet het niet, maar de behandeling blijft hetzelfde namelijk dat je responsief moet zijn naar kinderen en dat je goed moet opletten of hij niet teveel prikkels krijgt, wat hij wel en niet nodig heeft. Dat is een heel goed advies voor alle ouders en leerkrachten. Dat is absoluut nodig voor sommige kinderen, maar prettig voor alle kinderen. Laten we daarop inzetten. Laten we oog hebben voor de noden van alle kinderen.
Het is zeer de moeite waard om de documentaire zelf te bekijken, omdat er nog meer waardevolle dingen in benoemd worden:
Spelen is voorbereiden voor de toekomst
Op zaterdag 2 maart j.l. was er in Nijkerk de dag voor speltherapeuten georganiseerd door de beroepsvereniging NVVS. Deze jaarlijkse bijeenkomst start in de ochtend met de algemene vergadering en in de middag staat er altijd iets met betrekking tot inhoud van het vak centraal.
Spel en hersenontwikkeling
Na de lunch was er een lezing van Heidi Lesscher, neurowetenschapper aan de Universiteit van Utrecht, faculteit dierengeneeskunde. Zij houdt zich bezig met onderzoek naar sociaal gedrag, cognitieve controle en risico op verslaving in combinatie met spelgedrag. Haar interesse ligt op het gebied van spel: Waarom spelen we? En hoe laat zich dat zien in de hersenontwikkeling? Niet alleen wij mensen spelen. In het hele dierenrijk wordt gespeeld waardoor het belangrijk te noemen is. Evolutionair gezien zal het een belangrijke functie hebben. Je leert veel door te spelen. Het is trainen voor wat er in de toekomst gaat gebeuren. Als er niet gespeeld wordt, laat zich dit op volwassen leeftijd zien.
Ook Myrthe Kluin, docent-onderzoeker aan de CHE, hield een lezing over het doen van onderzoek. Bij onderzoek wordt er doorgaans aan iets heel groots gedacht, maar we kunnen ook op verschillende manieren een bijdrage leveren om te zorgen dat er goed onderzoek wordt gedaan. Ze belichtte een overzicht dat er internationaal al goed onderzoek vanuit speltherapie ligt, maar dat we vanuit Nederland nog onderzoek moeten aanleveren. Er is in de afgelopen jaren al hard gewerkt en er zijn een aantal onderzoeken die nu nog lopen.
Workshops
In de middag waren er een viertal workshops die vanuit verschillend perspectief het thema onderzoek bevatten. Ik verzorgde een van deze workshops ‘Hoe onderzoek je spel?’ Bij mij mochten ontdekkingsreizigers even letterlijk in het spel duiken en het spel en het materiaal vanuit het perspectief van een kind ontdekken. In een dag met heel veel informatie was direct te zien wat spelen met je kan doen. Er ontstond een focus op het spel, even bezig zijn in de eigen (speel)wereld (zelfregulatie). Kinderen kunnen op allerlei manieren beginnen aan een spel. Deze verschillen waren ook te zien in alle drie de workshoprondes. De een bedenkt een plan van wat hij wil gaan maken, de andere begint gewoon. Er zijn deelnemers die in het bakje met lego zoeken, anderen kieperen het om. Weer anderen sorteren eerst de onderdelen (ordenen). Na het spelen keken we even als volwassenen naar het spel. Hoe kun je dat onderzoeken? Waar kijk je dan naar? Kinderen laten in hun spel van alles zien. Als het niet lukt of ze het dan opnieuw proberen. Of ze om hulp vragen of samenwerken. Sensopathisch bezig zijn of verbeeldend spel (doen-alsof). Of ze er bij vertellen of niet. Wat ze gaan doen als een onderdeel mist (probleemoplossend vermogen). Enkele reacties: “Wat is het toch eigenlijk fijn om weer even zelf te spelen en nergens rekening mee te hoeven houden!”. “Wat goed om weer even vanuit het spel te ervaren wat het met je doet”. “Inspirerend om even op die manier met elkaar naar het spel te kijken”. “Eigenlijk hadden we te weinig tijd om te spelen”.
foto’s: Lennete Raaijmakers & Petra Span
De kaarten op tafel
De Verbeeltenis vertelkaarten zijn zo ontworpen dat ze te gebruiken zijn voor uiteenlopende doelgroepen. Daarbij houdt de gespreksleider in het begeleiding zelf rekening met de mogelijkheden van de doelgroep. In het februari nummer 2024 van Klik is een beschouwing opgenomen van het werken met Verbeeltenis vertelkaarten. Klik is een landelijk vakblad voor begeleiders en zorgverleners van mensen met een verstandelijke beperking. Lees hier het artikel in Klik.
Bestel hier de Verbeeltenis vertelkaarten als je er ook mee wilt werken.
Het leven vieren
Kinderen leren veel doordat volwassenen hun model zijn. In de opvoeding pikken ze van alles op. Zoveel dat ouders het vaak niet in de gaten hebben. Ze maken zich zorgen om hun kind en komen met deze zorgen naar mij toe. Ze hopen dat hun kind beter in hun vel komt te zitten. Tegelijkertijd dat ik met een kind bezig ben een relatie op te bouwen, doe ik dat ook met de ouders. Want natuurlijk hebben kinderen er wat aan om van alles te leren in de spelkamer en weer op te bloeien, maar de sleutel ligt veelal bij de ouders. Ouders die (soms nog) onbewust model zijn of (nog) niet weten wat ze eventueel anders kunnen doen.
Rolmodel in de spelkamer
In de spelkamer ben ik ook model voor de kinderen. En als we de relatie hebben opgebouwd kunnen ze openstaan voor dingen die ik inbreng. Mits ze hier aan toe zijn natuurlijk. Dat model zijn zet ik bewust in en soms gewoon onbewust omdat ik vooral gewoon mezelf wil zijn, op mijn gevoel wil werken en geloof in de verbinding van normaal menselijke contact.
Koffie met een taartje
Nou, deze intro is een hele grote omweg om te komen tot de titel van dit stukje. Het leven vieren. Dit is het jaar waarin ik 50 jaar word. Zelf vind ik het belangrijk om het leven te vieren. Dat hoeft voor mij niet heel groots. Koffie met een taartje en een gezellig babbeltje. Dat is voor mij de essentie. En dus zeker wel dat je er even bij stilstaat. Dat het – in dit geval- mij gegeven is om gezond 50 jaar te worden. En dus wil ik dat ook delen met de kinderen die in mijn spelkamer komen. “Vieren” in welke vorm dan ook , is iets wat je met elkaar doet. Het is een onderdeel van verbinding, van naar elkaar omkijken, ertoe doen, ergens bij horen. Daarom vind ik “vieren” belangrijk om ook de kinderen mee te geven. En dat doe ik ook graag gewoon klein, maar wel met aandacht. Ze krijgen allemaal een kleine traktatie van mij en daarna gaan we weer lekker spelen!
Wasco-lego
De traktatie bestaat uit notitieboekjes, gemaakt van restpapier met afgeknipte hergebruikte ringbanden. En wasco-lego krijtjes van restjes afgebroken wasco. Zo ben ik ook nog een beetje duurzaam bezig.
Voor wie graag het recept wil weten van de wasco-lego:
Je hebt nodig:
- Oven
- mallen van lego figuren of andere siliconen mallen. Bijvoorbeeld van bakmaterialen of ijsklontjes vormen.
- Klein beetje zonnebloemolie of olijfolie
- Restjes wasco krijt
Zo werkt het:
- Verwarm de oven voor op 100°C/ 150°C
- Smeer de siliconen vormen licht in met olie (zodat het straks beter uit de vorm komt)
- Breek de wasco in stukjes en vul de vormpjes hiermee. Je kunt spelen met kleur.
- In circa 12 minuten laat je de wasco smelten, wellicht roer je het een keer door om het gelijkmatig te krijgen. Laat wasco niet te lang in de oven, anders verliest het zijn kleur!
- Ongeveer een half uur laten uitharden buiten de oven en dan uit de vorm halen.
Het tegenovergestelde van spelen is depressie
Het beroep van een speltherapeut an sich is solistisch. Ik kan wel stellen dat het onmisbaar is om contact te hebben met andere (spel)therapeuten, hulpverleners, ondernemers, etc., omdat het gezond is. Het zorgt ervoor dat je elkaar kunt helpen (en daarmee de cliënten), dat je jezelf blijft ontwikkelen en bovendien vergroot het je plezier. Kortom: het voorkomt een kokervisie. Voor mij geldt dat ik mij dan ook graag aansluit bij samenwerkingsverbanden. En op die manier hoor je ook nog eens wat. Zo attendeerde collega register speltherapeut Mirjam Raemakers mij op een artikel dat deze week in de Libelle verscheen (2024, wk 6). “Als een kind zo blij, waarom spelen belangrijk is”. In dit artikel gaat het over spelen voor volwassenen en het belang van spel. We zijn het spelen vaak verleerd, maar het is zo belangrijk.
Intrigerend
Brian Sutton-Smith (spelonderzoeker) geeft aan dat het tegenovergestelde van spelen niet ‘werk’, maar depressie is. Deze uitspraak was mij al bekend en ik vind het intrigerend. In het artikel in de Libelle wordt dit ook aangehaald (zie onderstaande link). Door spelen en speelsheid in te zetten verrijk je je leven. Spelen is zoveel meer dan wat men hier over het algemeen over weet. Bij speltherapie wordt vaak gedacht aan het werken met kinderen – omdat spel & spelen het middel is, maar speltherapie past ook bij volwassenen, mits dit uiteraard wordt toegespitst op deze doelgroep.
De wensput
Sinds ik speltherapeut ben, ben ik verslingerd aan Playmobil. Ik speur (digitale) rommelmarkten af en koop geregeld mooie onderdelen er bij. Zo was ik al een tijdje op zoek naar een eigen wensput en heb ik onlangs een mooi exemplaar op de kop getikt. Niet alle kinderen spelen graag met Playmobil of met alle thema’s uit Playmobil. En dat hoeft ook niet. Soms zet ik tijdelijk iets als tafereeltje in mijn spelkamer. Dan merk ik vanzelf of een kind daar op reageert of niet. Soms breng ik iets in.
Wat zou jij wensen?
Deze week breng ik de wensput in. Sam (12) vraagt wat een wensput is. Ik leg uit dat je bij een wensput een wens mag doen van iets waarvan je heel graag zou wensen dat het uitkomt. Zelfs als je weet dat dit niet gaat gebeuren…..“Wat zou jij wensen?”, vraag ik hem. “Ik weet het niet”, zegt hij. En hoewel ik hem de ruimte geef om na te denken, lukt het hem nog niet iets te bedenken. Dit is een moment waarop ik bijvoorbeeld gebruik maak van mijn Verbeeltenis vertelkaarten. Ik gebruik nu de stapel met beelden. We leggen samen de beelden verspreid over tafel en ik zeg hem dat het hem misschien helpt om een wens te bedenken. Verder zeg ik hem dat het ook oké is als hij geen wens kan bedenken. Het hoeft niet, het mag. Maar ik heb intussen gevoeld dat deze oefening zijn aandacht heeft getrokken. Ik denk dat het wel gaat lukken. Hij kijkt rustig naar de beelden. Schuift wat kaarten. Ineens ziet hij er één die hem kennelijk past. We schuiven de andere kaarten opzij en bekijken deze. Het is een kaart waarop een verkeersbord ‘werk in uitvoering’ te zien is.
Vurige wens
Ik vraag hem of hij er iets over wil vertellen en dat wil hij. Zijn wens gaat niet direct over hemzelf. Hij wenst vurig dat zijn vader snel weer een baan kan vinden. De manier waarop hij dit vertelt raakt mij diep. Deze vurige wens kent meerdere lagen. Zijn relatie met zijn vader is zeer gespannen en dit is verergert sinds zijn vader geen werk meer heeft. Het gaat niet goed met zijn vader en dit werkt op allerlei manieren door in het gezinssysteem. Spanningen in huis, geldproblemen, etc. Het heeft heel lang geduurd voordat Sam dit in zijn spel durfde te laten zien. Vanwege schaamte en ook loyaliteit naar zijn vader. Hier bij de wensput ontvang ik zijn emoties. Ik zeg dat ik zie dat het hem verdrietig maakt en een machteloos gevoel geeft. Dat het ook ronduit k…. is. Hij knikt. Na even zo gezeten te hebben zegt hij: “wacht, ik moet zelf nog bij de wensput staan! Even mezelf zoeken”. Vervolgens vindt hij een figuur die hij passend vindt en hij zet hem bij de wensput neer. Ik vraag hem of het beeld zo klopt. Hij kijkt er tevreden naar en we gaan nog even een potje darten.
Voor als je ook wilt werken met de Verbeeltenis vertelkaarten. Hier zijn ze te bestellen: https://verbeeltenis.nl/vertelkaarten/
Zo maak je een tovertekening
Vandaag deel ik een bericht waarin ik jullie uit zal leggen hoe je zelf een tovertekening maakt.
De tovertekening heeft iets magisch. Naast dat het voor kinderen die van tekenen en knutselen houden heel erg leuk is om te doen heeft het van alles in zich verborgen. Het werken met het materiaal, het ervaren van de wasco door meer en minder druk te zetten op het papier, kleuren en kleurovergangen zien heeft een sensopathisch effect. Daarna komt er nog meer sensopathisch effect van de verflaag met plakkaatverf en afwasmiddel en het uitkrassen van de uiteindelijke tekening.
Er worden verschillende sensaties gevoeld die de speltherapeut verwoord. Naast het voelen en ervaren van het materiaal, zoals niet te hard krassen anders ga je door het papier, vraagt het ook om uitstellen van directe behoeftebevrediging. Dat laatst is voor sommige kinderen die snel zijn afgeleid en direct resultaat willen erg moeilijk. Er kunnen allerlei redenen hiervoor zijn, bijvoorbeeld dat zij alle vertrouwen verloren zijn in dat dit uitstellen werkelijk op iets uitdraait. Daarom is het belangrijk dat zij een succeservaring opdoen. Dat zij de steun en aanmoediging van de volwassene krijgen.
Soms moet nu eenmaal iets drogen om weer verder te kunnen. En soms kost het nu eenmaal meer tijd om iets verder af te krijgen, maar dan wordt doorgaans wel een ´wauw-effect´ ervaren. Dat effect komt terwijl de kinderen zelf de opbouw hebben gemaakt en dus weten hoe dit mogelijk is. De tovertruc is in feite onthuld. Hoewel je natuurlijk nooit van te voren meer weet waar je kleur tevoorschijn komt als je een mooie tekening maakt. Vaak vragen ze later in het traject om het nog eens te doen. Ze hebben dan ervaren dat niet alles direct verkrijgbaar is, net zoals in het dagelijkse leven. Maar dat het resultaat succesvol was waardoor de veerkracht wordt vergroot.
Zo maak je het toverpapier
Dit heb je nodig:
- Papier
- Wascokrijt
- Plakkaatverf (mag zwart, mag andere kleur)
- Scheutje afwasmiddel
- kwast
- mengbordje
- saté- of cocktailprikker
- Kleur het vel papier volledig vol met wascokrijt.
- Meng plakkaatverf met een scheutje afwasmiddel. Verf het hele vel vol en laat drogen.
- Maak een tekening met een cocktailprikker.
Er was eens….werken met therapeutische verhalen
Als speltherapeut verbind ik graag theorie met praktijk. In de spelkamer ben ik heel praktisch en in het hier-en-nu. Als therapeut ontwikkel ik mijzelf door vakboeken te lezen en cursussen te volgen en hiermee aan de slag te gaan. Ik vind het boeiend om de theorie te vertalen naar de praktijk op een manier waardoor ik aan kan sluiten bij kinderen en hun behoeften en daarnaast ook bij de ouders en eventueel leerkrachten en andere hulpverleners.
Nadat ik vaker van vakgenoten hoorde dat zij graag met verhalen werken, maar soms niet weten hoe, heb ik besloten om mijn werkwijze te delen. Deze is ook ontstaan door theorie en praktijk met elkaar te verbinden. Voor het vakblad Spelenderwijs, wintereditie 2023 schreef ik een artikel over het werken met therapeutische verhalen.
Speelgoed mobieltjes
Ik vul het speelgoed in mijn praktijk graag aan met zelfgemaakt speelgoed. De nieuwste attributen zijn twee mobiele telefoontjes van hout. Ik heb ze kleur gegeven met verfstiften. Deze telefoons worden toegevoegd aan mijn bak voor ambulant werk. Daar zitten poppen, verzorgingsproducten, keukenspulletjes, doktersspullen en winkelspullen in. Het is bedoeld voor sessies op scholen of bij mensen thuis.
De telefoons zijn onderdeel van het doen-alsof spel. Dat kan bijvoorbeeld het dagelijkse leven zijn of winkelspel. Met de telefoon kan veel uitgespeeld worden. Denk daarbij aan relationele verhoudingen die stroef verlopen, het niet gehoord voelen of uitspelen wat je in het dagelijkse leven om je heen ziet. Het kind krijgt de regie en deelt de rollen uit. Als een kind dat nog niet kan, prikkelt de therapeut het kind: “wat zal ik dan zijn?” Ook vraagt de therapeut zijn rol uit. Het kind deelt doorgaans attributen uit en zo ook de telefoons. Het ene telefoontje is groter dan het andere. Welke van de twee zal het kind aan de speltherapeut geven? En als het spel gespeeld wordt, hoe is dan het contact?
Kinderen zijn er meesters in om de verbinding te verbreken, aan te geven dat ze je niet horen, zeggen dat ze het te druk hebben, etc. Ze kunnen hiermee ervaren hoe het is om een andere rol uit te spelen op een manier waarop ze zelf controle ervaren. Wat in het dagelijkse leven doorgaans niet het geval is. Ook kunnen ze hiermee hun eigen gevoelens op de speltherapeut projecteren. Deze doorvoelt wat het kind voelt en ervaart. Het mooie aan het spel is, is dat het voor een kind een veilige manier is om hiermee om te kunnen gaan. Dit alles draagt bij aan herstel van het kind en brengt de ontwikkeling die gestagneerd was weer op gang.
Netwerkborrel branchevereniging
Op 8 december 2023 was de branchevereniging zorgcollectief Midden IJssel/ Oost Veluwe te vinden aan de Mariastraat in Apeldoorn. Op deze bijzondere locatie is De Klup gevestigd. Al 56 jaar een activiteitenlocatie voor mensen met een verstandelijke beperking en/of autisme. We hielden hier een netwerkborrel voor leden en gasten. Onze gasten waren diverse collega’s uit het werkveld.
Met elkaar samen kunnen we meer
De toespraak van Paul Blokhuis (vanuit de Raad van Toezicht) ging over de ontwikkelingen in de zorg binnen de gemeenten en in Nederland. Paul benoemde waar wij als branchevereniging goed in zijn: Over onze collectiviteit waarin we als ondernemers graag samenwerken en toch onze eigen identiteit behouden. Dat we met elkaar vanuit de kleinschaligheid veel specialistische expertise in huis hebben om mensen hulp te kunnen bieden. Dat Onze wachtlijsten klein zijn en dat we doorverwijzen naar collega’s binnen ons collectief om te zorgen dat cliënten goede ondersteuning krijgen in plaats van onnodig lang moeten wachten op hulp. Dit kan omdat we elkaars expertise kennen. Met Onze branchevereniging werken we in deze regio en bewust niet landelijk, zodat we elkaar ook echt ontmoeten. “Met elkaar samen kunnen we meer”, zo sloot Paul zijn toespraak af.
Vertelkaarten
Na deze toespraak was het tijd voor een gezamenlijk kennismakingsspel. Voor mij (Gwen Stücklschwaiger) was het mogelijk om het door mijzelf ontworpen kaartspel te presenteren. Met zo’n 40 deelnemers hebben we dit gespeeld. Op twee tafels verspreid lagen Verbeeltenis vertelkaarten. Uit een mand met vragen werd door het publiek een vraag gehaald. Alle deelnemers moesten een kaart zoeken om hiermee een antwoord te formuleren. Vragen als: “Wat is voor jou belangrijk bij het aanbieden van zorg?” of “Waar moet je aan denken bij de branchevereniging?” Elke keer als iemand aan het woord was, stelde diegene zichzelf voor. Door de kaarten te gebruiken kreeg je direct een beeld wat voor ieder persoonlijk belangrijk en waardevol is. Meer weten over de kaarten? https://verbeeltenis.nl/vertelkaarten/
Na deze kennismakingsronde zochten deelnemers elkaar in kleinere groepjes op om verder te praten en gegevens uit te wisselen. Het was een zeer geslaagde netwerkborrel. Als je er niet bent geweest heb je echt iets gemist.
Meer weten over ons zorgcollectief? https://brancheverenigingzorg.nl/
Emotionele groei aan de hand van verhalen
Binnen speltherapie werken we graag met verhalen. Verhalen die kinderen verzinnen en ook met bestaande verhalen. Dit wordt op allerlei manieren tot uitdrukking gebracht. Bijvoorbeeld met barbies, auto’s, met verkleedkleren aan, met lego en Playmobil, door strips te tekenen of doeken te schilderen. Je kunt het zo gek niet bedenken. Omdat verhalen helpend zijn voor het verwerken van gebeurtenissen en het ontdekken van je identiteit.
Over het werken met verhalen heb ik een artikel geschreven, deze wordt eind van dit jaar geplaatst in het vaktijdschrift van speltherapeuten: Spelenderwijs.
Naast het werken met verhalen door ze te spelen, zijn er natuurlijk ook verhalen waar je naar kunt luisteren, door voor te lezen of een luisterboek, er zijn boeken om te lezen en er worden films gemaakt. Rebecca de Leeuw deed onderzoek aan de Radboud Universiteit naar de betekenis van verhalen voor kinderen in de vorm van films. Zie hieronder de link naar een artikel:
Matroesjka
Vandaag werk ik met de Verbeeltenis vertelkaarten. Als ik Cindy (47) vraag welke kaart haar het meeste aanspreekt hoeft ze daar niet lang over na te denken. Ze pakt gericht de Matroesjka.
Voor wie minder bekend is met Matroesjka, dit is een reeks houten poppen en is van oorsprong vanuit Japan naar Rusland gebracht rond de 19e eeuw. Binnen de Matroesjkapop zit een kleinere houten pop en daarbinnen een nog kleinere houten pop, etc. Er zijn uiteenlopende varianten van. De buitenkant is beschilderd als een vrouw met klederdracht.
Cindy loopt vast in haar loopbaan. Werkt al jarenlang als zorgverlener en heeft hier al die tijd plezier aan beleeft. De laatste 1,5 jaar zit ze niet lekker in haar vel en heeft de indruk dat dit te maken heeft met haar werk. Eigenlijk wil ze dit niet meer, maar het grootste probleem is: Wat dan wel?
Ik vraag naar de reden waarom zij voor de kaart met de Matroesjkapop kiest. Ze vertelt me dat dit een herinnering is vanuit haar jeugd. Haar oma had deze poppetjes op de kast staan en zij mocht er als kind graag mee spelen. Het is uit een onbekommerde tijd en roept een warm gevoel op.
Ik stel haar voor dat we eens vanuit de Matroesjkapop gaan puzzelen en schets 3 Matroesjka’s van groot naar klein. De eerste staat voor ‘doen’, de tweede staat voor ‘denken’ en de derde staat voor ‘willen’. Hiermee maak ik een koppeling naar het IJsbergmodel van McClelland. We analyseren een werksituatie die ze inbrengt. Het is een situatie waar ze dagen van heeft wakker gelegen. Vanuit deze situatie mag ze de kernwoorden over de situatie in de poppen schrijven. Gaandeweg lijken er kwartjes te vallen en zie ik haar steeds meer ontspannen. Ze geeft terug dat dit heel verhelderend is. Over 14 dagen gaan we weer verder.
Interesse in de Verbeeltenis vertelkaarten? Hier kun je ze bestellen: https://verbeeltenis.nl/vertelkaarten/
Op wie ga jij stemmen?
We spelen met de Orbeez. De balletjes stuiteren rond en glijden van de Playmobil glijbaan. Ze ordent ze in kleurenreeksen en ineens vraagt ze (8): “Ga jij nog stemmen vandaag?”
In mijn hoofd gebeurt het volgende: “hmmm….politiek als haar interesse dat kan ik niet zo goed rijmen…” en ik zeg: “ik ben vanmorgen al geweest”.
Zij: “op wie ging jij stemmen?”
In mijn hoofd: “ik zet vertraging in. Mijn politieke voorkeur ga ik niet delen, omdat ik voor kinderen op dit onderwerp neutraal wil zijn, dus wat zal ik zeggen?”
Zij: “Heb je op mijn school gestemd?”
In mijn hoofd: “ah…nou klopt het weer….glimlach om mijzelf over te moeilijk denken”. Ik zeg: “nee, op een andere plek. Jammer hè? Anders had ik jou misschien op school gezien”.
Zij: “Ja, dat had ik wel erg leuk gevonden”.
En ze stopt de zeemeerminnen in de parelzee alwaar ze vol verwondering rondzwemmen.
Achtergrond vertelkaarten
Voor de nieuwsbrief van Branchevereniging Zorgcollectief Midden-IJssel/ Oost Veluwe schreef ik een artikel over de achtergrond van het maken van de Verbeeltenis vertelkaarten. Lees hieronder het artikel.
Mag verdriet er niet zijn?
Het is de week van de vaktherapie en dit jaar is het thema: Emoties. Speltherapie is een van de therapievormen die valt onder de verzamelnaam vaktherapie. Tijdens deze week wordt vaktherapie extra belicht, zodat wij zichtbaar zijn voor mensen die een hulpvraag hebben. En ook voor de mensen die doorverwijzen naar een passende vorm van hulpverlening.
Bij speltherapie komen vaak hulpvragen rondom emotieregulatie binnen. Kinderen die met zichzelf in de knoop zitten en niet tot rust kunnen komen. Kinderen die zich terugtrekken of juist enorm aanwezig zijn en op school of thuis de boel op stelten zetten. Binnen speltherapie hoef je niet te praten over de dingen waar je tegenaan loopt. Sterker nog, de kinderen hebben er vaak niet eens de woorden voor. Die hebben geen idee wat hen overkomt. Laat staan dat ze weten wat ze er aan kunnen doen. Als het gaat over emotieregulatie, ga ik eerst op onderzoek uit. Wat weet het kind van emoties? Kan een kind dit verbeelden? Kan een kind hierover spelen? Dat kan op uiteenlopende manieren.
Verbeeltenis vertelkaarten
In de kaartenset die ik heb ontwikkeld zitten 4 kaartjes met de basisemoties. Uitgebeeld aan de hand van het weer. Ik vraag of het kind weet wat de vier basisemoties zijn. In dit geval aan Sam (8). Hij haalt zijn schouders op. Ik zeg hem dat het niet geeft, want je zit bij mij niet op school en hoeft ook geen toets te maken, maar we zijn elkaar aan het leren kennen. Ik leg de 4 kaartjes neer en benoem: “bang, boos, blij en verdrietig”. Dat herkent hij wel. Ik zeg hem dat alle emoties belangrijk zijn. Dat alle mensen groot en klein wel eens bang, boos, blij en verdrietig zijn. Sam mag bij elke emotie een voorwerp uit mijn spelkamer neerleggen. Hij mag zelf helemaal weten wat.
Hij legt 3 voorwerpen neer. Bij verdrietig vindt hij het lastig en moet hij even een tijdje langer zoeken. Ik zeg hem dat hij de tijd mag nemen. En dan vindt hij Ioor en legt deze bij verdrietig neer. We kijken samen wat hij heeft neergelegd en ik vraag hem of hij erover wil spelen in het zand of in het water. Hij kiest voor het zand. Ook mag hij er andere figuren bij nemen. En zo maakt Sam een verhaal. De bak met zand komt vol met figuren, het is nogal chaotisch en er komen randen met stenen omheen. Opmerkelijk is dat Ioor niet gebruikt wordt. Ioor die staat voor verdriet en waar hij eigenlijk via het spel geen raad mee weet. Wellicht is dat verdriet wat er niet kan of mag zijn. Dat ga ik in vervolgsessies verder onderzoeken.
Interesse in Verbeeltenis vertelkaarten? Ze zijn hier te bestellen:
https://verbeeltenis.nl/vertelkaarten/
GOrS speldiagnostiek
Binnenkort kan ik het product ‘speldiagnostiek’ aanbieden. We zijn deze weken druk bezig met bestuderen van theorie, lessen volgen en het uitvoeren van speldiagnostiek. We, wil zeggen, mijn collega speltherapeut Heleen van Roekel en ik.
Het afnemen van speldiagnostiek gaat iets anders in zijn werk dan het aanbieden van speltherapie. Binnen speldiagnostiek bestaat de rol uit onderzoeken. Er zijn een aantal afgebakende spelvormen waarbij de onderzoeker een script volgt. Met het analyseren van de spelvormen bij het kind worden een aantal dingen duidelijk. Zo wordt er gekeken naar de spelontwikkeling, wat het kind laat zien en waar het zich ‘bevindt’, wat er gebeurt in het contact en de communicatie, welke thema’s er in spel aan bod komen, etc.
GOrS staat voor Gestructureerde orthopedagogische spelobservatie. De reden dat ik met Verbeeltenis dit product wil gaan aanbieden is dat ik vaak contact heb met verwijzers en collega’s uit andere disciplines die hun vraagtekens hebben bij een kind. Ze kunnen er de vinger niet helemaal opleggen wat er aan de hand is en/of welk aanbod helpend kan zijn. Er bestaan verschillende vormen van diagnostiek, maar daar komt niet altijd iets uit waar men mee verder kan. Dit omdat deze vormen van diagnostiek doorgaans erg ‘talig’ zijn en de kinderen er vaak geen woorden aan kunnen geven. Bij GOrS is spel het middel om te onderzoeken. GOrS kan een aanvulling zijn op diagnostiek en helderheid geven.
Voor als je meer achtergrond informatie wil lezen: Ankie de Gelder noemt GOrS in haar artikel ‘kwaliteitsdiagnostiek’. Hier kun je haar artikel lezen https://speltherapie-degelder.nl/wp-content/uploads/2022/09/Diagnostiek-met-spel.pdf
Meidenvenijn met de Barbies
In mijn assortiment Barbies heb ik een bonte verzameling aan figuren. Verschillende soorten huidskleur, mannen en vrouwen, een Barbie met een beenprothese, kinderen en baby’s. Ook heb ik uiteenlopende accessoires met meubels en kleding. In spel zijn verschillende niveaus te ontdekken. Het kan zijn dat een kind vooral bezig is met het aankleden en mooi maken van de poppen. Het kan ook zijn dat er een enkelvoudig verhaal wordt uitgespeeld tot aan complexe verhalen aan toe.
Het poppenspel laat veel zien over de cultuur waarin een kind opgroeit, normen en waarden die van belang zijn. Relationele verhoudingen kunnen symbolisch worden uitgespeeld. Symbolisch wil zeggen dat een spel niet één op één overgezet kan worden als zijnde een letterlijke vertaling van wat er plaatsvindt in het leven van dit kind. Wel kan een speltherapeut uit het spel halen wat het kind nodig heeft. Samen met ouders en eventueel andere belangrijke mensen in het leven van een kind, wordt gekeken hoe aan de behoeften van het kind voldaan kan worden.
Uitgelachen en uitgescholden
Voor vandaag wil Danique (10) met de barbies spelen. Ze krijgt de regie op het spel en ik vraag mijn rol uit. Op haar basisschool speelt meidenvenijn waarbij Danique het onderspit delft. In dit Barbiespel neemt zij de rol van het populaire meisje. Ze kiest een bazige rol die niet van nature bij haar past. En ik, ik ben het meisje dat het onderspit delft. Haar Barbie krijgt alles wat ze wil. Mijn Barbie mag kleding kiezen, maar dan wordt het afgepakt. Mijn Barbie wordt uitgelachen en uitgescholden. Zij laat mij – haar therapeut- voelen en ervaren wat zij zelf op school voelt en ervaart. Ik verplaats mij in mijn rol en ga naar het gevoel wat mij dit brengt om van daaruit tegenspel te bieden en te verwoorden wat dit met mij doet. Ik benoem dat ik mij verdrietig en eenzaam voel, dat ik er niet bij hoor. Dat ik niet weet wat ik moet doen. Door dit te doen kan er langzaam heling ontstaan doordat ik erkenning geef aan wat zij doorstaat. Naast dit spel ben ik ook in contact met de leerkrachten op school waar daar gekeken wordt naar een aanpak rondom het meidenvenijn. Danique kijkt aandachtig en blijft in haar rol en dan checkt ze bij mij: “We doen alsof hè?” Ik stap 2 seconden uit mijn rol en zeg met een knipoog: “Ja, we doen alsof” en het spel gaat verder.
Wegens succes verlengd!
Vanwege de enorme belangstelling voor mijn Verbeeltenis vertelkaarten hebben we de 15% korting met 2 extra dagen verlengd, dus tot en met vrijdag 27 oktober a.s. Doe er je voordeel mee.
Verzenden voorbestelling
Druk bezig met het verzendklaar maken van de voorbestelling van de Verbeeltenis vertelkaarten. Spannend moment dat de eerste lichting op de post gaat!
De vroegevogelkorting geldt nog tot en met vandaag 25 oktober 2023. Dus als je snel bent, Bestel ze nog vandaag met 15% korting!
https://verbeeltenis.nl/vertelkaarten/
Een fee als vriendin
Binnen speltherapie zet ik soms semigestructureerde opdrachten in om gerichter tot de problematiek te komen. Ik volg dan nog steeds een kind. Doe suggesties. Als een kind daar niks mee wil doen, omdat het er niet aan toe is of omdat het te direct is, dan is dat ook prima. De Verbeeltenis vertelkaarten gebruik ik ook. Daarna kunnen we erover spelen.
Loslaten
Vandaag is Sophie (10) in de spelkamer. Ze mag drie kaarten kiezen uit de gele stapel. Ik leg uit dat het vandaag om de plaatjes gaat. “Wil je ze zien en dan uitkiezen? Of wil je kaarten trekken uit de stapel?” Ze wil wel kaarten trekken. Dat vind ik prachtig, want enkele weken geleden zou ze dit niet durven doen. Ze had het toen nodig om veel grip te houden en zou dan de plaatjes echt wel van te voren willen zien en zelf uitkiezen. Nu is ze zover dat ze dit los kan laten.
Wasknijperlijn
We hangen de kaarten met een wasknijper op een lijn. De plaatjes zijn: een oog, een veer en een engel. Ze zegt van de engel dat het een fee is. Daarmee maakt ze haar eigen associatie. Prachtig hoe de verbeelding gaat werken. Over het oog zegt ze ineens: “ik heb blauwe ogen!” Ik vraag of ik haar in de ogen mag kijken. Dat mag en ik benoem een vlekje in haar oog. Haar ogen gaan glimlachen, want ze herkent het en vindt het leuk dat ik het zie. Ik vraag haar of ze mijn kleur kan zien. Ze kijkt en vraagt voorzichtig: “bruin?” “Dat klopt”, roep ik enthousiast, zullen we naar het volgende kaartje gaan?” “Een veer”, zegt ze en het gesprek komt op vogels. Dat vogels zo weg kunnen vliegen als ze maar willen. En dat ze misschien wel heel veel kunnen zien. En dan het laatste kaartje, de fee. Ze zou wel een fee als vriendin willen hebben. Het lijkt haar leuk. Die kan zo mee overal naartoe.
Het had niet gemogen
In de ouderenzorg aan de koffietafel is mevrouw benieuwd of ik nog een leuke vraag heb. Ik pak mijn kaartendoosje erbij en leg een kaart neer. Mevrouw leest de vraag hardop voor en laat hem op haar inwerken. Intussen haal ik een kopje koffie voor ons.
Dit keer vertelt ze over haar dochter. Hoe fijn deze relatie was. Ze is onlangs overleden aan longkanker. Ze praat er eigenlijk niet over, zegt ze. Haar lieve talentvolle dochter had gewoon nog niet dood mogen gaan. Mevrouw vindt dat zij eerder aan de beurt was. Ik ben stil en ik luister.
Wil je ook werken met Verbeeltenis vertelkaarten? Je kunt ze direct bestellen: https://verbeeltenis.nl/vertelkaarten/
Bonuspunten sparen
Ze (6) zet spullen in de winkel en zegt dat ze niet zoveel neerzet. Ik wacht nog af op haar teken, omdat ze de winkel nog aan het inrichten is en dan zegt ze: “Je moet komen, de winkel is allang open”.
De zelfscan is pas straks open, ik moet het op de band zetten. Ik zet een paar boodschappen op elkaar om ruimte te besparen, maar ze ordent mijn boodschappen en legt ze achter elkaar. Ze gebruikt een houten aubergine als beurtbalkje. Ik benoem: “Goh, er liggen niet zoveel boodschappen in de winkel” (terug spiegelen, gehoord en gezien worden). “Dat klopt”, zegt ze, “de voorraad is leeg en er moet nog nieuwe komen”.
Taalbegrip & taalgebruik
Ze gebruikt woorden in haar spel, klinkt heel volwassen vanuit haar rol, zich bewust van het doen-alsof spel en ik neem haar serieus. Als ik muntjes en briefjes geef zegt ze dat ik contant kan betalen, met mijn telefoon. Ze gebruikt veel woorden die in de context passen, maar waarvan ze nog niet helemaal weet wat het betekent (verschil tussen taalbegrip en taalgebruik) maar ik speel het spel mee. Ze heeft de regie en neemt de leiding, toont initiatief. Zelfverzekerd binnen deze spelcontext. Dat is heel bijzonder voor dit meisje. Het is een meisje die niet zo op de voorgrond treedt en kan nu veilig oefenen.
Ze heeft gezien dat er nog een leren rugtasje is. Ze vindt dat ik die moet gebruiken om de boodschappen straks in te doen. Als ik bij de kassa sta krijg ik instructies van de kassamevrouw. De rugtas kan ik op mijn rug doen en het etui bij me dragen. Ze ordent bij het inpakken van de boodschappen mijn tas: “Als je deze in je voorvakje doet, dan heb je je handen vrij”.
Kastanjes
Ook kan ik bij deze supermarkt punten sparen. Het zijn kastanjes waar ik een grote stapel van op tafel heb gelegd. Kastanjes die op elk kind een ander appèl doen. Ik hou daar van. Je hoeft er zelf niet over te beginnen. Je legt het neer en je ziet wel of een kind er iets mee doet of niet. Bij de een gaan we ze verstoppen en vinden. De ander wil er met klei slakken van maken, maar zij gebruikt het dus als bonusmateriaal in het winkelspel. Iets waar je graag voor spaart, wat je graag wilt hebben. En ik speel mee.
“U komt straks nog een keer boodschappen doen hè?”, vraagt ze. “Ja”, zeg ik, “straks kom ik terug”. En als ik zogenaamd thuis mijn boodschappen opruim, zeg ik hardop denkend vanuit mijn rol: “Ik moet zo nog even terug naar de winkel, want ik ben groente en fruit vergeten te kopen”. Waarop haar actie direct is dat zij groenten en fruit pakt en in haar winkel legt. Mijn indirecte opmerking was niet toevallig, ik wilde zien of zij openstaat voor de input van een ander en wat zij ermee doet (mentaliseren).
Fijn en niet fijn
Ik kom weer boodschappen doen, de actie van de bonuspunten bestaat nog steeds. Ze heeft haar winkel weer opnieuw ingericht met andere boodschappen. Ze ordent ze, shampoo bij shampoo, groenten bij groenten. Ik moet tegelijkertijd wel al boodschappen in mijn mandje doen. Ik verwoord daarbij dat ik dit wel lastig vind, omdat ik zoveel dingen tegelijkertijd zie en dat het steeds veranderd. Dat ik dan niet goed weet wat er is en wat ik nog moet hebben. Soms vist ze boodschappen uit de voorraad en legt die weg. “Die lust ik niet, die komen niet in mijn winkel”. Champignons, vis, pindakaas en kaas. Ik vraag of deze zijn afgekeurd en ze moet lachen, “Ja, afgekeurd”, zegt ze, en bij elke champignon herhaalt ze dit woord (onderscheid maken tussen iets wat fijn is en niet fijn is en dit aan kunnen geven). Ik reageer: “Dus je lust ook geen kaas? Oh…ik vind kaas wel heel lekker”. En na een tijdje legt ze een plakje kaas in haar winkel. “Nou vooruit”, zegt ze, “Voor deze ene keer mag er een plakje kaas in mijn winkel, omdat jij die lekker vindt”.
Grote draken
We hebben het over grote draken in haar leven. Om het te visualiseren pak ik er een grote draak bij en staan we eromheen. We bekijken zwijgend de draak. 35 jaar is ze, vastgelopen in haar leven en ze komt bij mij in de praktijk. Zorgvuldig zoekt ze beelden uit de Verbeeltenis vertelkaarten die haar draken vertegenwoordigen. Er heerst een stilte. Vier kaarten kiest ze en ik vraag haar naar de betekenis van de kaarten. Ze begint bij de ridders die in gevecht zijn en vertelt hoe moe ze is. Moe van alle strijd, al die jaren. Ik leg mijn hand op haar schouder en kijk haar aan. Tranen rollen over haar wangen. Tranen die ze te lang tegen heeft gehouden. We nemen de tijd. Aan het eind van de sessie hebben we alle kaarten besproken en na een kop thee gaat ze weer naar huis. Wat hebben sommige mensen toch veel te doorstaan in hun leven…..
Wil je ook werken met Verbeeltenis vertelkaarten? Ze zijn nog tot en met 25 oktober voor 15% korting in de voorverkoop te bestellen. Ga naar: https://verbeeltenis.nl/
Verbeeltenis vertelkaarten
Het project waar ik jaren mee bezig ben geweest is eindelijk af. Het gaat om Verbeeltenis vertelkaarten. De vertelkaarten zijn uiteenlopend als werkvorm in te zetten.
Vanaf vandaag kun je hier mijn Verbeeltenis vertelkaarten voorbestellen.
Op donderdag 26 oktober, wanneer de kaarten officieel gelanceerd worden, krijg je ze in de brievenbus.
Duurzaamheid in mijn praktijk
Ongeveer een jaar geleden heb ik mijn praktijkruimte in gebruik genomen. Het is een soort tiny house idee, een knusse veilige plek voor mijn spelkamer. Met het bouwen aan deze ruimte is er een stappenplan van wensen die nog uitgevoerd moeten worden. Je kunt nu eenmaal niet alles tegelijk doen. Vandaag zijn we weer een stapje duurzamer geworden en zijn er zonnepanelen op het dak geplaatst. Ook als het zonnetje niet schijnt, doen de panelen hun werk. Hiermee wordt de spelkamer zelf voorzienend en leveren we een bijdrage aan duurzaamheid.
Reuzenstappen
Kleine stappen lijken klein, maar zijn voor kinderen vaak reuzenstappen.
Contact maken is moeilijk voor jou. Het aanraken van materialen, deze echt voelen is een no-go. Je wil graag slijm maken, maar dan wel door te roeren met een lepel. Je vraagt steeds of ik iets wil toevoegen. Ik moedig je aan, zeg dat ik de bak wel vasthou en dat jij het erin mag doen. Voorzichtig durf je het zelf te doen. Er komt een prachtige bol slijm, met kleur en glitter. Maar je raakt het niet rechtstreeks met je huid aan. Je gruwelt bij het idee. Ik kan je overhalen om er aan te ruiken. Samen ruiken we en je zegt dat het niet vies ruikt.
Daarna is het spel klaar, met een lepel schep je het in een zakje en mag ik het zakje voor je open houden. We gaan samen handen wassen. Denk ik. Jij ziet de bus met schuim staan en bovenop zit nog een klein puntje witte scheerschuim. Je ogen gaan glinsteren. Je kiest ervoor om het met je vinger aan te raken en op te pakken. Je kijkt mij aan en durft het op mijn neus te doen!
Van zij-instromer tot speltherapeut
Ooit begonnen mijn werkzaamheden binnen de grafische industrie. Dat ligt inmiddels al jaren achter mij. Een beeld van mijn carriere is te lezen in onderstaand intervieuw
https://iwdz.nl/van-zij-instromer-tot-speltherapeut/
Hhhmmmm….
Nu weten we nog niet wat er aan zit te komen!? Wanneer gaat het pakket open??
Psst…. eind september krijg je het te zien.
Volwassen speelgoed
Spel wordt in onze maatschappij nogal eens onderschat. Als iets wat niet serieus te nemen is ‘Het is immers maar spel’ of ‘het is alleen voor kinderen’. Juist voor mensen die veel ‘in hun hoofd zitten’ is spelen een van de manieren om tot ontspanning en plezier te komen. Deze menselijke behoefte is niet alleen toe te schrijven aan kinderen, maar ook aan volwassenen. Het is voor kinderen fijn wanneer volwassenen met hen spelen. Het helpt bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van een gezonde hechting en zorgt ervoor dat je samen plezier beleeft en elkaar ziet. Naast het spelen met kinderen is er ook spelen voor volwassenen. Voor volwassen spel komt er steeds meer speelgoed op de markt, want als volwassenen spelen kan dat er een tikkeltje anders uitzien.
Volgens neurowetenschapper Louk Vanderschuren van Universiteit Utrecht in het onderstaande artikel is het alleen maar goed om in spel te blijven investeren, ook als je volwassen bent. Spel heeft zowel voor dier als mens een belangrijke functie. “Het leert ons omgaan met moeilijke of onverwachte situaties.” Spelen is dus niet nutteloos: het geeft niet alleen plezier en ontspanning, maar het maakt je ook flexibeler en creatiever.
Wat zou er onder het doek zitten????
Over een paar weken weten we meer…..
Museum van de geest
Speltherapie is een vorm van psychotherapie. In mijn werk hou ik mij veel bezig met ‘de psyche’. Om anderen op een goede manier te kunnen helpen zorg ik dat ik ontwikkelingen blijf volgen. Naast nieuwe ontwikkelingen vanuit bijvoorbeeld hersenonderzoek, hoort wat mij betreft geschiedenis ook bij het vergaren van kennis. Daar valt genoeg over te lezen, maar een bezoek aan het Museum van de geest helpt hier zeker bij. In Haarlem is een bijzonder pand waarin dit museum is gevestigd. Het is een Middeleeuws huis wat uit verschillende delen bestaat en waar zich letterlijk de geschiedenis heeft afgespeeld. Het huis heeft meerdere functies gehad.
Dolhuys
Je kunt in het museum kiezen voor een audiotour waar het huis zelf als het ware over deze geschiedenis vertelt. Zo is er het indrukwekkende Dolhuys uit 1564, met een dolcel die werkelijk gebruikt is. Het raakt mijzelf enorm om daar in te gaan staan en je te verplaatsen in de mensen die hier in bedwang werden gehouden en opgesloten. Ook is er later een gedeelte met de functie van Haarlems kindertehuis (1927) daarover vertelt het huis: ‘Dit was voor kinderen die niet door hun ouders of familie verzorgd mochten worden. Van al die kinderen heb ik geleerd, hoe belangrijk het is dat je gezien wordt en aandacht krijgt. Gebeurt dat niet dan raakt de geest van streek en dat geldt voor ons allemaal.’
Outsider art
Onderweg worden verschillende voorwerpen en visies vanuit de psychiatrie tentoongesteld, gecombineerd met Outsider art. Outsider art is bijzonder kunst. Het kenmerkt zich als spontaan en origineel en is gemaakt door mensen die buiten de samenleving vallen. Mensen die anders zijn. Vroeger dacht men antwoorden te hebben en zijn er mensonterende methoden ingezet om mensen te genezen, ‘de kwade geest uit te drijven’. Alleen werd er niemand genezen. Nu is er meer kennis en tegelijkertijd weten we dat er veel nog niet bekend is over hersenen die zeer complex zijn. In het museum worden vragen gesteld: want wat is de geest eigenlijk? Zit het in je lichaam of daarbuiten? Kun je het beïnvloeden en hoe zorg je daarvoor?
Hokjes denken
Er is een kunstvorm die allemaal gekleurde armen aan de muur laat zien, met vingers die wijzen. Op de armen staan termen van psychisch anderszijn. Het huis spreekt hierover: “zie je die vingers? Ze proberen je in een hokje te duwen. Door iemand in een hokje te plaatsen bepaald je snel of iemand die je niet kent gevaarlijk is. Gebeurt automatisch. Nadeel is dat we geneigd zijn conclusies te trekken over mensen in groepen die niet kloppen. Dokters delen mensen in zekere zin ook in hokjes in. Ze geven medische labels. Medische labels zijn iets anders dan vooroordelen, maar ze kunnen vooroordelen wel versterken”. “Je hebt lef nodig om anders te zijn dan de meeste mensen, maar het vraagt net zoveel lef om geen oordeel te hebben over dat anders zijn. Om iemand die je niet goed begrijpt te durven begrijpen. Daarvoor moet je jouw eigen gedachten en ideeën loslaten”.
‘Het museum is zeker een bezoek waard. In het pand dat 700 jaar lang onderdak bood aan ‘melaatsen, gekken, onaangepasten, alcoholici, hoeren met syfilis, dementerende ouderen, zwervers en mensen in crisis’ huist sinds 2005 het Dolhuys|museum van de geest. Een museum dat streeft naar het in beeld brengen van de mens in al haar facetten en het ter discussie stellen van stereotype beelden om zo een bijdrage te leveren aan erkenning, waardering en begrip voor mensen. In het bijzonder van mensen in Nederland die afwijken van de geldende ‘norm’ in hun gedrag, denken en emoties, in zowel positieve als negatieve zin, zowel in het heden als het verleden’.
Lees hier uitgebreid over de geschiedenis
https://museumvandegeest.nl/historie/
Perzisch tapijtje
Hier zie je m’n Perzisch tapijtje, ter grootte van een bureaublad. Ik kreeg hem van een speciaal iemand. Het sprak bij mij gelijk tot de verbeelding. “Wat heb je nou toch voor een ouderwets kleedje op de grond?”, vroeg een van mijn kinderen. Dat was nou een van de redenen waarom ik dit kleedje heb aangenomen. Het heeft iets kneuterigs nostalgisch. En wat gebeurde er deze week tijdens een spelsessie? De stoelen gingen van het kleed af en samen met een kind (8) aangemeld met traumaklachten, zat ik op het kleedje. Omdat het kind wilde vliegen op een vliegend tapijt. Een kind naar mijn hart!
Controle ervaren
Het spel geeft hem gevoel om controle te ervaren. Voorzichtig onderzoekt hij het kijken vanuit een ander perspectief. Hoe zou de wereld er van bovenaf uitzien? Hij durft dit samen met mij, zijn therapeut letterlijk met steun achter hem, te ontdekken. Zo worden stapjes gezet richting traumaverwerking. We moeten ons goed vasthouden om er niet vanaf te vallen en we moeten duiken voor een torenspits. Er vliegt een vogel met ons mee en we komen in de lucht van alles en nog wat tegen. Wat heerlijk voor een kind om dit samen te beleven.
Er zit iets moois aan te komen….
Na de zomer….Nieuwsgierig?? Volg mijn berichten!
Juf Anita haakt knuffels
Deze week in het nieuws dat juf Anita 40 jaar in het onderwijs zit en daarvoor heeft ze iets bedacht. Ze heeft aan de kleuters gevraagd een tekening te maken van een zelfbedachte knuffel. Vervolgens is juf Anita voor 28 kinderen aan het haken geslagen en heeft ze de knuffels nagemaakt.
Fantastisch vind ik dat! De liefde spat er vanaf en dat moet voelbaar zijn voor elk kind. Als we het hebben over erkenning, gezien en gehoord worden, dan is dit een ijzersterk antwoord daarop. Juist ook door de wederkerigheid het terug gespiegeld krijgen van de eigen expressie. Lees hieronder een artikel erover:
Gelliplate op de mantelzorgavond bij Atlant
Atlant is een organisatie waarin ze gespecialiseerd zijn in ouderenzorg, dementie, ziekte van Huntington, syndroom van Korsakov en Gerontopsychiatrie. Ze hebben er mooie initiatieven. Een voorbeeld hiervan is dat er eens per maand een avond wordt georganiseerd voor mantelzorgers. Op deze manier hebben mantelzorgers een avond voor zichzelf, ontmoeten ze andere mensen en gaan zij samen een leuke activiteit doen.
Gelliplate
Zo ben ik onlangs gevraagd om een avond te verzorgen en in juni was het zover. Ik heb gekozen voor een workshop werken met gelliplate, ook wel monoprint genoemd. Een gelliplate is een rubberachtige platte drukvorm waar eigen sjablonen op gemaakt kunnen worden. Met verfrollers wordt de verf in kleuren naar wens uitgerold. Vervolgens maakt men een afdruk op een mooie kaart of ander papier. Omdat elke afdruk uniek en eenmalig is, heet dit monoprint. Sjablonen kunnen zelf gemaakt worden of er wordt gebruik gemaakt van bestaande mallen. Voor deze avond heb ik Klimop, Lavendel, Varens en andere planten uit de tuin meegenomen.
We gaan spelen
Niet iedereen is even creatief en ik begon de avond met te vertellen dat het werken met gelliplate niet kan mislukken. Alles is goed. Daarmee kreeg ik al gelijk wat opluchting vanuit de zaal. Er was een meneer die opmerkte “dus we gaan eigenlijk spelen?” Ja! Dat is wat we gaan doen. Heel fijn is dat er vrijwilligers en een activiteitenbegeleider waren. Zeer actief om mee te helpen met de mensen ondersteunen in de creativiteit alsook het uitwassen van de materialen.
Eigenheid en experimenteren
De avond was een groot succes, omdat er veel ruimte was voor eigenheid. Voor de mensen die bijvoorbeeld wel heel creatief zijn en heel secuur te werk gaan. Maar ook voor de mensen die binnen een minuut zelf compleet onder de verf zaten. Er werd veel geëxperimenteerd en geprobeerd waarbij het materiaal zintuiglijk werkt. Met veel plezier gaf een deelnemer aan dat hij een schilderij van Mondriaan had gemaakt. Wat deze groep bijzonder maakt is dat iedereen actief meedoet, ook de mensen die aangaven niet zoveel te hebben met verf.
Persoonlijke verhalen
Daarnaast waren er de verhalen tussen het verfrollen door. Over de zorgen van nu, voor zichzelf en voor hun dierbaren, maar ook andere dingen. Zoals een mevrouw die vertelde dat ze vanaf haar geboorte eigenlijk linkshandig is, maar dat dat op school er vroeger uitgeslagen was met een rietje. Dat ze dat nu nog met zich meedraagt. Ook over een meneer die zijn boerderij met vee vroeger op een plek had waar nu een groot bekend gebouw staat. Er ontstond tijdens de koffie de fantasie als je toch eens terug kon naar een vroegere leeftijd van jezelf, waar zou je dan voor kiezen? De een wilde dan wel weer even 20 zijn en de ander zo tussen de 40 en 50. Een echtpaar die aantal jaren geleden gedwongen was hun boerderij – geboortehuis- te verlaten, vertelden dat ze daar veel verdriet om hebben gehad. “Maar nu is het goed zo”, zegt mevrouw, “ik kijk naar dit moment, ik hoef niet zo zeer terug in de tijd. Ik kijk graag naar wat we nu hebben en waar we nu van kunnen genieten”.
Werkbezoek vanuit Gemeente Apeldoorn
Vanmorgen was er een werkbezoek bij onze branchevereniging Zorgcollectief Midden-IJssel/ Oost Veluwe vanuit de gemeente Apeldoorn. Met een aantal afgevaardigde organisaties hebben we wethouder Henk van den Berge, wethouder Anja Prins, beleidsmedewerker Marijke Eppink en beleidsmedewerker Anne Elfrink mogen verwelkomen op Zorgmanege de Vrijbuiters. Deze locatie is van een van onze leden van het zorgcollectief.
Gesprekspartner
Naast kennismaking zijn we van gedachten gewisseld. Het is algemeen bekend dat de zorgkosten in Nederland de pan uit rijzen, zo ook in onze regio. Dus staat er de vraag hoe we de zorg (anders) moeten gaan organiseren. Als Branchevereniging willen we graag meedenken en inspelen op ontwikkelingen. Vandaar ook dat wij graag gesprekspartner zijn.
Van betekenis zijn voor de gemeenschap
We hebben onder andere gesproken over het anders kijken naar de zorg (meer gericht op gezondheid dan vanuit een medisch model) en over de combinatie van zorg & onderwijs. Henk kaartte het nieuwsbericht van deze morgen aan over het verslechteren van de mentale gezondheid van jongeren. Hoe kunnen we zorg leveren bij dit soort vraagstukken en het tevens maatschappelijk beheersbaar maken? Het is nu eenmaal niet mogelijk om oneindig zorg te kunnen bieden. We hebben gesproken over eventueel op- en af kunnen schalen van zorg. Hoe we meer ‘aan de voorkant’ kunnen werken voordat problematiek al zodanig is opgelopen dat er een enorm pakket aan maatregelen nodig is wat mogelijk voorkomen had kunnen worden. Hoe we in kunnen zetten op de eigen kracht van de mensen die hulp komen vragen. Anja stelde onder andere vragen over hoe we formele en informele zorg met elkaar kunnen verbinden. Hoe we dichter bij de mensen kunnen werken in de wijk zelf. Dit zijn allemaal thema’s die nog uitgewerkt moeten worden en waar me vanuit de branchevereniging ook al mee bezig zijn. Wij hechten namelijk grote waarde aan de gemeenschap en werken hierin onderling en daarbuiten samen met ons brede pakket aan expertise. Er is door werkervaring veel deskundigheid juist dichtbij de mensen in hun leefomgeving. Onze lijnen zijn kort en kwaliteit leveren vinden wij van groot belang.
Super dikke eieren
5 jaar is ze. Een teruggetrokken meisje dat zichzelf onzichtbaar lijkt te maken, omdat haar grote zus met een stoornis flink aanwezig is. ‘Als ik mijzelf onzichtbaar maak, heeft niemand last van mij. Papa en mama hebben het al druk genoeg met mijn zus’. Niet dat ouders dit van haar verwachten, maar ze kiest zelf onbewust voor deze rol. Het is wat ontstaat binnen gezinsdynamiek. Ze heeft de neiging om te pleasen. Zo jong kan zoiets al ontstaan, maar wat wil zij zelf? Hoe krijgt zij zelf een mening?
Volgen van het spel
Ik ga met haar aan de slag door haar te volgen in het spel zonder druk op te leggen. Na een paar weken ontdekken van het materiaal en kort vluchtig spel ontstaat vandaag een volledig winkelspel. Van inrichten van de winkel tot en met sluitingstijd aan toe. In dit doen-alsof spel krijgt zij de kans om te oefenen met andere rollen. Ze kan experimenteren met sociaal gedrag en verwerken wat zij allemaal meemaakt. En binnen het spel is het veilig, want alles is alsof. Vandaag hoef ik geen suggesties te doen wat ze kan kiezen. Het lukt haar om het verhaal vorm te geven volgens haar eigen plan met verrassend veel details. Ik hoef vandaag mijn rol niet uit te vragen, zij zegt wat ik moet doen. Wat een geweldige ontwikkeling voor dit meisje.
Neuriën
Ik ben de klant en eenmaal in haar winkel zegt ze: “dan moest jij vragen waar de eieren zijn”. Ik: “Kunt u mij vertellen waar de eieren zijn? Ik kan ze niet vinden in de winkel!”. Dan zegt zij: “die was ik aan het maken” en ze gaat eieren ‘maken’ in het magazijn van de winkel. Ze neuriet bij het maken van de eieren. Neuriën van een kind tijdens het spelen geeft aan dat een kind het fijn heeft en zich voor dit moment eventjes geen zorgen maakt. Het is een heerlijk geluid. Er is ook een piepklein eierdoosje. Ze doet de twee plastic eieren erin en ontdekt dat het doosje te klein is. Ze giechelt bij de aanblik van de te grote eieren in het doosje. Dat werkt aanstekelijk, ik moet er ook van lachen. Samen hebben we lol en spelen we verder. Wanneer ze me geholpen heeft de hele winkelinrichting in mijn mandjes te doen, moet ik naar de zelfscan. Zij: “Jij moest de zelfscan doen en als het rode lampje brandt dan moest ik komen, dan kun je vragen of ik help”. Ik sta nog geen halve seconde bij de zelfscan. Zij: “het lampje is rood, ik kom”. En ze neemt alles over en scant mijn boodschappen. Ze zit goed in haar rol, ze neemt de regie zonder aanmoediging en ze vertelt dat de handzeep naar bloemetjes ruikt. Dan komt ze de eieren weer tegen, daarvan zegt ze: “die hebben mijn collega’s echt super dik gemaakt. Eigenlijk hadden ze het doosje ook super dik moeten maken!” Als alles betaald is en de winkel op slot gaat, dan is ze zelfs toe aan een rolwissel.
Basisemoties met de kleurenmonsters
Als introductie voor werken met basisemoties gebruik ik graag het boek van de kleurenmonsters. Je kunt er eindeloos veel kanten mee op in het spel in de weken daarna. Het is heel wisselend hoe een proces van emotieregulatie met een kind gaat. Ook bij het introduceren van het boek. Dat wordt niet altijd met open armen ontvangen, maar met afstemmen op het kind lukt het tot nu toe iedere keer weer.
Het verhaal komt tot leven
Bij deze jongen (8 jaar) mag ik het niet voorlezen, want hij gaat het zelf doen. Ai, na drie woorden komt hij erachter dat het toch erg moeilijk is en zegt dan dat hij het toch in zichzelf gaat lezen. Omdat dit boek een basismetafoor is en ik niet zeker weet of het in zichzelf lezen lukt, geef ik woorden aan de plaatjes en het verhaal. Dat doe ik op zo’n manier dat ik hem niet afval voor zijn inzet om het zelf te lezen. Daarnaast kan ik veel spelen met intonatie van mijn stem en zo vinden we het allebei goed, want het verhaal komt tot leven.
Emoties geordend
Aan het eind waar de basisemoties zijn geordend kijkt hij ernaar. Hij kan niet zo goed over zijn emoties praten, maar nu ineens zegt hij: “De leukste zijn kalm en blij”. Ik vraag hem hoe hij dat dan ziet. Hoe komt het dat dit de leukste zijn? Kun je daar iets over vertellen?
“Bij woedend, dan wordt iedereen bang van je”, zegt hij. “Bij bang: dan kunnen andere kinderen niet met je spelen. Dat is niet fijn. Daar word je dan verdrietig van.” Hij denkt even na en ik wacht af. Hij vervolgt: “Bij kalm en blij dan kun je wel spelen, maar als je te kalm bent dan let je te weinig op.” Ik vraag hem of het dan zoiets is als naar buiten door het raam kijken en dat je de juf dan niet hoort. Hij knikt. Hij sluit af met: “Ik ben een paar keer woedend geweest”.
Wauw zeg, wat heeft hij dit goed verteld. Dat zeg ik hem ook. En ik vraag of hij het goed vindt dat we de volgende keer hierover verder gaan en dat hij me dan misschien kan vertellen over dat hij woedend is geweest. Dat wil hij wel. Maar voor nu gaan we lekker met het zand spelen en kliederen en sluiten weer ontspannen af.
Spelsessie op de CHE
Vandaag was ik weer even terug op de CHE (Christelijke Hogeschool Ede) waar ik in juli 2020 afstudeerde als Master Speltherapeut. Er is voor mij sindsdien veel veranderd. Ik heb mijn toenmalige baan als manager opgezegd en ben fulltime als speltherapeut aan de slag gegaan. Daarbij heb ik mijn eigen praktijk opgezet. Ik heb aardig wat praktijkervaring opgedaan en vandaag was ik dus weer even terug in een collegezaal.
Mild zijn voor jezelf en blijven ontwikkelen
De reden is dat ik gevraagd ben een lezing te geven op het symposium waarbij speltherapie studenten hun afstudeerpresentatie houden. De zaal was goed gevuld met zo’n 80 deelnemers bestaande uit eerste- en tweedejaars studenten, docenten en collega’s uit het werkveld. Ik noem het deelnemers, want ja, mijn lezing bestond eigenlijk uit een speltherapiesessie bij mij in mijn spelkamer. En in een spelkamer kom je niet alleen maar om te luisteren, maar gaan we natuurlijk ook wat doen. Nog nooit had ik zoveel mensen tegelijk in mijn spelkamer. Naast dat we eerst even met elkaar naar het hier-en-nu zijn gegaan, hebben we het gehad over het moment dat je je diploma in ontvangst neemt. Het moment dat je van start gaat als speltherapeut en dan….. Hoe dezelfde principes die voor de kinderen en hun ouders in jouw spelkamer gelden, net zo goed voor jezelf gelden. Niet alles hoeft in één keer goed te gaan, wees mild voor jezelf en zorg er daarnaast voor dat je jezelf blijft ontwikkelen!
Iedereen is anders geslepen
We deden een kleine brainstorm over wat je met een steen kunt doen in de spelkamer. Maakten vervolgens een eigen pocket-helper. Ook kreeg iedereen een eigen diamant dat metaforisch laat zien dat iedereen een ander kleurenpalet heeft doordat hij anders geslepen is. Vraag daarom hulp bij de dingen die je niet zo goed kunt en maak gebruik van je potentieel. De spelsessie werd afgesloten met het doorgeven van een bal waarbij je de persoon die naast je zit even oprecht een compliment geeft en waarbij de ander dit ook echt ontvangt.
Hierna volgden er twee rondes verspreid door de CHE met verschillende presentaties van de studenten. Het was mooi om toekomstige collega’s te ontmoeten en te zien hoe hard er gewerkt is aan de onderzoeken. Daarnaast is het altijd fijn om ‘oude bekenden’ terug te zien en weer even te horen waar een ieder mee bezig is.
Affectregulerende Vaktherapie
Deze week heb ik de cursus Affectregulerende Vaktherapie (ArVT) afgerond. Ik wilde deze cursus heel graag doen om mijn vak nog meer te verfijnen. ArVT is een werkwijze die past bij kinderen die problemen hebben met emotieregulatie. Dit zijn gespannen kinderen die doorgaans probleemgedrag laten zien. Ze kunnen bijvoorbeeld boos en opstandig gedrag laten zien of juist heel erg teruggetrokken en weinig van zichzelf laten zien. Het lukt ze doorgaans niet om open te staan om dingen te leren, hun aandacht richten of vasthouden, etc. Dat zorgt voor problemen thuis of op school. Ze lopen vast in hun ontwikkeling. Door te werken met deze interventie kan in kleine stapjes gewerkt worden aan herstel.
Heb jij bijna je voet gebroken in de vakantie?
We starten in de spelsessie elke week met een kopje thee. Ze (10) zegt ineens: “Heb jij bijna je voet gebroken in de vakantie?” Alsof het iets is wat iemand dagelijks kan gebeuren, zoals elke ochtend je ontbijtje opeten. Op dat moment blader ik als het ware snel in mijn hoofd als in een kaartenbak, op zoek naar iets waar ik dit aan kan linken in een eerder spel of iets dergelijks. Maar nee. Dus ik zeg: “Nee, ik heb niet bijna mijn voet in de vakantie gebroken”. Waarop zij zegt: “Ik bijna wel!” Uiteindelijk komt het hele verhaal eruit, omdat ik naar haar luister, niet oordeel en oprecht geïnteresseerd ben.
Hevig geschrokken
Ze is met de bus weggeweest en de chauffeur moest uit het niets hard op de rem trappen, waardoor ze een stuk naar voren vloog en zich stootte. Wat het meeste dwars zat was dat ze hevig geschrokken is, door het onverwachte, het acuut afremmen en de consternatie in de bus. Daar zit de pijn voor dit schrikachtige meisje wat veel heeft meegemaakt vanuit een complexe scheiding en traumatische situaties. Soms kunnen kinderen met een verrassende opmerking of vraag komen, het lijkt dan onschuldig, maar kan een indirecte vraag zijn om gehoord en gezien te worden. Het lukt haar niet om mij direct van het voorval te vertellen.
Durven vertellen
Het feit dat ze mij dit aan het begin van de spelsessie vertelt, is al een hele vooruitgang in het proces. In de eerste maanden kwam ze niet met dingen die ze misschien wel zou willen delen. Daarna ontwikkelt zich dit doordat ze aan het eind van de sessie ‘out of the blue’ iets vertelt in een andere context. Polsend of ze het zelf zou durven te vertellen aan de hand van hoe sensitief ik was om het op te pakken als iets belangrijks. Waarbij ik het er toen als het ware ‘uit moest trekken zonder te forceren’ (da’s een hele kunst). Nu komt ze er al aan het begin van de spelsessie mee en ik schat in dat ze tijdens de behandeling nog wel gaat ontdekken dat ze het directer kan aangeven. Dat je het zelfs niet groter hoeft te maken dat je iets gebroken hebt. Dat je belangrijk genoeg bent voor een ander om naar jou te luisteren.
Niemandskinderen
Ik heb het boek Niemandskinderen van Carolien Roodvoets gelezen en bestudeerd. De titel ‘Niemandskinderen’ is een titel die mij enorm raakt. Het doet mij denken aan het begin van mijn carrière in de zorg. Ik las toen van Wim ter Horst, Het herstel van het gewone leven met daarin onder andere de vraag ‘Van wie is dit kind?’ Het gaat daarbij niet om een kind als bezit, maar bij wie het kind hoort. Wie bekommert zich om dit kind?
‘Niemandskinderen zijn getraumatiseerde en onveilig opgroeiende kinderen. Ze zijn niet van hun ouders, omdat hun ouders niet van hen konden houden; ze zijn niet van zichzelf, omdat ze ook niet van zichzelf kunnen houden; en ze zijn niet van anderen, omdat ze zich vaak niet aan anderen kunnen binden’.
Het boek geeft inzicht in uiteenlopende vormen van gezinsdynamiek en welke schade er voor het kind kan ontstaan voor nu en in zijn volwassen leven. Veel van wat er achter gezinsdeuren gebeurt is niet zichtbaar voor de buitenwereld, maar wordt bijvoorbeeld soms door gedragspatronen wel zichtbaar. De beschreven situaties zijn heel herkenbaar, ook wanneer zich iets in mindere mate voordoet. Daarom een aanrader voor therapeuten en andere hulpverleners of voor volwassenen die bezig zijn met zelfreflectie. Het lezen kan erg confronterend zijn.
‘Het zou prioriteit moeten zijn’
Als maatschappij moeten we ons best doen om deze (niemands)kinderen de juiste hulp te bieden. Het zou prioriteit nummer 1 moeten zijn, maar helaas moeten we steeds hemel en aarde bewegen om getraumatiseerde mensen langdurig te mogen behandelen, aldus Carolien Roodvoets.
De jeugdzorg staat onder druk waardoor ‘het lijden van kinderen’ en wat dit gaat kosten voor behandeling opnieuw gewogen wordt. Er gaan soms stemmen op dat dit ‘lijden’ wel meevalt. Het gaat hier om echte kinderen en hun gezinnen (mensenlevens) waar ik dagelijks mee in contact ben. Kinderen die (over)leven in een reguliere wijk op een reguliere basisschool. Kinderen waarvan je het aan de buitenkant niet ziet. Schrijnende situaties waarin behandeling door bijvoorbeeld speltherapie echt verschil uitmaakt. En waarbij het de maatschappij uiteindelijk – op allerlei gebieden – nog meer zal kosten – wanneer we niet aan het begin van deze mensenlevens de nodige hulp bieden.
Ontwikkelingen praktijkruimte
Naast het bezoeken van scholen werk ik al een aantal maanden met plezier in mijn vaste spelkamer. Er zijn al heel wat kinderen die wekelijks komen spelen. Vorig jaar is de praktijkruimte geplaatst en in gebruik genomen, maar een aantal dingen staan nog op de planning. Zo wordt er deze weken achter de schermen druk gewerkt aan het aansluiten van de riolering en het water. Een flinke klus dus. Het zal heel fijn zijn als straks een eigen toilet en warm & koud water gebruikt kunnen worden. Ik kijk er naar uit!
Ik ga op jouw gezicht een tuintje maken
Dichtbij iemand mogen komen met een kwast schmink in de hand en dan alles mogen maken wat je maar wilt. Dat kan alleen maar als je vertrouwen hebt in elkaar. Voor kinderen is het belangrijk dat ze zich vertrouwd kunnen voelen bij anderen. Dat de ander ook vertrouwen heeft in jou. Voor kinderen die in de spelkamer komen geldt dat zij dit nog harder nodig hebben.
Tot op heden vertelt deze jongen mij nauwelijks iets. Ik verwoord wat ik zie in zijn spel, in zijn lichaamshouding. Ik ontvang zijn frustraties als iets niet naar zijn eigen beeld lukt. Zijn spel is in het hier-en-nu en in de verhulling. Nare dingen van de week op school, bij andere kinderen of thuis, hij vertelt er niet over. Want dat is ‘daar-en-dan’ en hier kan hij even in de spelkamer tot rust komen en nieuwe rollen oefenen. Hij speelt er wel over met verbeeldend spel.
Als hij met de schmink zo dichtbij mijn gezicht is, begint hij allemaal dingen te vertellen die hij moeilijk vindt. Alsof hij er in één klap de woorden voor heeft. En dat is nog niet alles in dit proces. Hij laat een enorme ontwikkeling in mentaliseren zien. Wat wil zeggen dat hij nadenkt over zichzelf en de ander en hier rekening mee houdt. Dit ontwikkelde zich al een beetje in de afgelopen weken, maar wordt hier enorm concreet doordat hij zegt: “ik ga op jouw gezicht een tuintje maken, dan bij jij een tuinmevrouw, want jij houdt van groen, van planten en natuur. Ik doe er ook een vlinder bij, daar houden wij allebei van”. En bij elk onderdeel vraagt hij of ik het goed vind dat hij dat schildert. Sommige kinderen blijven kwetsbaar, maar deze succeservaringen die nemen ze voor altijd mee.
Stil verdriet
Een jongen van 7 jaar is bij mij aangemeld, omdat hij zijn emoties niet kan uitdrukken. Hij beeldt op deze manier zijn verdriet uit. Als jezelf terug trekken en stil in een hoekje zitten. Hij kijkt er naar en zucht. Ik kijk met hem mee en zucht ook. Zijn schouders zakken omlaag. Ik krijg een glimlach van hem cadeau.
Omgaan met familietrauma
‘Wees niet bang om familiegeheimen te delen met je kinderen’, zo staat er in een artikel van Happinez over familietrauma. Trauma kan van generatie op generatie worden overgedragen. Ook wordt het belang van familie besproken, de verbinding tussen kinderen en hun grootouders. Dat is nodig om te leren verplaatsen in het perspectief van een ander, in plaats van dat het aan kinderen niks mag ontbreken en het individu voorop staat. Een belangrijke boodschap wat mij betreft, de verbinding te zoeken in het samenzijn en samenwerken. Het rekening houden met elkaar en kijken vanuit de gemeenschap. Kitlyn Tjin A Djie van ‘Beschermjassen’ is in dit artikel aan het woord.
Zelf heb ik in mijn werk als speltherapeut veel te maken met ouders en leerkrachten die probleemgedrag benoemen van kinderen met onaangepast gedrag. Vaak hoor ik dat men nog strakker wil reageren door straffen uit te delen. Uit ervaring weet ik dat dit averechts werkt. Ontvang een kind daar zit het begin, want een kind vertoont dit gedrag niet zomaar. Er is iets onderliggends aan de hand. Kitlyn zegt: ‘Word een rots waaronder die studenten kunnen schuilen, vraag: wat kan ik voor je doen? Wat is er aan de hand? Wat heb je nodig? Dan komt er zo’n andere sfeer. Bied steun, dat is het hele idee van beschermjassen’. Lees hier het artikel:
https://www.happinez.nl/bewust-ouderschap/zo-help-je-jouw-kinderen-omgaan-met-familietrauma/
Pleisters voor de wonden
Ik heb onlangs een behandeltraject afgesloten van een meisje (5) die veel te maken heeft gehad met het thema ziekte & gezondheid. Ouders zien hun vrolijke meid veranderen naar een in zichzelf gekeerd kind. Ze kunnen er de vinger niet opleggen wat er aan de hand is en melden haar bij mij aan voor speltherapie. Een kind van 5 heeft er de woorden niet voor om te vertellen wat er aan de hand is. Zij heeft zelf ook geen idee. In speltherapie kiest het meisje voor dokterspel. Onbewust, maar niet toevallig. Kinderen spelen thema’s uit die belangrijk voor hen zijn. Daarnaast zorg ik er als therapeut voor dat ik een veilige omgeving creëer waarin een kind alles mag laten zien en gezien wordt. Zo hebben we wekenlang pleisters gemaakt en geplakt. Op poppen, op mij en op het kind zelf. Het trauma rond de vele ziekenhuisbezoeken wordt op deze manier zichtbaar. Wat van binnen vastzit, krijgt nu de ruimte om eruit te komen. De pleisters worden eerst door haar ingekleurd. In het begin zwaar bekrast met donkere kleuren en op het laatst worden het lachende gezichtjes, zoals te zien is op de foto. Totdat het pleisters plakken een afgerond spel blijkt. Hiermee hebben de pleisters een helende werking gehad voor de psychosociale verwonding van dit meisje.
Zorgcollectief
Hier zie je een foto van mij – gelukkig te wezen – in mijn praktijkruimte. Ik heb een eigen onderneming als register speltherapeut. De ontwikkelingen voor de toekomst m.b.t. de financiering van de (jeugd)zorg zijn spannend. Dat is een van de redenen waarom ik ben aangesloten bij een zorgcollectief. Samen zijn we bezig met innovatie om straks voldoende voorbereid te zijn en mee te kunnen blijven doen aan de eisen die gesteld gaan worden vanuit de gemeente. De branchevereniging zorgcollectief regio Midden-IJssel/ Oost-Veluwe is aan de weg aan het timmeren. We hebben gemeenschappelijke waarden: we staan voor kwaliteit van zorg, maatschappelijk belang staat bovenaan en onze lijnen zijn kort.
Onze leden zijn allemaal ondernemers werkzaam in zorg en welzijn. Het gaat om kleine en grote(re) ondernemingen die graag samenwerken en elkaar versterken. Mocht jij ook een eigen onderneming hebben en een raamovereenkomst in onze regio (of je staat op het punt om de raamovereenkomst af te sluiten) dan is het mogelijk om je bij ons aan te sluiten. Bij interesse kunnen we natuurlijk een afspraak maken voor een kop koffie/ thee. Zie ook de website: https://brancheverenigingzorg.nl/
#branchevereniging #zorgcollectief #vaktherapie #jeugdzorg #wmo
Bijeenkomst NVVS
Om het vak van speltherapie te mogen uitvoeren ben je als therapeut o.a. lid van de beroepsvereniging Nederlandse vereniging van speltherapeuten (NVVS). Zaterdag is er weer een bijeenkomst geweest waarin wij elkaar ontmoetten. Het programma bestond uit de algemene vergadering waarin diverse ontwikkelingen zijn besproken.
Het middagdeel was voor inhoudelijke verdieping. Hierin werd o.a. micro-interventies besproken, waar ik zeer enthousiast over ben. Er komen kinderen met uiteenlopende hulpvragen naar een speltherapeut. Micro-interventies zijn de kleine interventies binnen het contact die we voortdurend doen in de spelsessies. Denk daarbij aan het spiegelen van het kind, de ruimte geven, weten waar een kind van kalmeert en dit inzetten, etc. Wat doen we nou precies waardoor de behandeling werkt? Achter de schermen wordt hier op allerlei manieren hard aan gewerkt om dit te onderzoeken.
Ook werd er een korte inleiding gepresenteerd m.b.t. de Polyvagaaltheorie door Sjoerdje van den Manacker (psychomotorisch kindertherapeut). De Polyvagaaltheorie is ontwikkeld door Dr. Stephen Porges. Zijn theorie gaat over lichamelijke reacties op stress en trauma bekeken vanuit het zenuwstelsel in het menselijk lichaam dat in verbinding staat met de hersenen. Het is van belang dat het lichaam (zenuwstelsel) veiligheid ervaart. Dat kan onder andere door beweging in te zetten.
Spelen met pasta
Deze week is er weer volop sensopathisch gespeeld met droge pasta. Je kunt er lekker in graven, wegstoppen en voelen. Er zijn ook kinderen die er doen alsof spel mee spelen. Ik tref wel vaker kinderen die denken dat de spelkamer mijn huis is. (Een ideale kinderfantasie overigens). Vandaag was er een meisje van 5 die aan het eind van de spelsessie zei: “Ik weet wel wat jij vanavond gaat eten: pasta, want er zit genoeg in deze bak!”
Spiegelen via tekenen
Ontvangen
De bel gaat. Daar staat ze, een meisje van 6 jaar die heel veel heeft meegemaakt in haar jonge leven. Ik heb haar twee weken niet gezien. Ik doe de deur open. In elke hand heeft zij een chocolademunt die nog maar net in haar hand past. Ze zegt dat deze voor mij is en de andere voor haarzelf. Ik neem mijn munt in ontvangst en voel dat hij gesmolten is van haar hand. Ze kijkt naar mij. Ik zeg dat ik er ontzettend blij mee ben dat ik deze gouden munt van haar krijg. Ze zegt dat er chocolade in zit, dat het doen-alsof goud is. Ze kijkt me aan, ik kijk terug en ze vliegt me om mijn middel. Ik ontvang ook deze knuffel en omhels haar. Daarna gaan we naar binnen en zegt ze dat ze nog weet waar ze gebleven was in haar verhaal van de vorige keer.
Niet alles werkt
Ik heb veel tweedehandsspeelgoed, waardoor er wel eens een klep of dak of wat dan ook van de Playmobil ontbreekt of een koffer steeds openspringt. “Niet alles werkt Gwen”, zegt hij (6), “maar dat geeft niet, want wij zijn goeie verzinners!”
#therapeutischerelatie #zelfbeeld
Nep
We zijn in de spelkamer en hij (8) staat bij het winkeltje te kijken naar het geld. ”Het geld is nep….de kassa is nep….alles is hier nep”. Hij vervolgt:”Hé, er is één ding en dat is niet nep. Moet jij raden wat!” Ik zet mijn denkfrons op en kan er niet op komen. Dan roept hij enthousiast:“ Jij! Jij bent het!” “Oja!”, roep ik, “en jij bent ook echt en we spelen alsof”.
#therapeutischerelatie #echtheid
Inspiratiecollege HU
Vandaag mocht ik een inspiratie college geven aan de Hogeschool van Utrecht voor de afdeling Vaktherapie. In de collegezaal schoven derdejaars HBO studenten drama-, muziek- en beeldende therapie aan. Het thema was ‘ondernemen’ en dan uitgewerkt in ‘Het opzetten van een eigen praktijk’. Veel informatie delen dus, maar we begonnen met een kleine oefening met een miniatuurdier, -figuur of -voertuig. Daarvoor ben ik tenslotte zelf speltherapeut. Ik vond het erg leuk om te doen met name ook omdat er veel intersse werd getoond met uiteenlopende vragen. En natuurlijk was het ook leuk om eens rond te lopen op de HU in Amersfoort, samen met mijn collega Patricia Tel- Vos, tevens docent vaktherapie.
Assepoester
ik ben vandaag met heksenbrouwsels bezig. De wolf van Roodkapje wordt ontvoerd en met verve verslaan we een trollenleger. ’s Avonds kijk ik op de socials. Ik zie een advertentie en lees ‘Assepoester gezocht’. De afbeelding is er vreemd bij, maar het blijkt dan ook dat ze een autopoetser zoeken. Gevalletje beroepsdeformatie.
Fladdertje Koekoek
Vandaag mocht ik het boek “Fladdertje Koekoek en de vreemde broedvogels’ van Reinalda Kerseboom ontvangen. Fladdertje Koekoek woont in een nest bij andere vogels. Zijn ouders hebben geprobeerd een nest te bouwen en hun eigen kinderen te verzorgen, maar dat is niet gelukt. In mijn spelkamer heb ik soms te maken met kinderen die in een pleeggezin wonen. Ik mag hen dan o.a. ondersteunen bij zoektocht naar indentiteit. Soms denken deze kinderen dat ze niet lief genoeg geweest zijn en daarom weg moeten bij hun ouders. Het liefst willen ze bij hun eigen ouders wonen. Dit boek is een mooie vertelling die zorgt voor het ontschuldigen van deze kinderen en hun ouders. Het gaat er niet over dat ze niet lief geweest zijn. Ook willen de ouders wel voor hun kinderen zorgen, maar lukt dat in sommige situaties niet.
Hechting artikel
Binnen speltherapie wordt hechtingsbevorderend gewerkt. Door aan te sluiten op dat deel van het hechtingsproces waarin de stagnatie plaatsvindt. Dit gebeurt in de therapeutische relatie met het kind en daarnaast d.m.v. psychoeducatie aan ouders en eventuele andere opvoeders. We weten vanuit de praktijk dat hechting geen statisch gegeven is en dat trauma tegen hechting aanschurkt. Speltherapie werkt bij dit soort vraagstukken. Hier volgt een interessant artikel wat ik tegenkwam.
Doen-alsof thee
5 jaar is ze en hooggevoelig. Het is moeilijk voor haar om de aandacht op zichzelf te leggen. Ze laat zich snel afleiden door anderen en wil voor hen zorgen. Ik ontdek tijdens het vadertje & moedertje spelen dat ze thee drinken erg leuk vindt. Daarom heb ik doen-alsof theezakjes genaaid en ontwikkelt ons spel zich steeds verder. Het lukt haar meer en meer om de focus op het spel te krijgen, ondanks al die kinderen die voorbij lopen. We spelen ‘rustmomenten’ uit en dat je niet per se iets hoeft met anderen die voorbij wandelen. De lekkerste thee is doen-alsof thee!
Mariabeeld
Het moest er nog steeds een keer van komen, maar ik heb deze week mijn eigen mini Maria gekocht voor in de spelkamer.
Feest
Het was feest, want ik opende mijn praktijkruimte en dat vierde ik samen met Mason. Eerst mocht hij het lint doorknippen. Dat is een bijzondere taak, omdat alleen belangrijke mensen lintjes doorknippen en Mason is belangrijk! En taart, ja, dat hoort natuurlijk bij feest. Dus hebben we onze eigen taart versierd en lekker geproefd en gekliederd.
Wat zo fijn is aan mijn eigen spelkamer, is dat ik al mijn speelgoed nu mooi bij elkaar heb staan. Naast dat ik ook scholen bezoek, zijn er nu meer mogelijkheden vanuit mijn praktijk. Soms past het bijvoorbeeld helemaal niet bij een kind om spelsessies op school te doen. Mijn spelkamer is een plek waar kinderen zichzelf mogen zijn en waarbij ik zorg dat zij zich veilig voelen.
Feest
Het was feest, want ik opende mijn praktijkruimte en dat vierde ik samen met Mason. Eerst mocht hij het lint doorknippen. Dat is een bijzondere taak, omdat alleen belangrijke mensen lintjes doorknippen en Mason is belangrijk! En taart, ja, dat hoort natuurlijk bij feest. Dus hebben we onze eigen taart versierd en lekker geproefd en gekliederd.
Wat zo fijn is aan mijn eigen spelkamer, is dat ik al mijn speelgoed nu mooi bij elkaar heb staan. Naast dat ik ook scholen bezoek, zijn er meer mogelijkheden vanuit mijn praktijk. Soms past het bijvoorbeeld helemaal niet bij een kind om spelsessies op school te doen. Mijn spelkamer is een plek waar kinderen zichzelf mogen zijn en waarbij ik zorg dat zij zich veilig voelen.
Eenhoorn
Een jongetje van 5 heeft mij geleerd hoe ik een eenhoorn moet tekenen. Wat vinden jullie van mijn resultaat? Het jongetje zei: “Je dacht dat je het niet kon, maar het lukte toch”. Het is een spiegel naar zijn eigen problematiek.
Dit is Kees
Je bent 11 jaar en hebt veel nare dingen meegemaakt. Over het algemeen ben je een stille serieuze jongen en loop je rond met al die nare dingen, opgekropt in je lichaam. Vandaag krijgen we contact en durf jij je te laten gaan. We doen samen gek met slijm. Zo onstaat Kees. De tranen van het lachen rollen ons over de wangen. Via Kees komen we verder.
Hulptroepen
MIjn hulptroepen zijn deze week weer eens in bad geweest om al het Magic Sand eraf te wassen.
Online sessies
Klaar voor online spelsessies. Als alternatief om contact te blijven houden in de zomervakantie. Wat voor sommige kinderen super belangrijk is.
In stilte
Vandaag komt een meisje van 6 gespannen naar de spelkamer. Ze wil graag tekenen want dat heeft ze vandaag nog niet gedaan. Ik vraag haar of ik ook zal gaan tekenen. Dat wil ze. Ik schroef mijn eigen teken-niveau even naar beneden. En dan zitten we 20 minuten naast elkaar in alle stilte te tekenen. De spanning is van haar afgegleden.
Wolf in schaapskleren
Deze wolf in schaapskleren is speciaal voor mij gehaakt. Ik was er naar opzoek, omdat kinderen dit kunnen ervaren wanneer er lastige situaties hebben voorgedaan. Door te spelen met knuffels kun je uitdrukken wat je voelt. Dat is belangrijk omdat het gevoel er doorgaans wel is, maar de woorden zijn er (nog) niet.