Verbeeltenis

praktijk voor speltherapie

In mijn vrije tijd bezoek ik graag musea. Vaak is het pand alleen al erg indrukwekkend, laat staan de collecties die er tentoongesteld worden. Kunst, met name schilderijen van oude meesters, vind ik fascinerend. Een kunstwerk kan je meenemen naar een andere wereld. Je overgeven aan wat je ziet en ervaart. Het zorgt voor zingeving in het bestaan. Daar zitten voor mij overeenkomsten in wat kinderen mij laten zien in de spelkamer.

Werken met kinderen en hun gezinnen vraagt om nauwgezet analyseren. Dat doe je als speltherapeut op verschillende manieren. Spelen is de taal van het kind. Hoewel ze best een lekkere babbel kunnen hebben, zijn kinderen vaak niet in staat om te vertellen waar ze mee zitten en wat er nodig is. Zij kiezen materiaal en spelen hun spel. Hun binnenwereld presenteert zich op die manier naar buiten.

De meeste kinderen hoeven niet naar een therapeut, zij verwerken gebeurtenissen gewoon door te spelen. Wanneer kinderen vastlopen, kunnen speltherapeuten hen via de therapeutische relatie en via het spel weer in beweging krijgen. Het spel van een kind is doorgaans dynamisch (beweging in het spel), ook speelt de therapeut mogelijk mee en verwoordt handelingen van het kind.

Zien van een spelbeeld

Als therapeut vraag je je af: “Wat laat dit kind mij zien?” en “Wat kan ik vandaag bijdragen om dit kind te ondersteunen?” Bij kinderen waar je er nog niet helemaal uit bent, “wat wil dit kind mij nou eigenlijk zeggen?”, helpt het juist om die momenten de focus te leggen op een stilstaand spelbeeld. Los van de beweging, het verhaal wat al dan niet verteld wordt, de therapeutische relatie, de informatie die je van de ouders en de leerkrachten hebt, maar door enkel te kijken naar het (spel)beeld, als fragment, als schilderij. 

Om je te bekwamen in het zien (dat gaat verder dan kijken), is het bezoek aan een museum zeer de moeite waard. Daar kun je naar hartenlust oefenen. Boeken met kunstwerken zijn zeker ook interessant om te gebruiken. Maar om voor een echt schilderij te staan, dat prikkelt meer de zintuigen. Je voelt het. Voor een imposant werk te staan en te bedenken hoe een schilder dit in die tijd heeft kunnen maken. Je ziet van dichtbij de penseelstreken.

Schat aan informatie

Kies bij een bezoek een of twee schilderijen uit en ga er eens echt voor staan. Betekenis van symboliek is op te zoeken, maar voor spelbeelden en het werken met kinderen geldt dat die niet een-op-een over te nemen zijn. Naast een ‘collectieve betekenis’ bijvoorbeeld vanuit een doelgroep (cultuur, religie), geven mensen individueel betekenis aan wat zij vormgeven en verbeelden. Ik zou dus zeggen, laat dit opzoeken los en kijk en ervaar. Wat roept het werk bij je op? Wat zegt dit tafereel? Hoe staan de mensen ten opzichte van elkaar geportretteerd? Wie staat er op de voorgrond? Hoe zijn de mensen gekleed? Welke attributen worden afgebeeld? Welke kleuren worden gebruikt? Wat staat er in de omgeving? Wat is weggelaten? Hoe gedetailleerd is het werk? En welke betekenis geef je eraan? Op die manier kun je ook spelbeelden analyseren. Kijkend naar dingen die opvallen, tegenstrijdigheden, speelt het vroeger of nu af, is het realistisch of fantasierijk, zijn er problemen te zien of is het een paradijs? Het geeft een schat aan informatie.

 

 

 

 

Als ik een stoel zou zijn

Bij dit bericht zie je onder andere het schilderij de stoel van Van Gogh. Hij heeft zichzelf geportretteerd: ‘Als ik een stoel zou zijn, wat voor een soort stoel ben ik dan?’ Zoals een kind in de spelkamer een dier-metafoor voor zichzelf kan kiezen. Fantastisch dat Van Gogh dit soortgelijk al deed in 1888. Dit schilderij hangt in National Gallery Londen. Hij maakte overigens ook een stoel voor Gauguin, een Franse schilder waar hij mee bevriend was. Veel sierlijker en overdadiger dan zijn eigen eenvoudige boerenstoel.

 

Ook toegevoegd aan dit bericht, twee schilderijen waarmee je kunt oefenen in het zien.

Portret van een onbekende familie, ca. 1530 (maker onbekend) Deze hangt in het Groninger museum.

The Ambassadors, in1533 door Hans Holbein. Een tipje van de sluier van dit schilderij is dat die ‘vlek’ op de vloer, een vervormde schedel. Wanneer je hier op een juiste manier voorstaat en dus van perspectief verwisselt is het te zien. Hier is dit het symbool van sterfelijkheid. Deze hangt in National Gallery in Londen. Maar er is nog meer te zien op dit schilderij.

 

 

 

 

 

 

 

 

Mason en Gwen
Share This