In de spelkamer kijken speltherapeuten breder dan naar het spel en de therapeutische relatie. Een speltherapeut kijkt onder andere naar lichaamshouding en beweging van een kind. Op vrijdag 4 juli j.l was ik aanwezig op het afstudeersymposium en werkvelddag van de Master Speltherapie in Ede (CHE). Daar woonde ik o.a. een lezing van Hendrieke Gorte-Slot bij. Zij is een gespecialiseerd baby osteopaat en had het over primaire reflexen van kinderen. Ik deel in dit blog een klein stukje uit haar verhaal.
Wat zijn primaire reflexen?
Primaire reflexen zijn een onderdeel van je overlevingsreflexen. Deze ontwikkelen zich al in de baarmoeder, in het eerste trimester. Reflexen zijn nodig om buiten de baarmoeder te overleven. Ze werken instinctief en verdwijnen over het algemeen vanzelf, behalve wanneer ze niet goed zin geintegreerd. Stress tijdens de zwangerschap en bevalling kan grote invloed hebben op de ontwikkeling van primaire reflexen en deze verstoren. Dit kan leiden tot gedrags-, ontwikkelings- en leerproblemen. Een voorbeeld van niet goed ontwikkelde primaire reflexen is al te zien bij baby’s: Heel veel overstrekken, huilbaby’s, onrust, veel krampjes. Maar ook later in het leven terug te zien. In het eerste levensjaar maken de hersenen en ruggenmerg een grote ontwikkeling door, hierdoor is het ervaren van stress in die periode van grote invloed. Stress op latere leeftijd kan de primaire reflexen weer opnieuw hyperactief maken. Hoe het leven wordt ingericht heeft ook te maken met ontwikkeling van deze problemen. Een kind dat in de box op de rug ligt, met boven zich een mobiel, ligt alleen maar naar boven te kijken en wordt niet uitgedaagd zich motorisch te ontwikkelen. Speelgoed wat aan de zijkanten van de box wordt bevestigd is veel beter, omdat het kind daar naartoe moet draaien. Met geboorte via de keizersnee komt het voor dat primaire reflexen onvoldoende geïntegreerd worden. Doordat het aantal keizersneden toeneemt, neemt deze problematiek ook toe.
W-zit (STNR-reflex)
In speltherapie ontvangen wij kinderen waarbij ook rekening gehouden moet worden met primaire reflexen. Dat zie je onder andere terug in kinderen die in een W-zit zitten. Dit zijn ‘billenschuivers’. Deze kinderen zijn minder mobiel. Het ontvangen en verwerken van informatie gaat moeizaam. Het kind is heel rigide in romp en hoofd bewegen. Doordat ze niet goed naar links- en rechts kunnen kijken hebben is er minder sociale belastbaarheid. Dit zijn ook kinderen waarbij de zwemlessen moeizaam gaan. Dit komt doordat heupen en tegelijkertijd de nek strekken bij de schoolslag moeilijk is. Bijzonder is dat zij wel onder water kunnen zwemmen. Billenschuivers hebben meestal niet gekropen. Zij bewegen hun hoofd van boven naar beneden. Ze kijken niet steeds van links naar rechts. Hierdoor ontwikkelen de hersenen zich minder goed. De lateralisatie komt onvoldoende op gang. Lateralisatie wil zeggen, het proces waarbij linker- en rechterhersenhelft zich specialiseren in aansturen van specifieke functies en motorische taken. Kruipen en tijgeren heeft invloed op de lateralisatie. Door oefeningen en beweegspelletjes kan lateralisatie alsnog ontwikkeld worden. Het advies van Hendrieke is om kinderen uit de w-zit te halen. Bij de intake kan gevraagd worden of het kind heeft gekropen en getijgerd of het naar beide kanten heeft gerold. (bron: foto kindje in w-zit, ai)
Moro-reflex (schrik-relfex)
Het Moro-reflex is te herkennen als een schrik-reflex bij een baby die dan armen en benen strekt bij plotselinge prikkels zoals een hard geluid. Deze reflex verdwijnt binnen een aantal maanden na de geboorte, maar bij sommige mensen blijft het actief. Dit kan leiden tot angstgevoelens. Te zien aan kinderen is dan dat er slaapproblemen ontstaan. Als voorbeeld wordt gegeven wanneer je bijna in slaap valt dat je dan ineens het gevoel kunt hebben dat je voorover valt en daarvan schrikt. Bij een volwassene is je cortex ontwikkeld. Hierdoor kun je bedenken dat dit maar een droom of gedachte was in plaats van werkelijk te vallen. Je laat dit los en valt in slaap. Voor kinderen kan een dergelijke situatie beangstigend zijn, omdat zij dit onderscheid niet kunnen maken. Hierdoor kan het inslapen steeds voor problemen zorgen en/of bij elke slaapcyclus kan het kind wakker worden. Daarnaast zijn deze kinderen gevoelig voor geluid/ licht/ temperatuur. Ze zijn hyperalert en hebben moeite met veranderingen en aanpassingen. Het afschermen van prikkels lukt moeilijk. In een schoolklas is het voor deze kinderen prettiger wanneer zij achterin de klas zitten, zodat zij alles kunnen overzien in plaats van dat er achter je onverwachte dingen gebeuren. Het zenuwstelsel schrikt van elke kick.
Galant-reflex (rugreflex)
Kinderen die niet stil kunnen zitten, de zogenaamde wiebelkinderen. Zij hebben een hekel aan labeltjes in kleding en dragen bijvoorbeeld graag naadloze sokken, anders voelen zij dit de hele dag. Deze kinderen zijn bekend met zindelijkheidsproblematiek. De rusteloosheid kan lijken op ADHD, opletten dat deze niet verkeerd gelabeld wordt. Je kunt het zien aan hoe deze kinderen op hun stoel zitten. Het liefst op het puntje, zodat de rugleuning niet geraakt wordt want dat is niet fijn. In de klas kan de leerkracht vervolgens zeggen dat het kind rechtop tegen de rugleuning moet gaan zitten, dus wordt dat steeds een trigger. Bijzonder is dat meer jongens dan meisjes problemen hebben met Galant-reflex. Een osteopaat kan reflexintegratie therapie geven door middel van een manuele behandeling en oefeningen voor thuis. Om de hersenen te leren dat je niet bij elke prikkel tegen het plafond aan hoeft te zitten. Daarnaast zijn er werkvormen die je met de kinderen kunt doen, zoals een rug oefening tegen de muur waarbij het bovenlichaam van links naar rechts schuift tegen de muur. Hendrieke benadrukt om te gaan bewegen in plaats van allerlei hulpmiddelen in te zetten zoals drukvesten en kussen, dat zijn symptoombestrijders.
Bonding-reflex (basisreflex)
Als laatste wordt de bonding-reflex genoemd. Een hele belangrijke, omdat veiligheid de basis is voor groei, om te kunnen ontwikkelen en leren. Als de bonding-reflex niet goed integreert kan het kind moeite hebben met zichzelf en anderen te verbinden, zichzelf te reguleren en zichzelf veilig en geborgen te voelen. Door deze reflex te integreren wordt de hechting bevorderd. Door diepe druk in het contact/aanraking krijgt de hersenstam een seintje dat je veilig bent. De receptoren hiervan zitten op de pees-spier welke ervoor zorgen dat bewegingen gereguleerd worden en overmatige spierspanning wordt voorkomen.
Het mag in elk geval duidelijk zijn: hup, in beweging met de kinderen! Dat is op allerlei manieren goed voor kinderen en voor onszelf.
Recente reacties