“Al jong wist ik dat het bij ons thuis anders was.” Ik kwam een interview door Christien Jansen tegen uit Libelle editie 28, 2025. Hierin vertelt Frieda van den Hoeven haar levensverhaal. Zij groeit op in een gezin met verstandelijk beperkte ouders. Ze vertelt over het ontbreken van veiligheid, structuur en zorg. Over eenzaamheid en schaamte, maar ook de acceptatie die na een lange weg verderop in haar leven ontstaat. Het geeft een beeld van hoe het voor een kind kan zijn om in een dergelijke situatie op te groeien. Deze beelden zijn belangrijk, omdat een kind gewoon zijn leven leeft, zich niet bewust is en/of er niet over kan, wil of mag praten. Het zijn de kinderen die om ons heen opgroeien.
Frieda zegt: ”Het had zóveel verschil gemaakt als iemand tegen me had gezegd: ‘Het ligt niet aan jou.’ Dan zou ik me gezien hebben gevoeld”. Wat ik graag wil aanhalen uit het interview is de zin: “grijp in. Bemoei je er wel mee”.
Deze taak ligt er voor omstanders. Want wanneer ‘wij’ dit niet doen, wie doet het dan wel? Wie komt er op voor dit kind? Omstanders in brede zin van het woord, die niets doen, geven de boodschap ‘we accepteren in onze maatschappij dat dit gebeurt’.
We weten vanuit trauma dat dit bij een slachtoffer kan werken als een intense nadreun of het naschokken van gebeurtenissen op zichzelf.
Het interview sluit af met: Zo’n 23.000 kinderen in Nederland groeien op zoals Frieda. Kijk voor meer informatie op oudervanmijnouders.nl.
Beeld: Petronellanitta
Recente reacties