Verbeeltenis

praktijk voor speltherapie

Elke speltherapeut heeft ermee te maken. Situaties met kinderen en/of het systeem waar je de vinger niet helemaal op kunt leggen. Het geeft een soort van onbehaaglijk gevoel. Ergens zit het scheef, maar waar precies? En wat betekent dat? Het is anders dan wanneer je gewoonlijk dingen overdenkt waar je nog bij puzzelt.

Ballast bij de ouder

Vader komt naar de evaluatie. Een evaluatie waarbij ik denk: “bah, wat ben ik veel aan het woord”. Het is passief, vlak en eenzijdig. Ik probeer door te vragen naar voorbeelden, maar krijg amper een reactie. Er kan tussendoor geen lachje vanaf. Hij gunt zijn kind toch de therapie. Dat merk ik wel in het gesprek. En soms krijg ik een voorbeeld als ik doorvraag. Hoewel ik het gevoel krijg dat ik informatie eruit moet trekken, komt vader wel altijd zijn afspraken na. Hij is aanwezig, hij luistert wel oprecht met aandacht. Hij reageert op mails. Hij stelt soms vanuit zichzelf een praktische vraag op de mail. Hoewel het kind zelf naar therapie komt, wordt hij wel gestimuleerd vanuit huis naar mij toe te gaan. Dat zijn signalen die ik oppik. Ook krijg toestemming om met de leerkracht te overleggen. Het lijkt dus erg gesloten, maar toch ook weer niet. Zoals bij kinderen die in de spelkamer komen, hebben ook ouders hun ballast die ze meedragen.

Ook bij het kind heb ik het gevoel dat ik de vinger er niet op kan leggen. Hij heeft hobby’s en vertelt erover, zoals paardrijden, buitenspelen met vrienden, knutselen. De jongen komt elke keer met iets wat half werkt. Een geleende fiets, een kapotte paraplu, een scheur in zijn trui en hij doet of dat oké is. En misschien is het ook oké. Is dit onverzorgdheid vanuit de ouders? Is dit het karakter van de jongen?

“Gewoon”, zegt hij schouderophalend

Ik merk dat speltherapie passend is. Hij bloeit op. Hij is 11 en kan gevarieerd spelen. Regelspel, verbeeldend spel en knutselen. Het lijkt te zitten in zijn zelfbeeld, eigenheid. Niet stevig staan. Mij willen pleasen. Toch mee willen helpen met opruimen terwijl dat in speltherapie niet hoeft, maar wat is dat dan? Om de relatie (binding/hechting) goed te houden? Om voor mij te zorgen (parentificatie)? Om aan te geven dat hij het echt heel fijn vindt hier? Om de tijd te rekken dat hij niet terug naar school of thuis hoeft? Bij het regelspel Monopoly junior heeft hij zoveel geld verdient dat hij dat voor mij zielig vindt en ik krijg een kwart van zijn geld geschonken. Terwijl ik niet blut ben, ik heb eigen biljetten. Bij een Schleich Riddergevecht krijg ik van hem, mijn tegenstander, een extra paard als geschenk van de koning. Zonder addertje onder het gras. “Huh?! …maar we zijn toch elkaars vijanden?”, roep ik. “Gewoon”, zegt hij schouderophalend, op een manier zoals zijn vader dat kan doen. Soms kun je er dus (nog) niet de vinger opleggen en het is maar goed ook dat je dan niet te snel conclusies trekt. Zoeken naar hypothesen. Werken aan onderlinge relaties met het kind en met zijn ouder(s). En dat je ondanks dat het nog niet helder is het kind en het systeem blijft volgen en wel het therapeutische spel speelt wat zich ontvouwt. 

Share This