We spelen winkeltje. Winkeltje is een klassieker onder de spellen in de spelkamer. Als je niet veel van spel weet zou je denken dat dit altijd ongeveer hetzelfde gaat en misschien ook ‘maar spel is’. Wat wij in speltherapie doen is niet zomaar spel. Ik probeer je aan de hand van een voorbeeld van één spel te laten zien wat er zoal door een kind in speltherapie ervaren wordt.
Draagkracht
Ze is 9 jaar en we zijn in de behandeling al wat verder in het proces. De relatie is opgebouwd. Dit is het moment dat ik zelf wat meer kan toevoegen, dat zij er mogelijk aan toe is om weer wat op te pakken. Ze wil de regie op het spel en dat mag. Dit kan een behoefte zijn aan controle en veiligheid. In de spelkamer heeft een kind de regie op het spel. Dat neemt niet weg dat ik soms vanuit mijn spelrol dingen aanvul of probeer om de beweging in het proces te krijgen. In speltherapie werk je cliënt-volgend, dat wil niet zeggen dat we klakkeloos doen wat het kind letterlijk vraagt. Anders zou het ook geen therapie zijn. We kijken naar wat het kind nodig heeft en of er draagkracht is om kleine toevoegingen te doen.
Benoemen van spanning
Zij heeft de neiging in haar spel dat alles echt volledig tot in de kleinste details op haar manier moet gaan. Mij toevoegen in haar spel, dus dat ik mee mag spelen, is al een heel proces geweest. Vervolgens heb ik volledig opgevolgd wat zij mij heeft opgedragen. Dat wil dus zeggen dat ik voortdurend om elk woord en beweginkje gecorrigeerd werd en dit steeds heb aangepast. Omdat zij dit nodig had en nog steeds heeft om grip te krijgen op de dingen die om haar heen gebeuren. Vandaag is het moment dat ik probeer wat van mijn eigenheid toe te voegen, omdat ik inschat dat zij weer een stapje kan maken. Ze wil bijvoorbeeld bepalen in welke boodschappenmand ik mijn boodschappen doe terwijl ik zeg dat ik ook zelf wel wat dingetjes wil kiezen en ik kies expres een ander mandje. Daar ontstaat spanning bij haar. Ik doe niet volledig wat zij wil. Ik benoem de spanning die ik bij haar zie en leg uit dat we samen spelen en ik ook wel eens wat wil kiezen. Ze gaat akkoord en het spel gaat verder. Dit lijkt subtiel en wellicht weinig zeggend, maar dit is een grote stap. Het spel gaat namelijk door, ze is gekalmeerd en ik krijg met mijn spelrol meer ruimte. Zij ervaart dat het oké is.
Differentiatie
Vervolgens ontdekt ze de weegschaal en daar speelt ze alsof mee. Ze gaat het fruit afwegen. Ze dirigeert dat ik het fruit apart moet leggen als winkelier. Dat doe ik nu weer braaf, want ik kies af en toe een moment om iets te oefenen en toe te voegen, maar dat hoeft niet voortdurend. Daarmee zorg ik voor co-regulatie. Eerst rekent ze het niet- fruit af, zoals ze zegt. Ik moet €14,- betalen voor het ongezonde. Ik betaal geld en krijg wisselgeld met fictieve bedragen. Dan gaat ze het fruit afwegen. De appel weegt acht eende. De banaan weegt vijf derde. Wegen en meten kunnen kinderen in spel doen om orde te scheppen, dingen te vergelijken met elkaar, cognitief en symbolisch differentiatie aan te brengen (eerst/ daarna, gezond/ ongezond, categorieën).
Getetter
Tussendoor verheft ze haar stem wat ervoor zorgt dat ze tegen mij aan schreeuwt op een halve armlengte van elkaar vandaan. Dat getetter doet letterlijk zeer aan mijn oren. Omdat de relatie is opgebouwd en zij openstaat voor mijn suggesties, is dit het moment waarop ik haar terug kan geven, want dan komt het ook bij haar binnen. Ik geef aan dat het bij mij echt zeer doet aan mijn oren en ik doe dat vanuit het spel, dus dat is nog veiliger. Dus ik zeg: “mevrouw, u hoeft niet zo te schreeuwen. Het doet echt pijn aan mijn oren!” Waarop zij zegt: ”oh. Dat had ik niet in de gaten”. Hier begint zij zich bewust te worden van het ik en de ander (ontstaan van mentalisatie). Ze ontdekt hier dat haar gedrag effect heeft en ook dat mijn ervaring anders is dan haar eigen ervaring.
Nog maar twee waarschuwingen!
Verderop in het spel komt haar volgende voorstel. Ze wil twee keer lief en twee keer stout spelen. Dit thema is als een rode draad in haar spelverhalen. We speelden dit nog niet eerder met de winkel. Mijn rol is nog niet duidelijk in wat zij concreet in gedachten heeft. Ik vraag haar dus hoe ik het moet spelen. Het blijkt dat ze een rolwissel wil. Ik word de kassajuf. Zij komt twee keer na elkaar boodschappen bij mij doen. En ik moet twee keer stout zijn. Ik vraag haar mij daar een beetje mee te helpen, zodat ik weet hoe ik stout moet spelen. Hier krijgt zij weer volledig de regie, wat voor dit stukje spel heel belangrijk voor haar is. Op dit thema is ze nog te wankel voor mijn toevoegingen. Met stout zijn bedoeld zij (in mijn beleving) streng zijn. Ik moet op het kattige af instructies geven. Ik moet het drie keer over doen, omdat ik eerst nog te lief ben. Zelf vind ik het behoorlijk heftig, omdat de ‘gradatie van stout zijn’ echt heel flink is, met een beetje mopperen kom ik er niet mee weg. Ik geef terug met mijn hardop denkende regisseursstem dat ik het wel heel heftig en moeilijk vind om dit te spelen. Dat iemand zo tegen je kan doen, dat ik daar verdrietig van word, en benoem dat ik dat ook heel verdrietig voor de winkelier vind. (Ik geef hiermee erkenning aan haar persoonlijke pijn en ik ben getuige van haar pijn). We gaan het verder spelen. Dus ik ga haar corrigeren op haar aanwijzingen als een bitchy kassajuf. Intens spel is dit, ik ben voortdurend afgestemd op haar en er komen veel echte emoties aan te pas. Het vraagt van mij om precisie. Zij speelt een winkelier met een pruillip. Ik moet zeggen dat ze met haar kar beter over de grond moet rollen en dat ze weer opnieuw naar mijn kassa toe moet komen om dat te laten zien, etc. Ik doe haar na in wat ze eerder deed door te zeggen dat ze het fruit apart moet leggen, maar dan op een strenge toon. En ik zeg dat ze zich normaal moet gedragen in mijn winkel. Ze zegt off the record dat ze dat echt een hele goede opmerking van mij vindt. En aan de hand van eerdere spelsituaties zeg ik dat ze nog maar twee waarschuwingen kan krijgen en anders mijn winkel moet verlaten. Dit spel laat experimenteren met macht zien. Gezien haar levensverhaal en haar gedragingen thuis en op school is zij bezig met wat wel of niet mag, gevoel van afwijzing, regels en moraal. Ook het reguleren van spanning, zij bepaalt hoe streng ik moet zijn in het spel. Hierin zit bijvoorbeeld ook grenzen begrijpen, consequenties ervaren, sociale structuur oefenen. Omdat we in het spel blijven, is het niet beschuldigend, maar ervaringsgericht. Als de tijd om is, puffen we even uit. Ze kijkt oprecht blij en zegt: “dit was echt heel goed, jammer dat de tijd om is”.
Recente reacties