Verbeeltenis

praktijk voor speltherapie

Op zaterdag 14 maart 2026 was er weer de jaarlijkse algemene vergadering met studiemiddag van de NVVS (Nederlandse vereniging van speltherapeuten). Elkaar ontmoeten is fijn, omdat ons beroep van zichzelf uit nogal solistisch is en we verspreid door heel Nederland aan het werk zijn.

Voor de middag was deze keer Dr. Ingrid Pénzes onze gastspreker. Zij is beeldend therapeut en houdt zich daarnaast bezig met geestelijk gezondheidswetenschap en sociale wetenschap.

Alle belangrijke dingen die hierin genoemd werden kan ik onmogelijk kwijt in een blog, maar ik wil toch een kleine impressie meegeven. Want kijkend vanuit neurowetenschap en wat er nodig is voor een kind met vroegkinderlijk trauma laat zien waarom speltherapie werkt.

Wat doet vroegkinderlijk trauma in het brein? En wat kan speltherapie hierin doen om de situatie te verbeteren? Gezond functioneren is een nauw samenspel tussen neurale netwerken, het immuunsysteem en de hormoonhuishouding van een mens. Dan zijn lichaam en geest in balans. Psyche en lichaam kun je niet van elkaar scheiden.

Kijkend naar drie delen van het brein:

  • Hersenstam: Het autonome zenuwstelsel (het lichaam) werkt op onbewust niveau, en vangt allerlei zintuigelijke informatie op.
  • Limbische systeem: daar worden emoties waargenomen, verwerkt en zit het emotioneel geheugen. Het limbische systeem is belangrijk bij stress respons.
  • Prefrontale cortex: daar zit de cognitie. Daar hoort bij: planning, meta-cognitie, reflectie, analyse, executieve functies. Dit deel heeft ook een regulerende werking op emotieregulatie, impuls- controle.

Chronische stress

Wanneer we te maken hebben met een beetje stress is dat prima. Bij stress wordt een mens alert en geactiveerd. Wanneer er gevoelens van angst en spanning komen, helpt het je zo snel mogelijk reageren. Als je daarna weer kalmeert en tot rust komt, dan is er een goede balans. Echter, wanneer chronisch stress wordt ervaren komt het lichaam onvoldoende tot rust. Kinderen die in een onveilig omgeving opgroeien staan bijvoorbeeld continu onder druk en ervaren veel stress. Het immuunsysteem komt bij chronische stress onder druk te staan (door teveel afgifte van hormoon cortisol) hierdoor kunnen er lichamelijk klachten gaan ontstaan, zoals hoofdpijn, buikpijn en rugklachten. In de spelkamer horen we vaak van ouders dat kinderen allerlei lichamelijke klachten hebben die door een arts niet goed verklaard kan worden.

Een brein bestaat uit allerlei neurale netwerken.

Een neuron is een zenuwcel en iedere zenuwcel legt verbinding met andere zenuwcellen. Zo ontstaat een netwerk. Netwerken die veel gebruikt worden, worden in het brein steeds steviger. Netwerken die nauwelijks of niet meer gebruikt worden verdwijnen. Hoe steviger het netwerk wordt, hoe beter de delen van het brein en lichaam met elkaar samenwerken en zorgen voor een gezond evenwicht. Wanneer we goed kunnen afstemmen op uiteenlopende situaties en (stressvolle) uitdagingen, dan is er sprake van veerkracht/ psychologische flexibiliteit.

Een eenmaal ontwikkelt brein is geen vast gegeven. Er is sprake van neuroplasticiteit en dat wil zeggen dat het brein zich aanpast bij nieuwe ervaringen die worden opgedaan. Dat is een belangrijk gegeven voor kinderen die vroegkinderlijk trauma hebben meegemaakt.

Wat grotendeels helpt is het op doen van betekenisvolle ervaringen. Dat wil zeggen: ervaringen die je verrassen, nieuwsgierig maken en je uit je comfortzone haalt en tegelijkertijd hanteerbaar zijn. En dat is wat wij in speltherapie met de kinderen in de spelsessies doen.

Wij volgen het kind (client-centered) in het spel, de kinderen hebben regie op het spel, ze mogen kiezen wat ze spelen, er worden geen dingen opgelegd, er is geen stappen protocol, er is geen druk. Het opdoen van betekenisvolle ervaringen dat is wat een kind in speltherapie doet.  

Ingrid zegt: “Kinderen die opgroeien in een veilige omgeving waarin ze zich gehoord, gezien en gevoeld voelen, uitgedaagd en geprikkeld worden op een manier die hanteerbaar is, ontwikkelen meer en sterkere verbindingen in het brein”. Zij geeft daarbij aan dat er geen one-size fits all is, want ieder brein is uniek. De betrokken neurale netwerken zijn in principe voor iedereen gelijk, maar geprogrammeerd op basis van genen en betekenisvolle ervaringen. Neurale netwerken functioneren niet op talig niveau, ze zijn niet cognitief en niet bewust. Het komt daardoor minder tot uitdrukking via taal, maar meer doordat het lichaam in beweging komt. Met spel in de spelkamer werken we op dezelfde lagen als de neurale netwerken. En je kunt het positief beïnvloeden door betekenisvolle ervaringen. Speltherapeuten sluiten aan op de belevingswereld van het individuele kind, onvoorwaardelijk en op dit moment en zijn getuige van wat zij belangrijk vinden en hebben meegemaakt. Dat is een betekenisvolle ervaring.

Wat is vroegkinderlijk trauma?

  • Iets heeft plaatsgevonden dat niet plaats had moeten vinden (bijv. misbruik, (getuige van) huiselijk geweld, ziekte of natuurramp) → dreiging, blootstelling aan gevaar.
  • Iets heeft nooit plaatsgevonden dat wel had moeten plaatsvinden (bijv. afwijzing, verwaarlozing, gebrek aan veiligheid) → deprivatie
  • Onvoorspelbaar, onhanteerbaar en niet-beïnvloedbaar. Een kind heeft geen invloed.
  • Trauma is niet de gebeurtenis zelf, maar de ervaring op de gebeurtenis. En ook of er een steunend netwerk was (buurvrouw of leerkracht) of dat deze juist ontbrak.
  • De ervaring verstoort de processen vanuit het brein.

De hippocampus in het brein verzamelt prikkels, die komen binnen en hij verzamelt dit als herinnering. Wanneer deze over-geactiveerd is (bij aanhoudende stress), blijven verschillende onderdelen, verschillende zintuigelijke ervaringen als losse fragmenten bestaan. Het wordt geen geheel en dus ook niet als gehele herinnering opgeslagen. Hierdoor kunnen herinneringen flashbacks worden, een herbeleving in een fragment zonder dat de persoon weet waarom en waar het precies over gaat.

Als we kijken naar kinderen dan weten we dat het brein van kinderen sowieso nog in ontwikkeling is. Hierdoor kunnen zij bepaalde vaardigheden nog niet die volwassenen wel kunnen. Dat is ook iets om rekening mee te houden. Daar komt bij dat door vroegkinderlijk trauma een kind niet bij de prefrontale cortex kan komen. Het kan daardoor zijn emoties minder reguleren en heeft moeite met impulscontrole. Contact met het lichaam maken wordt moeilijker, het voelen, want er is een verstoring van de verbinding met de neurale netwerken.

Tot betekenisvolle ervaringen komen

Bovendien kunnen kinderen kunnen allerlei bijzonder gedrag inzetten om te overleven, dat kan heel lastig zijn voor de omgeving, maar ze doen dit niet om de ander tot last te zijn. Ook hebben ze vaak moeite met het gewaarworden van veiligheid. Dat voelt voor hen ongemakkelijk dat ze het bijna niet kunnen ontvangen. Het komt ook voor dat kinderen niet meer praten en/of niet meer eten, want daar hebben ze zelf controle op (coping). Het is bovendien moeilijk voor een kind moeilijk om bij taal te komen als de prefrontale cortex uit staat. Kortom: als kinderen in de overlevingstand staan is er nog weinig ruimte om betekenisvolle ervaringen op te doen. In speltherapie vinden we openingen bij het kind. We helpen ze met geduld in de relatieopbouw met co-reguleren naar zelfregulatie. We proberen ze te kalmeren en te stabiliseren. Dat doen we door het kind op te halen waar hij is en aan te spreken op wat er wel kan. Door er voor ze te zijn, de sessies te structureren en de regie aan het kind te geven. Zo merkt het kind dat het invloed heeft: “ik kan voorspellen wat hier gebeurt”. We sluiten aan op wat het kind leuk vindt. We spiegelen zodat het kind zich gehoord, gezien en gevoeld vindt. Er is niet één vaste aanpak. Ook helpt het om herhalende ritmische bewegingen te maken. Die werken sterk regulerend. Dat doen we onder andere met sensopathisch spel. We bouwen aan spelplezier, zorgen voor succeservaringen en vertrouwen (tussen zichzelf en de ander). We geven ruimte om gevoelens te gewaarworden, toe te laten, te verdragen en uit te drukken. In de spelkamer mag je het uiten, het mag er zijn, je hoeft niet flink  te zijn, we vinden het niet raar. Kom maar.En ook stimuleren we de prefrontale cortex. Dit beïnvloedt ook het gedrag voor buiten de spelkamer op school en thuis. Daar is geen taal voor nodig.

Mason en Gwen
Share This