Verbeeltenis

praktijk voor speltherapie

Tijdens de spelsessie schiet zijn verhaal alle kanten op. Hij speelt: “Amerika heeft een vliegende oorlog tegen Nederland. Hier is Amerika – hij wijst op de tafel- en hier is Nederland. Er kwam een Oekraïense  wagen op visite bij allemaal Amerikaanse wagens. Hij werd beschoten, maar veranderde in een tankwagen. De Nederlandse wagens botsten op elkaar en vlogen in de fik, maar de passagiers gingen mee in het vliegtuig met de twee bommen. Verderop rijdt een wagen rakelings langs een andere wagen”. Hij gebaart hoe kort (3 mm) op elkaar. En ik kijk mee. Dan gaan er twee straaljagers de lucht in en hij doet zijn vinger tegen zijn mond en zegt dat ik niks mag zeggen, ook niet fluisteren. Dus mijn verwoorden stopt en ik zet nog explicieter mijn ogen en mimiek in om in de lucht te volgen wat er gebeurt. ”Deze mensen gingen ook ‘joinen’ “, zegt hij. En de oorlog verandert ineens in een oorlog met Italië. Waarbij ik mij nog aan het afvragen ben wie de andere partij dan is, is dit Nederland of Amerika? Of beiden? Maar ik heb geen tijd om dat te rijmen in mijn hoofd of een vraag te stellen. Er vliegen twee nieuwe vliegtuigen in de lucht, met twee auto’s op de vleugels, die zo uit de lucht komen vallen op de aarde. “De auto’s waren beschadigd, dus moesten ze op de takelwagens”. Dan ineens zijn er drie witte auto’s op een rij en er is een baby van lego. De derde auto heeft een laadbak waar de baby concreet in past, dus daar gaat hij in. Dan ineens is er de robotwagen verderop. Die kan ook letterlijk veranderen in een ander pantser, dat gebeurt nu. Er wordt geschoten op deze wagen en met mijn speelstem in het verhaal vraag ik: “wie deed dat? Wie begon te schieten!?” Omdat ik geen idee heb waar dit vandaan komt. Hij zegt: “dat is van de man zelf, hij is zijn eigen wagen aan het uittesten”. De wagen blijkt niet goed en er ontstaat een vuurzee. De man nam een andere auto. We zijn blijkbaar weer terug bij de baby. Die gaat in de brandweerwagen liggen om te slapen. Dat is ook een wonderlijk gegeven, dus ik vraag hardop of de baby eigenlijk wel veilig is steeds in zo’n omgeving. ”Hij ligt niet in een lekker warm bedje…”.  Ik krijg geen antwoord, het spel gaat verder. En verandert na verschillende voertuigen en files en verkeersborden in een koning die de handschoenen en helm van de politieman afnam. De mensen dachten dat dit de politieman op de troon was….

Geen touw aan vast te knopen

Nu lijkt het bovenstaande stukje spelverloop nog best te volgen, zo uitgetypt in dit verhaal. Dan nog zijn het flink wat flarden en is het de vraag of het allemaal op elkaar aansluit of om meerdere verhaallijnen gaat.  In werkelijkheid is er een vervolg en gaat dit verhaal nog minuten lang door in allerlei contexten. Een lezer van dit blog, zou dit rustig in eigen tempo kunnen lezen en uitpluizen.

Soms heb je kinderen die spelen hun spel in de vierde versnelling. Ik kan geen touw meer vastknopen aan de logica van dit verhaal. Soms kan ik verwoorden en even ergens bij stilstaan, maar uitgebreid stilstaan dat is nog te vroeg in het proces bij dit kind. Het verhaal moet gespeeld worden, het is belangrijk, het moet eruit. Dus ik laat los dat ik het niet begrijp en ik ga in het hier en nu in op wat er gebeurt.

De verwarring en het niet weten

Tijdens en na een dergelijke sessie draaien mijn hersenkwabjes overuren die alle prikkels nog door de trechters van mijn brein moeten laten gaan. Flarden van het spel, de bewegingen, de emoties, het flitst alle kanten op en ik denk “Waar ging dit nou eigenlijk over?” En die verwarring, het niet weten, dat is voor mij als therapeut een graadmeter in het proces.

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom kinderen hun spel in de vierde versnelling spelen. Het kan een beeld geven over hoe ze hun leven ervaren. Ongeordend in flarden. Mogelijk vanuit trauma dat zich in verschillende laagjes kan presenteren. Door de versnelling in te zetten, kun je ook snel voorbij gaan aan de dingen die te pijnlijk zijn. Het kan om onmacht gevoelens gaan, die ze projecteren op de therapeut om jou te laten ervaren hoe het voelt. Soms zetten kinderen hun hele verhaal al in de eerste sessie neer, zo van ‘zo, nou weet je het!’. Het samen verder onderzoeken moet dan nog (later) gebeuren wanneer het kind er aan toe is. Soms gaan kinderen dan alsnog terugschakelen van versnelling 4 naar 1. Anderen blijven op die manier spelen versneld en met veel details spelen. Verderop in het proces kan ik het zelf beter bijbenen, omdat de therapeutische relatie dan is opgebouwd en ik patronen begin te herkennen.

Mason en Gwen
Share This