Ik haal hem op uit zijn klas, groep 4 van speciaal basisonderwijs. Zijn half lange haar zit verward op z’n hoofd, zijn kleding hangt in flarden om zijn lichaam. Ik denk even terug aan toen mijn kinderen klein waren, waarbij ik dan zei: “kom, het lijkt wel of je een vogelnest op je hoofd hebt, laten we je haren even borstelen”. Maar niet ieder kind krijgt dit als vanzelfsprekend in ondersteuning, warmte en structuur mee. Ik zeg er niets van, hij is goed zoals hij is en mag bij mij komen spelen.
Hij heeft het niet gemakkelijk
Met zijn vingers trekt hij een spoor op de muur naast hem de gang door, de trap af, en de volgende gang door totdat we in het lokaal zijn voor speltherapie. Thuis heeft hij het niet gemakkelijk met een oudere broer met agressieproblemen, een vader met P.T.S.S. die op een wachtlijst voor behandeling staat en een moeder die overbelast is.
Hij kiest de magneten uit om mee te spelen. Ik heb er meerdere soorten van. Deze zijn met gekleurde vormen. Toevalligerwijs kiezen veel kinderen deze week voor de magneten. Het is zo mooi om te zien wat ze ermee doen allemaal totaal verschillend. Van platte patronen leggen en hier een bloemenveld in zien tot aan het bouwen van een winkelcentrum in 3D en een raket met speciale uitrusting. Alles komt voorbij.
Vorm bij vorm en kleur bij kleur
Ik ben benieuwd wat hij ermee gaat doen en wacht af. Hij krijgt de regie op het spel. Dat is zo belangrijk, want er wordt in zijn leven al zoveel voor hem bepaald en dat heeft doorgaans geen prettige uitwerking. In plaats van bouwen wil hij ze sorteren. Eerst wil hij de vierkanten op kleur zoeken en dan gaan tellen, zegt hij. Uit de chaotische berg magneten die voor ons op tafel ligt, zoeken we samen de vierkanten. Ik geef de vierkanten die ik vind aan hem. Hij sorteert ze in stapeltjes op kleur. Zo assisteer ik hem in zijn spel en ontstaat er een samen, maar ligt de regie bij hem. Ik werk al wat langer met hem. Thuis wordt weinig gespeeld. Hij lijkt hier soms een soort van honger in te hebben, van samenspelen en plezier beleven. In het begin kwam hij nauwelijks tot spel. Daar is absoluut geen sprake meer van.
Blijven proberen
Mijn tempo vertraag ik, anders ontneem ik hem het zelf kunnen zoeken. Hij wil er een grote stapel van maken en ervaart dat dit niet even snel gedaan kan worden. Soms stoten de vierkanten af en hij heeft toch echt bedacht dat het een grote stapel moet worden die op alle hoeken aan elkaar kleeft. Hij laat zich niet van de wijs brengen. Hij probeert en probeert net zo lang tot de stapel staat. Eigenlijk wil hij de stapel tellen, maar hij zegt dat hij niet verwacht had dat de stapel zo groot zou zijn. Dat tellen is dan nog niet gemakkelijk. Hij bedenkt dat hij door stapeltjes van vier neer te leggen en keersommen wel kan uitrekenen hoeveel het er zijn. Hij legt ze neer en vervolgens is dat rekenen nog best pittig. Ik moet hem een beetje helpen daarbij en we komen op 39 vierkanten. Eén vierkant is van ander materiaal, die hoort er niet bij en wordt door hem aan de kant gelegd.
Tevreden
Zijn houding wordt steeds opener en zijn gezichtsuitdrukking wordt zacht. Dat is wat het doet om letterlijk samen te ordenen, van alle chaos in zijn hoofd. Door het voelen en ervaren, het in beweging zijn en het ‘samen’ reguleert hij. Hij wil na het tellen de stapel opnieuw neerzetten. Na de vierkanten volgen de andere vormen. Hij merkt op dat er soms vierkanten zijn aan beide kanten een andere kleur hebben. Met zijn eigen opmerkzaamheid en probleemoplossend vermogen plaatst hij ze op een juiste manier in de stapel. En op het eind zegt hij: “het ziet er zo mooi geordend uit” en kijkt tevreden naar het resultaat.
Recente reacties