Over het proces van mentaliseren in de spelkamer. Ik zit met Max (7 jaar, een jongen met ASS) aan tafel. “O, wacht ik weet iets”, zegt hij tijdens het tekenen. Ik kijk op en zeg tegen hem: “oeh, daar word ik nieuwsgierig van wat jij gaat maken”.
“Jij wordt altíjd nieuwsgierig als ik iets maak. Dat doe je al vanaf dat ik hier kom!” “Dat is waar”, zeg ik. En als ik later reflecteer, moet ik er aan denken dat kinderen van volwassenen nog wel eens te horen krijgen dat ze een “nieuwsgierig aagje” zijn. Nieuwsgierigheid kan een negatieve lading hebben. Zelf denk ik van niet. Het wil namelijk zeggen dat ik open sta voor de ander en de dingen om mij heen. Je hebt het nodig in een onderzoekende houding. Wie is die ander? Wat gebeurt er in het spel? Wat gebeurt er in het contact?
Verrassingen
“Oh, wauw, je hebt een cape getekend!”, roep ik enthousiast. Hij zegt: ”maar, ik ben nog niet klaar. Ik heb zo nog een verrassing voor jou….” even is het stil terwijl hij tekent. Dan vraagt hij: “hou jij eigenlijk van verrassingen?” “Ja, ik hou wel van verrassingen”, zeg ik, “ze maken mij blij. Maar hoe zit dat bij jou? Hou jij van verrassingen?”
Hij: ”nee, ik vind dat moeilijk. Ik hou niet van verrassingen. Ik word daar heel druk van. Dat vind ik niet fijn” Ik: ”wat goed zeg, dat je dat van jezelf weet. Dat dit bij jou zo werkt”.
Voor allebei fijn
“Kijk”, roept hij, “raad maar wat ik heb gemaakt. Dan is het voor jou een verrassing want jij wist het nog niet. En voor mij is het geen verrassing want ik wist wat ik ging maken.” “Dan is het voor ons allebei heel fijn!”, geef ik als respons. “Ja”, antwoordt hij. “Laat mij eens kijken. Heb je een kasteel getekend?” En hij glundert.
Recente reacties