´Het gaat niet goed met de jeugdzorg, zowel inhoudelijk als financieel. Momenteel ontvangt 1 op de 7 Apeldoornse jeugdigen een vorm van zorg. Dit aandeel is de afgelopen jaren gestegen. Hoe kunnen we jeugdigen uit de jeugdzorg houden en toewerken naar 1 op de 10 Apeldoornse jeugdigen in de jeugdzorg? Ook om de financiële houdbaarheid te waarborgen, is het noodzakelijk actie te ondernemen.´
Met deze boodschap werden wij – jeugdzorgaanbieders- uitgenodigd voor een bijeenkomst op 9 januari in het gemeentehuis van Apeldoorn. Hierbij werd het AEF-rapport ‘Grip op uitgaven Jeugdhulp – Flitsonderzoek gemeente Apeldoorn’ gepresenteerd. Met voorstellen om de financiële inzet van jeugdzorg terug te dringen.
Later in januari volgden bijeenkomsten van de Politieke Markt Apeldoorn (PMA) waarin het debat op dit onderwerp werd gevoerd. We waren hierbij aanwezig met vrijgevestigde vaktherapeuten, waaronder een aantal speltherapeuten. Ons doel daarbij was om vaktherapie een gezicht te geven en het belang van spel- en vaktherapie over te brengen. Juist omdat het rapport geen beeld geeft over de inhoud en kwaliteit van vaktherapie.
Inhoud van het rapport
Het rapport toont 9 suggesties in oplossingsrichtingen. Er worden diverse onderdelen benoemd, maar een daarvan is het uitsluiten van zorgvormen als geheel. En het is een kwalijk idee om dit als oplossing te zien. Opvallend is dat er bij dit onderzoek niet werd gekeken naar de inhoudelijke kant en kwaliteit van de geboden zorg. Tijdens de bijeenkomst werd vaktherapie als ´losstaande behandeling´ genoemd, maar vaktherapie kijkt juist breder naar de problematiek. De vraagstukken van kinderen zijn te ingewikkeld om dit losstaand aan te bieden. Het is in samenwerking met de context.
Gelukkig zijn de wethouder en alle aanwezige raadsleden het erover eens dat alle kinderen die zorg nodig hebben, deze ook moeten krijgen. Dat vinden we belangrijk in Apeldoorn. Drie vaktherapeuten spraken om uitleg te geven over het vak. Dit was een welkome inbreng voor de beeldvorming rondom de inhoud van ons aandeel in de jeugdzorg. Er werd met interesse geluisterd en er werden vragen gesteld.
Vaktherapie is en blijft heel hard nodig
We willen niet dat vaktherapie, uit het zorgaanbod verdwijnt. Kinderen en hun ouders die bij ons komen hebben onze hulp hard nodig. Het gaat om specialistische zorg. De problematiek bij de gezinnen zal verergeren. En daardoor zullen de kosten om dit op te lossen op langere termijn nog meer oplopen. Los van de kosten denk ik aan een menswaardig bestaan. Wat doet het met een mensenleven wanneer je de passende hulp niet biedt?
Vaktherapie is een overkoepelende naam voor onder andere speltherapie, beeldende therapie en psychomotore therapie. De nadruk van deze therapieën ligt op het doen en ervaren en minder op het praten. Vaktherapeuten zijn aangesloten bij een beroepsregister om hun vak te kunnen uitoefenen.
Vaktherapie Nederland ondersteunt ons hierin ook. Zij stuurden de gemeenteraad eerder al een brief om uitleg te geven over het belang van vaktherapie.
Vanuit mijn eigen praktijk als speltherapeut wil ik een aantal punten aanstippen:
Samenhang
Problemen rondom een kind staan nooit op zichzelf. De context is belangrijk en daarom wordt er systemisch gekeken. Ook met ouders en opvoeders wordt besproken wat het kind nodig heeft en wat zij hierin zelf (anders) kunnen doen. We gaan dan samen op zoek naar hoe we het kind kunnen helpen. Soms is het nodig dat ouders bijvoorbeeld een eigen hulpverleningstraject ingaan. Dit wordt bespreekbaar, doordat je parallel aan het kind ook in verbinding gaat met de ouders. Wanneer er vertrouwen wordt opgebouwd, staan zij meer open.
Specialistisch
Speltherapie is een behandelvorm met specialistische kennis en kunde. Bijvoorbeeld op het gebied van hechting en trauma. Het is heel goed te combineren met andere vormen van hulpverlening waarin bijvoorbeeld ouders opvoedondersteuning krijgen, of naast trajecten op school.
Multidisciplinair
Samenwerken met andere betrokkenen is belangrijk om met elkaar af te stemmen wat er nodig is voor het kind. Zo heb ik als speltherapeut overleggen met pleegzorgbegeleiders, ambulante gezinsbegeleiders, medisch specialisten, leerkrachten, ib’ers, schoolmaatschappelijkwerkers, etc. Dit zorgt voor het verbeteren van de kwaliteit van hulpverlening. Dat betekent soms ook: tot de conclusie komen dat een traject afgerond kan worden of dat er minder of andere zorg nodig is.
Preventief
Speltherapie heeft een preventieve werking. Het is een behandelvorm die vroegtijdig ingezet kan worden. Het voorkomt in veel gevallen dat een kind in zwaardere zorg terechtkomt (ggz).
Normaliseren
Soms is het nodig om te normaliseren. Niet alles is een hulpvraag waarvoor behandeling nodig is. Sommige problemen gaan vanzelf over. Ouders vinden het soms spannend wanneer een behandeling wordt afgesloten en hebben hier uitleg bij nodig. Dat is wat ik als speltherapeut ook meegeef. Afwijken is niet direct een probleem, dat hoort erbij in het leven.
Ervaringsgericht
Speltherapie is gericht op kinderen die nog in ontwikkeling zijn. Zij beschikken nog onvoldoende over taal, moeten nog leren reflecteren en zijn cognitief nog in ontwikkeling. Daardoor is ervaringsgerichte therapie belangrijk. Spelen is de taal van het kind en dus een manier om tot uiting te brengen wat een kind bezighoudt. Via het spel is het mogelijk om af te stemmen op het kind en de ontwikkeling weer op gang te brengen. Spel is indirect, waardoor een kind zich gemakkelijker openstelt.
Kosteneffectief
Verder is het aanbod van kleinere zorgaanbieders een pluspunt ten opzichte van grote organisaties. Veel taken en administratie die gedaan moeten worden gebeuren in eigen tijd en vallen buiten de beschikkingen. Wanneer ik een week ziek zou zijn, heb ik geen inkomsten, omdat de kinderen niet daadwerkelijk bij mij geweest zijn. Ik heb geen onnodige vergaderingen, geen ontvangstbalie en maak zelf mijn praktijkruimte en speelgoed schoon. Als speltherapeut sta ik ingeschreven in het vakregister. Daarvoor moet ik scholing blijven volgen, supervisietrajecten doen, deelnemen aan intervisie. Dit doe ik in eigen tijd en op eigen kosten. Dat is anders dan in grote organisaties. Verder zijn ‘de lijntjes’ met ouders kort, is de zorg persoonlijk en dicht bij huis van het kind en gezin.
Eind maart 2025 volgt de besluitvorming over welke maatregelen er genomen worden om de financiële inzet voor jeugdzorg terug te dringen. Naast deze besluitvorming zijn er ook ontwikkelingen rondom de nieuwe aanbesteding die vanaf januari 2026 ingaat.
Recente reacties